Voor de fans

Dat Tekken: Blood Vengeance specifiek op de fans gericht is, is gelijk vanaf de eerste minuut duidelijk. Het verhaal speelt zich af tussen Tekken 5 en 6, waardoor de argeloze bioscoopganger vanaf het begin al verzuipt in namen en termen die geen uitleg krijgen. We waren blij dat we ons van te voren een beetje ingelezen hadden, want Tekken 5 is immers alweer ruim zes jaar geleden verschenen. Jin Kazama staat in ieder geval aan het hoofd van Mishima Zeibatsu (voormalig Tekken Corporation: de corporatie die gerund wordt door de winnaar van de King of Iron Fist-toernooien), z’n gehate vader Kazuya Mishima is opgeklommen tot hoofd van de G-corporation (biotechnologisch bedrijf) en Heihachi Mishima is dood gewaand nadat hij aan het einde van Tekken 5 in een vulkaan is gegooid door Kazuya. Deze gezonde familieband vormt, net als in de spellen, de rode draad.

Centraal staat ditmaal een oud klasgenoot van Jin, Shin Kamiya, wie als enige van zijn klas een mutatie-experiment van Heihachi heeft overleeft. Het hoe en wat gaan we natuurlijk niet vertellen, maar zowel Jin als Kazuya hebben interesse in de jongen. Omdat de zusjes Williams, met een al even gezonde familieband, op zouden vallen tussen de scholieren, worden Alisa Bosconovitch (die robot uit Tekken 6) en Ling Xiaoyu als spionnen gestuurd. Daarnaast draven nog een razendsnelle panda en een ‘aparte’ leraar op die puur voor de komische noot dienen.

Aangenaam

Nu heeft het verhaal maar één doel: de hoofdpersonages een reden geven om met elkaar op de vuist te gaan. De vechtscènes zijn daarom de paradepaardjes van de film en stellen zeker niet teleur. Het zijn stuk voor stuk spectaculaire scènes die niet alleen de bewegingen, maar ook de snelheid en impact waar de reeks om bekendstaat eer aan doen. Digital Frontier (de studio die verantwoordelijk is voor onder andere de tussenfilmpjes uit Tekken 5 en 6) heeft al laten ziendeze actie overtuigend in beeld te kunnen brengen. Koppel daar de namen Dai Sato, Youichi Mouri en Masaya Nakamura (mannen achter succesvolle projecten als Appelseed en Cowboy Bebop) aan vast, en je weet dat het project in capabele handen is. Het begint nog vrij ‘gewoontjes’ op de snelweg met Nina en Anna Williams maar de actie bouwt al snel op. Er gaat wat later zelfs een heus kasteel tegen de vlakte. Het enige nadeel van de snelle en furieuze actie was dat we af en toe even dubbel zagen in 3D. Soms is de chaos voor de ogen moeilijk bij te benen.

Toch was het 3D-effect een aangename verrassing. Waar tegenwoordig veel films niet verder komen dan de standaard ‘ik gooi wat richting het scherm’-shots of sporadische momenten waarop echt diepte te zien is, is er bij Blood Vengeance alles aan gedaan om het 3D-gevoel vast te houden. Het gebeurt vooral op subtiele manieren, zoals holografische schermen die tussen jou en het personage lijken te hangen of een laaggeplaatste camera die een gang extra diepte geeft. En omdat het Japanners zijn, zitten er ook weer genoeg dubieuze shots in waarbij je net niet onder het rokje van een schoolmeisjesuniform kunt kijken.

Lastig

Toen we de zaal uitliepen konden we hadden we een goed anderhalf uur aan vermaak achter de rug. Het is geen film waar je voor het uitstekende verhaal naar toe gaat, maar daar moet hij het ook niet van hebben. Het voelt meer als een bigbudget cutscene, iets waar de puristen alleen maar blij van zullen worden. We raden overigens iedereen aan de film in het Japans te kijken, want de Engelse nasynchronisatie levert regelmatig tenenkrommende scènes op.

De vraag blijft wel: ga je daarvoor naar de bioscoop (als hij al in de buurt zou draaien)? Waarschijnlijk heeft Namco-Bandai daar zelf ook weinig vertrouwen in, getuige de vroege aankondiging van de Tekken Hybrid-bluray die in november moet verschijnen. Dat schijfje kent zowel de film als een HD-remake van Tekken Tag Tournament, wat het ons weer heel makkelijk maakt om ‘m aan te kunnen raden.