Voor zij die Activision zien als een stel cynische geldwolven komt het niet als een verrassing dat het bedrijf is ontstaan uit een conflict over geld. Vier talentvolle game-developers van het eerste uur – David Crane, Bob Whitehead, Alan Miller en Larry Kaplan – werkten in 1979 bij Atari aan spellen voor zijn eerste console. De games die deze vier heren maakten, torenden kwalitatief gezien ver boven de rest van Atari uit. Ook de verkoopcijfers logen er niet om. Toch kregen de werknemers maar een gewoon jaarsalarisje, terwijl Atari miljoenen verdiende aan de cartridges die de heren ontwikkelden.

Dat klinkt oneerlijk, maar voor die tijd was het niet meer dan normaal. Games waren maar gewoon speelgoed en dus kregen ontwikkelaars het salaris van een speelgoedmaker. Iemand die teddyberen tekent krijgt immers ook geen percentage van de opbrengst. De vier ontwikkelaars waren het echter zat en dreven het geschil op de spits: ze stapten naar hun baas en eisten een deel van de winst. Maar de baas gaf geen krimp en zag niet in waarom deze ontwerpers onvervangbaar zouden zijn. Bovendien, waar moesten ze heen als ze ontslag zouden nemen? Er waren toch geen andere bedrijven die games voor de Atari 2600 ontwikkelden?

Bovenaan het alfabet

Althans, totdat deze vier mannen zelf zo'n bedrijf opstartten. Samen met een zakenman, Jim Levy, richtten ze Activision op. De naam werd uitgekozen om in alfabetische lijstjes boven hun voormalige werkgever te prijken. Atari was op zijn zachtst gezegd niet blij en spande een rechtszaak aan tegen zijn oud-werknemers. Opeens was er een ander bedrijf dat games ontwikkelde voor zijn console en daar wilden Atari een stokje voor steken. Maar Atari verloor de zaak, waardoor de Atari 2600 een open console werd en Activision eigenlijk de eerste third-party uitgever werd voor consoles.

Het duurde niet lang voordat de vier mannen, die de console op hun duimpje kenden, hun voormalige werkgever in alles overtroffen. De games die zij maakten waren creatiever en lucratiever dan die van Atari, die het ineens zonder hun meest talentvolle werkpaarden moesten stellen. Spellen als Chopper Command, River Raid en natuurlijk het bekende Pitfall! vlogen als warme broodjes over de toonbank. En Activision deed er alles aan om zijn naam groot te maken, door het logo van het bedrijf op elke verpakking en ieder spel af te drukken.

De console faalt

De gewonnen rechtszaak tegen Atari betkeende gek genoeg ook de ondergang van Activision. De console werd immers een vrij platform en iedereen zag wat voor successen Atari en Activision boekten. Veel investeerders wilden daar een graantje van meepikken en financierden ontwikkelaar, hoe slecht ze ook waren. Het gevolg was dat de markt overstroomd werd door middelmatige en ronduit slechte games, die de console een slechte naam bezorgden. En nog erger: veel van die ontwikkelaars gingen net zo snel weer failliet als dat ze werden opgericht. Hun games kwamen voor spotprijzen in de winkels te liggen. Activision moest met hun kwalitatief sterke games ineens concurreren met middelmatige spellen die voor nog geen tiende van de prijs in de schappen lagen.

Het bedrijf was hier niet op voorbereid en kon de concurrentie niet aan. De markt was oververzadigd met middelmatige games. Toen ging het ineens hard naar beneden voor het succesvolle bedrijf. Het kon zijn 300 man personeel niet onderhouden en veel creatieve krachten verlieten het zinkende schip. Jim Levy werd afgezet als baas na de gefaalde overname van Infocom, een bedrijf dat text-adventures maakte. Al het creatieve talent pakte zijn biezen en Activision was zo goed als failliet.

Kotick to the rescue

Totdat er een man opdook met een visie voor het bedrijf. Zijn naam was Bobby Kotick, een zakenman die een manier zocht om door te dringen in de gamesindustrie. Al tijdens zijn studie maakte hij software voor Apple, en later probeerde hij Commodore op te kopen om er een gamebedrijf van te maken. Toen dat mislukte, viel zijn oog op het wankelende Activision. Pas toen het geld was overgemaakt zag Kotick in wat voor deplorabele staat het bedrijf verkeerde en besefte hij zich dat hij helemaal opnieuw moest beginnen. En dus opende hij een nieuwe studio en begon hij Activision langzaam weer op te bouwen.

