Als je vluchtig naar de releaselijsten van de afgelopen jaren kijkt, zou je denken dat er relatief weinig games binnen dit genre verschijnen. Titels als New Super Mario Bros. Wii en Braid lijken de welbekende uitzondering op de regel te vormen. Je zou naar aanleiding van de E3 zelfs kunnen stellen dat het genre weer op de kaart is gezet.

Traditiegetrouw leidt Nintendo deze zogenoemde minitrend. De entertainmentgigant heeft het genre nooit weggebonjourd en houdt met succes vast aan een handjevol bestaande franchises. Het is juist deze benadering die ervoor zorgt dat de aankondiging van Donkey Kong Country Returns en Kirby’s Epic Yarn in hun straatje past. Het gaat hier om bestaande, ontzettend geliefde (sub)series en beide titels lijken zich, afgaande op de getoonde trailers, toe te spitsen op traditionele platformactie.

Maar de aandoenlijke aap en het koddige blobje zijn niet de enige oude bekenden. Ubisoft kondigde vrij onverwacht Rayman Origins aan en ook in dit project staat de tweedimensionale platformactie centraal. Het paradepaardje van gamegoeroe Michel Ancel doet dus ongegeneerd mee aan deze minitrend.

Net als Epic Mickey, overigens. Het is al een klein jaar bekend dat deze Walt Disney-game in ontwikkeling is, maar een nieuwe trailer maakte duidelijk dat Mickey Mouse een manusje van alles is. In essentie is het een 3D-avonturenspel met verrassend veel 2D-platformelementen. Ook Splatterhouse en De Blob 2, beiden 3D-games, hebben 2D-secties. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Sonic 4, de game die de razendsnelle egel weer op de kaart moet zetten.

Maar wat betekent de komst van deze platformspellen? Dat het genre daadwerkelijk een doorstart heeft gemaakt? Of is het simpelweg een samenloop van (toevallige?) omstandigheden dat de E3 meerdere titels binnen dit genre in de schijnwerpers plaatste? Ik denk dat de beurs wel degelijk een bepaalde koers voor het genre heeft uitgestippeld, maar dat uiteindelijke verkoopcijfers zullen bepalen in hoeverre platformspellen daadwerkelijk een comeback maken.

Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat ontwikkelaars deels vanuit financieel oogpunt voor een ‘traditioneel’ spelconcept gekozen hebben. Series als Donkey Kong Country en Rayman zijn begin jaren negentig groot geworden binnen het genre en het is niet gek om te denken dat de zogeheten fans verlangen naar een wedergeboorte van de games waarmee ze zijn opgegroeid. Dat ‘gamejournalisten’ al kippenvel kregen toen tijdens de Nintendo-persconferentie het welbekende Donkey Kong-deuntje weerklonk, zegt genoeg.

Tegelijkertijd kun je met een vergelijkbare benadering een doelgroep met minder game-ervaring aanspreken. Je hoeft maar een blik op New Super Mario Bros. (DS en Wii) te werpen om te zien dat deze benadering ontzettend goed werkt. Beide titels doen ruw genomen niet veel meer dan voortborduren op de 2D-Mario’s uit de jaren tachtig en negentig, maar verkopen wel veel beter dan een vooruitstrevende game als Super Mario Galaxy. Het zijn juist deze games die een geheel nieuwe gamegeneratie, de zogenaamde casual-gamers, met de franchise laten kennismaken. Het lijkt er dan ook op dat het toegankelijke karakter van het 2D-platformgenre hier een rol in speelt. Toegegeven, Mario is een fenomeen op zich en er zijn wel meer factoren die er toe doen, maar het is zeker begrijpelijk dat meerdere ontwikkelaars, waaronder Nintendo zelf, proberen mee te liften met deze ogenschijnlijke succesformule.

Ook is het een vrij eenvoudige manier om de productiekosten en- tijd in te perken, zonder dat critici je project gelijk als ‘afgeraffeld’ bestempelen. Het gaat hier immers om ‘niet meer dan een tweedimensionaal platformspel’. Het is ontzettend krom en onterecht, maar de eisen liggen nu eenmaal een stuk lager. De schil van je game wordt simpelweg niet vergeleken met die van de Uncharteds en Call of Dutys van deze wereld. En zelfs al is de stijl nogal generiek, dan nog vallen critici er minder snel over. Er heerst namelijk een tendens om met name bij dit soort titels het spelconcept boven alles te stellen, waardoor een peperdure engine eigenlijk onnodig is.

Om die reden zie je dat naast de Disneys en Ubisofts van deze wereld ook kleine en onafhankelijke ontwikkelaars voor een soortgelijk spelconcept kiezen. Dit soort ontwikkelaars kunnen dan toch een rendabel spel maken, zonder dat ze gelijk moeten concurreren met de ‘grote jongens’. Ze zijn immers bezig met financieel en speltechnisch realiseerbare projecten, die door hun ‘afwijkende’ aanpak een totaal ander publiek aanspreken. Rayman Origins wordt bijvoorbeeld ontwikkeld door vijf man. Om kiet te draaien, hoeft Ubisoft dus niet per se miljoenen exemplaren te verkopen.

Nintendo, Disney, Ubisoft en Sega spelen elk op een vergelijkbare wijze in op de bekendheid van een franchise. Ze hebben hun portfolio nog eens goed bekeken, daar grote game-iconen uit genomen en hebben vervolgens een platformspel om het betreffende personage gebouwd. Je kunt hier dus wel degelijk een bepaalde tendens ontdekken in de richting van tweedimensionale platformspellen, met gevestigde gamepersonages in de hoofdrol. De komende jaren moeten uitwijzen of je daadwerkelijk van een langdurige trend kunt spreken, maar het is in ieder geval opvallend dat enkele grote gamebedrijven op ongeveer hetzelfde moment een vergelijkbare benadering kiezen.