De originele Rayman kwam in 1995 uit voor de eerste PlayStation (al werd hij oorspronkelijk ontwikkeld voor de Atari Jaguar, kent u die nog?). De game bracht een hoop vrolijkheid naar Sony's console: vooral met de knop waarmee je een gekke bek trekt heeft een jonge Erik zich urenlang vermaakt. Ook nu ik de platformer na al die jaren weer opstart, word ik gelijk opgezogen door de vloeiende gameplay. Het is duidelijk waarom Rayman: Origins zo goed was en waarom we zo op het vervolg zitten te wachten: het fundament dat is gelegd in het origineel is ijzersterk.

 

Grote grijns

Het blijft een genot om de originele Rayman door te spelen, gewoon omdat het solide platform-actie biedt. Dat soort gameplay veroudert eigenlijk nooit, zoals in andere genres wel gebeurt. Natuurlijk, het is wel iets langzamer dan we nu gewend zijn en een flink stuk moeilijker, zoals normaal voor die tijd. Je moet jezelf kunnen bedaren om niet je controller richting tv te smijten en het geduld opbrengen om een level opnieuw en opnieuw te proberen. Ik herinner me dat ik Origins al knap lastig vond op sommige punten, maar dat gevoel is na het herspelen van het origineel compleet verdwenen.

Uiteindelijk is Rayman echter net zoals Sonic of Mario: je blijft het steeds maar weer proberen omdat je in een soort trance zit en niet kunt stoppen totdat je het einde van het level hebt gehaald. De game ademt zoveel charme dat je bijna door moet spelen, omdat je wilt zien wat voor omgevingen je in het volgende level weer te wachten staan. Rayman zit vol met grappige details, zoals de meest vrolijke uitroep van “YEAH!” die je ooit gehoord hebt aan het eind van elk level.

Ik moet wel zeggen dat de oudere en meer cynische Erik van nu zich wat minder laat overspoelen door de magie van Rayman. Vroeger vond ik het koddige kereltje zonder ledematen maar wat grappig. Tegenwoordig weet ik dat hij geen ledematen heeft omdat de PlayStation een Rayman met een compleet lichaam niet snel genoeg kon renderen. Dat maakt het allemaal wat minder indrukwekkend. Ook is deze oudere Erik verwend met Origins, wat een tikje sneller speelde en er natuurlijk een stuk scherper, maar door een puike vormgeving ook heel wat rijker uitzag. Toch zit ik met een grote grijns achter mijn afgestofte oude PlayStation en ben ik zo weer een paar uur van mijn leven kwijt.

 

Hé, dit ken ik!

Wat me desondanks vooral opvalt is hoeveel Origins eigenlijk op het origineel lijkt. Veel thema's die in de levels gebruikt worden zitten ook in de eerste Rayman, zoals Band Land waarin je heen en weer wordt gestuiterd op trommels en andere muziekinstrumenten. Ook veel van Raymans krachten komen me bekend voor. In 1995 kon onze held ook al zijn haar gebruiken als helikoptertje en transformeerde hij in een miniatuur van zichzelf om door kleine gangetjes te kunnen kruipen. De kooitjes met Electoons die moeten worden bevrijdt zien er precies hetzelfde uit als in 2011, net zoals de paarse planten in het bos waar je tegenaan kunt stuiteren.

Eigenlijk is dit me ten tijde van Origins’ release niet opgevallen. Nu ik het origineel na zo’n lange tijd opnieuw heb opgepakt is me duidelijk dat Origins zo'n goed spel was doordat het zo effectief naar zijn roots verwijst. Rayman was in 1995 een uitermate goed spel, een van de best verkopende games op de originele PlayStation, en is zelfs nu nog je tijd waard. Al is het maar omdat je dan nog meer zin krijgt in Legends. Maar dat duurt dus nog een half jaar... NEEEEE!!!