De eerste jaren gingen stroef. De uitgever bleef vooral overeind door het uitbrengen van een paar vervolgen in succesvolle series, zoals Pitfall: The Mayan Adventure, Return to Zork (inderdaad, van het eerder gefaalde Infocom) en Mechwarrior 2. Nieuwe franchises kwamen er met de auto-combat cultklassieker Interstate '76 en het actiespel Battlezone. Langzaam vergaarde Activision weer meer aanzien, en ook meer talentvolle developers. De uitgever bouwde relaties op met veel onafhankelijke ontwikkelaars, in de hoop de jackpot te raken. Toen dat lukte kwamen Koticks plannen pas aan het licht.

Andere studio's brengen succes

1999 bracht de doorbraak die Activision definitief terug op de kaart zette: Tony Hawk's Pro Skater, ontwikkeld door Neversoft en uitgegeven door Activision. Het werd het megasucces waar Kotick op zat te wachten. De zakenman was op zoek naar een sterke franchise, die kon uitbouwen en exploiteren door elk jaar een nieuw deel op de markt te brengen. Uitmelken, zoals sommige mensen zeggen, bleek een zeer winstgevende tactiek. Jarenlang bleven gamers de nieuwe Tony Hawk kopen. Gelukkig had Kotick Neversoft gelijk opgekocht.

Met al het verdiende geld kon Activision een hoop goeds doen. Vier jaar later investeerde Kotick zijn geld bijvoorbeeld in een groep developers die bij EA aan de Medal of Honour-games werkten. Infinity Ward heette de nieuwe studio. Met het geld van Activision gingen de ex-EA-werknemers aan de slag met eenzelfde soort game: Call of Duty. Het was de volgende klapper voor Kotick, een game die zelfs nu nog miljoenen en miljoenen dollars binnenharkt. Er werd zoveel geld verdiend dat succesvolle ontwikkelaars direct werden opgekocht, waaronder RedOctane van Guitar Hero. Het legde de uitgever bepaald geen windeieren.

Verliefd op Blizzard

Maar de grootste aankoop, of eigenlijk een fusie, moest nog komen. Kotick liet zijn oog vallen op het immens populaire World of Warcraft, een game die elke maand een gigantische kruiwagen aan abonnementsgeld binnenbracht zonder exemplaren te hoeven verkopen. Het online spel behoorde natuurlijk toe aan Blizzard, en die was weer eigendom van het Franse Vivendi, een mediagigant met muziekuitgevers en een hoop games. Kotick moest alles uit de kast halen om Vivendi te verleiden, naar verluid zelfs met een bod dat evenveel waard was als Activision zelf. Maar toen het eenmaal gelukt was bleef er een gigantische uitgever en ontwikkelaar over: Activision Blizzard.

Kotick had de games ineens voor het uitzoeken, dankzij een hoop rechten die hij meekreeg van Vivendi. Alleen games die elk jaar een vervolg konden garanderen mochten blijven, zoals Crash Bandicoot en Spyro. De paarse draak werd de volgende hit voor Activision. Skylanders werd een groot succes onder kinderen, die als een malle de bijbehorende poppetjes sparen. De serie zal de komende jaren nog wel aan de top van de verkooplijsten blijven staan. Alleen Blizzard zelf ontkwam aan de strategieën van Kotick. De eigenzinnige ontwikkelaar krijgt alle tijd en ruimte om haar games uit te brengen.

Ironisch

Het is ironisch dat de uitgever ruzie kreeg met Infinity Ward om de betalingen van bonussen, juist eenzelfde soort conflict waaruit Activision in 1979 ontstond. Je kunt zeggen over het bedrijf wat je wilt (dat het creativiteit links laat liggen en alleen voor het geld gaan, bijvoorbeeld), maar vooralsnog werkt de Activision-strategie wel. De vraag is of het bedrijf jackpot na jackpot kan blijven scoren. Er is nog nooit een franchise geweest die eeuwig uitgemolken kon worden, zoals Kotick al ervoer met Tony Hawk. Maar voorlopig hoeft de zakenman zich in ieder geval geen zorgen te maken. Call of Duty verkoopt nog altijd als een trein en het relatief nieuwe Skylanders is nog maar net op stoom. En dat allemaal ontstaan vanuit een paar mannen die Atari-cartridges programmeerden.