Het is niet voor het eerst dat de vete tussen Mario en Sonic genoemd wordt in combinatie met het schoolplein. Urenlange discussies zijn erover gevoerd: “vind je dat dikke springmannetje nou serieus beter dan die snelle blauwe egel? Wie zou er winnen in een gevecht? Sonic kun je niet eens met z’n tweeën spelen! Mario is ook niet met z’n tweeën, maar gewoon om de beurt en met een ander kleurtje, sukkel.” We weten het nog als de dag van gister. Maar in werkelijkheid is het al twintig jaar geleden dat deze klassieke rivaliteit voor het eerst ontstond. Dat geeft ons dan weer reden om er even bij stil te staan, want nooit meer in de geschiedenis van games zouden we zo’n duidelijke tegenstelling zien bij twee partijen. Dit was geen kwestie van ontwikkelaars, studio’s of series. Dit was een man tegen een egel, de console van de een tegenover de console van de ander. Team A, tegen Team B. En het is een verhaal met zowel hoogte- als dieptepunten.


Sonic the Hedgehog 2

In den beginne

Het begint allemaal in 1991, als videogames eindelijk een beetje voet beginnen te krijgen in huiskamers. De Nintendo Entertainment System van Nintendo heeft al flink wat werk verzet als het Japanse bedrijf SEGA besluit met een nieuwe console te komen: de MegaDrive. Een paar jaar na release krijgt de console zijn allereerste mascotte, die uiteindelijk zou uitgroeien tot het definitieve gezicht van de console én uitgever. Zijn naam is Sonic, een egel die het keer op keer opneemt tegen de boosaardige Doctor Eggman. Zijn ding is snelheid. In een tijd dat de speedrun nog niet tot populaire hobby van gamers is verheven, is het in deze game al het doel. Zo snel mogelijk het einde van een level halen is SEGA’s antwoord op de tragere Mario, en het succes is immens.

Wanneer beide helden nog regelmatig met elkaar clashen op speelplaatsen over de hele wereld, komt Sonic 2 uit. Met Tails, met nieuwe levels, met nog meer waanzinnig snelle actie en diverse routes door een level. Tot op de dag van vandaag wordt het tweede deel gezien als misschien wel de beste game van de blauwe snelheidsduivel ooit.  De rivaliteit wordt met nieuwe titels regelmatig aangewakkerd, maar zal nooit meer de intensiteit kennen van toen. En dan breekt het 3D-tijdperk aan. Super Mario 64 verrast vriend en vijand door een complete 3D-wereld neer te zetten. Het is uitgebreid, speelt fantastisch en geeft bovendien het ultiem gevoel van vrijheid en perfecte controle. Het is op dat moment het jaar 1996. Twee jaar later, in 1998, komt SEGA op zijn gloednieuwe Dreamcast-console met een antwoord: Sonic Adventure.


Sonic Adventure

Van 2D naar 3D

Met Sonic Adventure zet SEGA absoluut geen verkeerde game neer. Grafisch ziet het er prachtig uit, we krijgen eindelijk meer te zien van Sonics persoonlijkheid als durfal met een gouden hart en sommige setpieces (zoals achtervolgd worden door een gigantische orka die de pier achter ons sloopt) herinneren we ons tot op de dag van vandaag. Maar de eerste fans beginnen al te morren. Terwijl niemand een kwaad woord over Mario 64 kan bedenken, lijkt Sonic niet meer helemaal, nou ja, Sonic. De karakteristieke snelheid is eruit. Zo snel mogelijk door waanzinnige hindernisbanen rennen, de finish bereiken en pochen met de tijd die je hebt neergezet. Dat is Sonic. Maar in 1998 zeggen ze: dat was Sonic. En terwijl Mario standvast op zijn voetstuk blijft staan, gaat het met Sonic enkel bergafwaarts. De rivaliteit tussen twee eens zo grote gezichten lijkt uit te gaan als een nachtkaars. Mario wint.

SEGA probeert het nog wel. Met spin-offs, zoals Sonic Riders. Met een tweede Sonic Adventure-game, die nog harder faalt. Het dieptepunt is echter de reboot die ouderwets Sonic the Hegdehog genoemd wordt. Inmiddels is SEGA afgestapt van het maken van eigen consoles. Terwijl hun icoon valt, valt ook het eigen bedrijf van een positie als platformhouder naar een gemiddelde uitgever met een grote bibliotheek aan franchises.  Ook Sonic is compleet te weg kwijt en in 2001, precies tien jaar na de verschijning van het origineel en het begin van de grootste tweestrijd uit de game-geschiedenis, gooit SEGA definitief de handdoek in de ring. Sonic verschijnt op de console van zijn aartsrivaal. Sonic Adventure 2 Battle is het schip dat hem naar de Gamecube vaart. En vanaf dat moment wordt de vete iets dat alleen de oudere gamers zich nog kunnen herinneren. Voor jongere gamers is Sonic ‘gewoon een personage uit een game’.  Misschien is het wel beter ook dat hen in ieder geval de val van zo’n groot jeugdicoon bespaard is gebleven.


Mario & Sonic op de Olympische Winterspelen

En nu?

In 2007 voegen Nintendo en SEGA hun Mario en Sonic samen in één game: Mario & Sonic at the Olympic games. Hoewel het een grootse gebeurtenis vormt in de turbulente geschiedenis van beide personages, is het slechts de oudere garde gamers die er even kort van opkijkt. ‘Ach, die strijd was allang verloren, gooi ze dan ook maar bij elkaar om het af te maken ‘, lijkt de laatste hardcore Sonic-fan te denken. Maar het resultaat is verbluffend, miljoenen verkopen maken de game tot een ongekend groot succes en vullen en passant ook nog even stevig de portemonnee van SEGA, dat niet bepaald kan zwemmen in het geld die jaren. Een tweede game volgt, en wederom een gigantisch verkoopsucces.

En dus lijkt het stilletjes aan tijd voor Sonics terugkeer. Sonics echte terugkeer, niet de PR-praat die continu met een nieuwe Sonic-game gepaard gaat. Nee. We willen voor het eerst na de Mega Drive-delen weer een Sonic–game spelen als vroeger. Een game waarmee onze kinderen op de speelplaatsen over kunnen opscheppen. Maar voor het zover is, wil SEGA nog eerst even twintig jaar hoop, vrees, malaise, succes en snelheid afsluiten. En dat doet het dit jaar hopelijk met Sonic Generations. Het beste verjaardagcadeau voor zowel de blauwe egel, als de trouwe fans die ‘m al die jaren terug verdedigden tussen het knikkeren en het tikkertje spelen door.