Eind vorig jaar verraste EA vriend en vijand met Need for Speed: Underground. De op dat moment een beetje ingekakte Need for Speed serie kreeg een nieuwe impuls, door van het jolige boerenlandschap racen af te stappen en de setting te verplaatsen naar de ruige underground scene. Ter ere van de release van Need for Speed: Underground 2, en de lopende featureweek natuurlijk, kijken we terug naar de straatracer en zetten we alle onderscheidende features nog eens op een rijtje.

Need for Speed: Underground kwam op een gunstig moment op de markt. Voortbordurend op het succes van The Fast and the Furious (destijds draaide net deel twee, 2 Fast 2 Furious, in de bioscopen) trachtte EA het straatracen bruisend digitaal tot leven te brengen, natuurlijk ook met het oog op het grote publiek dat wel pap van een dergelijke game zou lustten. Allereerst spelen natuurlijk de auto's zelf een grote rol in de game.

Na de Ferrari's en Lamborghini's van de vorige Need for Speed games, kreeg je in NFS: Underground vooral opgefokte Japanners onder je kont en diende je gebruikmakend van allerlei verboden en levensgevaarlijke upgrades je tegenstanders te snel af zijn. Deze upgrades verdiende je door zo stijlvol mogelijk te rijden en races te winnen. Na een x aantal 'style points' verdiend te hebben, kon je zelf bepalen wat je aan je auto wilde laten veranderen. Of dit nu een betere motor of een speciale velg was, bepaalde je helemaal zelf. Hoe beter en mooier je je auto maakte, des te meer punten kon je de volgende race verdienen. Dit mooier maken van de auto kon zowel door zaken als spoilers en flitsende koplampen toe te voegen, alsmede door bijvoorbeeld vinyls op je auto te plakken, halogeenlampen onder de auto te plaatsen of de ruiten een tintje te geven. De auto werd op deze manier echt een beetje van jezelf (en een beetje van EA..).

Naast het hele customization gebeuren, waren ook de modes uit NFS: Underground verfrissend. Ter afwisseling en bevordering van de sfeer, kwam EA met een tweetal echte straatrace modes op de proppen. Allereerst was er de Drag mode. In de Drag mode diende je op een recht stuk weg zo snel mogelijk van A naar B te komen. De spanning en lol van de mode zat hem in het feit dat je echt zelf moest bepalen wanneer je schakelde, iets dat enorm belangrijk is in het straatracen, en ook het tegenstromend verkeer nog wel eens naar je toe wilde sturen. Zenuwslopende races, die je soms wel tien keer over moest doen voordat je als eerste over de lijn kwam, waren het gevolg.

Ten tweede was er de Drift mode. Driften is hedendaags in de gamewereld een ingeburgerd begrip en houdt in dat je de auto als het ware door de bocht laat glijden, in plaats van deze strak op de baan te houden en zonder piepend geluid door een ronding heen loodst. In de Drift mode diende je drie rondjes op een enorm bochtig parcours te rijden en hierbij zo veel mogelijk te slippen. Hoe meer je slipte en hoe mooier je uitkwam, des te meer punten verdiende je. Echte freaks bleven soms wel twee rondjes in één slip en wisten in deze mode ongelooflijk veel punten te verdienen.

Was het dan alleen maar koek en ei met NFS: Underground? Nee, natuurlijk niet. Zo ontbrak tijdens de release de LAN optie voor de PC, klaagde men over een iets te stroeve besturing (je auto lag volgens sommigen als een lijmbal op de weg) en werd ook het catch-up systeem (tegenstanders die 'vals' veel ruimte goedmaken en net iets sneller rijden als ze tweede liggen) als vervelend ervaren. Deze laatste optie was echter uit te zetten in het menuscherm, iets dat niet iedere gamer door had.

Met Need for Speed: Underground 2 duikt EA nog dieper in de wereld van het straatracen en kun je nu genieten van zogenaamde 'free-roaming' gameplay, waarbij je in vijf districten zelf je opdrachten moet verzamelen. Daarnaast kun je je auto nog verder naar smaak aanpassen, zowel visueel als in paardenkracht gerekend, en zijn er ook een aantal nieuwe gamemodes van de partij. Het spel heeft in ieder geval een solide voorganger om zich op te baseren en wordt door al deze toevoegingen hopelijk even spectaculair als deel één.