Het uiterlijk zegt al aardig wat over de ergonomie van de muis. Je stelt je tenslotte niet voor dat een muis met vlakke zijkanten en een hooggezeten, bolle rug al te fijn in de handen ligt. Vreemd genoeg valt dat in eerste instantie reuze mee en past hij beter in de hand dan verwacht. Eenmaal een half uur in gebruik begint het echter al vervelend aan te voelen en na een paar uur is gewoon ronduit onprettig om met de muis te werken. De vorm is dan ook duidelijk niet gemaakt voor wie z’n middelvinger normaliter op de rechtermuisknop laat rusten en voelt stukken prettiger wanneer de middelvinger rust op het muiswiel en de ringvinger op de rechtermuisknop. Op zich al kwalijk, aangezien je verplicht wordt één specifieke houding aan te nemen om zonder verkramping door te kunnen spelen.

Toch kunnen we niet ontkennen dat het uiterlijk van de muis wel z’n charme kent. Als een gepantserde ruimteslak gloeit er onheilspellend licht tussen de scharnieren door, wat hem met name in het donker een behoorlijk stoer uiterlijk geeft. Werp je vervolgens, iets meer overtuigd van z’n uiterlijk en daarmee vorm, een blik op de plaatsing van de verschillende knoppen en de illusie wordt je alweer ontnomen. Aan de linkerzijkant van de muis bevindt zich namelijk een vierpuntsdruktoets met daar direct boven nog twee extra knoppen. Deze knoppen liggen daarmee direct tegen de duim aan, maar ze zijn allesbehalve gemakkelijk in te drukken. Althans, het is lastig om een specifieke knop in te drukken, zomaar een willekeurige knop indrukken gaat dan weer met gemak. Het helpt bovendien niet dat de kwaliteit van deze knoppen te wensen overlaat. Nemen we vervolgens een kijkje aan de andere kant van de muis, dan treffen we daar een schakelknop aan. Deze is dan weer makkelijker te gebruiken met de ringvinger dan de pink, wat in strijd is met de houding die de vorm van de muis je dwingt aan te nemen.

Allesbehalve optimaal qua ontwerp dus. Ja, het uiterlijk valt ongetwijfeld in de smaak bij een bepaalde groep gamers, maar ergonomisch (of zelfs logisch) is het allerminst. Een groter contrast met de bijbehorende software hadden we ons dan ook niet voor kunnen stellen. Deze software lijkt in eerste instantie wat onoverzichtelijk, maar je ziet al snel welke opties je hebt. Het bijzondere hier is niet eens dat je meer dan tien knoppen zelf in kunt stellen met macro’s en wat al niet meer. Het bijzondere is dat je bliksemsnel iedere mogelijke handeling in World of Warcraft kunt toewijzen aan die knoppen. Je zoekt gewoon in een lijst naar de actie die je zou willen uitvoeren en hij zit onder de knop. Ook de mogelijkheid om tot acht verschillende profielen aan te maken die rechtstreeks gekoppeld zijn aan je World of Warcraft personages getuigt van toewijding aan de spelers. Dat Steelseries dit in samenwerking met Blizzard ontwikkeld heeft, straalt er dan ook van alle kanten af, al was het maar omdat je ingame ook nog eens extra ondersteuning voor deze muis kunt vinden, waardoor je terplekke macro’s kunt opnemen.

Hoewel de muis niet uitsluitend te gebruiken valt met World of Warcraft is het niet aan te raden om hem in huis te halen als je die game niet speelt. Als je hem voor iets anders wilt gebruiken, zul je alles in macro’s op moeten nemen en als gamingmuis an sich is hij niet bijzonder goed. Het zegt al genoeg dat de muis verschillende DPI-standen kent (tot aan 3200), maar dat deze functionaliteit niet standaard onder de knoppen zit. Je zult dit zelf aan knoppen moeten toewijzen, macro’s moet je per se opnemen om handelingen buiten World of Warcraft toe te wijzen en het muiswiel is vreselijk onprecies. Speel je fanatiek World of Warcraft, dan is de muis dankzij de bijbehorende software z’n prijs waard. Ben je echter op zoek naar een goede, breed inzetbare gamingmuis, dan kun je deze compleet vergeten.

De Steelseries World of Warcraft MMO Gaming Mouse kost tussen de 70 en 80 euro.