Bij velen staat het nog in het geheugen gegrift. Sonic die met een rotgang over een houten pier heen rent. Hij sjeest op de camera af. Achter hem een gigantische orka met verwoestingdrang die met wilde sprongen de ene na de andere meter pier sloopt. Het is helemaal Sonic, gruwelijk spannend en voor die tijd zelfs ongekend mooi. Miljoenen maken het mee en vergeten het nooit meer.

Begin van het einde

Je zou echter kunnen beargumenteren dat Sonic Adventure het begin van het einde was voor SEGA’s icoon. Besef goed, tot die tijd was er eigenlijk helemaal niets mis met deze franchise. Maar dan komt Sonic Adventure plotseling die de boel omgooit – en het belangrijkste nog: met succes. In plaats van enkel rennen en springen, krijgen we dit keer tussen de razendsnelle levels door ook omgevingen uit de meer typische platformgames. Klimmen, de omgeving onderzoeken, een puzzeltje hier of daar oplossen.

En er zijn vijf andere speelbare personages om Dr. Robotnik te stoppen. Knuckles die de boel afgraaft op zoek naar Chaos Emeralds, Tails die stukjes kan vliegen en met de grote knuffelbeer Big mogen we zelfs gaan vissen. De schattige Amy en schietgrage robot Gamma met het speelbare sextet compleet. En compleet anders, want Sonic is Sonic niet meer. Om een voorbeeld te noemen: een luchtschip doorlopen, op het dek een hele bende vijanden verslaan, vervolgens onder het luchtschip heel rustig en bedachtzaam van de ene naar de andere pilaar springen. Zo zitten de platformlevels in elkaar. Ze hebben minder met snelheid te maken dan je van de serie gewend bent, maar vormen wel een groot deel van Sonic Adventure. En dat werkt, mede doordat deze 3D-Sonic zich heerlijk laat besturen. Ondanks de vlugge bewegingen van onze vriend zijn er amper cameraproblemen en de omgevingen zijn vaak groots en breed opgezet, zodat je niet continu bang bent over het randje te donderen.

Probleem: succes

De aanleiding voor Sonics (dan nog) toekomstige verval is dat deze snoeiharde draai in de franchise werkt. Zoals gezegd, de game verkoopt beter dan welke andere Dreamcast-game dan ook. En dus denkt SEGA dat mensen niet meer zitten te wachten op de typische Sonic-gameplay. Ze leiden eruit af dat we zitten te wachten op uitgebreide werelden waarin we op onderzoek moeten, in plaats van dat we alleen nog maar kunnen rennen. Zie het als een FIFA waarin manager-elementen werken, maar dan neemt EA in FIFA 12 plotseling het besluit om het voetbal ondergeschikt te maken aan het voetballen zelf. Plank. Slaan. Mis.

En daarom krijgen we in de jaren daaropvolgend nóg een Sonic Adventure. En een Sonic waarin we in een weerwolf veranderen. En een Sonic waarin we door een ‘realistische’ wereld gevuld met echte mensen lopen. En een Sonic-racegame op zwevende skateboards. En…nou ja, de boodschap is duidelijk. SEGA verliest de kracht van de serie uit het oog. En niet alleen om de grafische impact of de soepel besturing van Sonic Adventure niet meer geëvenaard kan worden.

Leuk omdat het leuk is

Nee, Sonic was leuk omdat het leuk was, niet omdat het Sonic was. En in die misschien wat vreemde zin zit het geheim van het succes van Sonic Adventure verborgen. Op dat moment waren er nog niet zoveel titels op de Dreamcast. Er waren nog helemaal geen titels die er zo verschrikkelijk mooi uitzagen en met de prima gameplay en het bekende gezicht van de egel erbij was groot succes het enige denkbare resultaat. We kochten het allemaal niet omdat het de beste Sonic was, maar omdat het een van de beste Dreamcast-games was. Het was leuk, om compleet zijn eigen redenen. Betekende dit succes dat we zo blij waren met dit concept dat we geen traditionele Sonics meer hoefde te zien? Absoluut niet, alleen heeft SEGA met die optie jarenlang geen rekening gehouden. En daarom haten we Sonic Adventure en houden we ervan. De vele schitterende herinneringen die we aan dit spel hebben overgehouden zijn fantastisch. Maar het was ook de game die SEGA jarenlang op het verkeerde been zette. En daarmee vakkundig voor de (voorlopig tijdelijke) dood van een van ’s werelds populairste iconen zorgde.