Simon:
Beste Richard, ik kan natuurlijk gezonde, sociale interesse tonen en vragen hoe het met je kinderen gaat. Of je relatie nog op rolletjes loopt, of je nog steeds de jonge, gezonde adonis bent van twee weken terug. Maar we weten allebei dat we het daar niet over willen hebben. Dat is niet belangrijk. Want ik weet dat je Xenoblade Chronicles aan het spelen bent. Net als ik. Fanatiek en in elk vrij uurtje dat je in je dag kan proppen. En daar wil ik het even met je over hebben.

De eerste uurtjes gaven mij een ontzettend dubbel gevoel. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik heel veel dingen als positief heb ervaren. Die eerste scene, met robots, een lichtzwaard, een oorlog en een groepje met oudere soldaten die vol bravoure hun leven op het spel zetten; helemaal top. Dat is weer eens wat anders dan iemand die wakker wordt met geheugenverlies, eens een keer geen jochie van twaalf dat begint met een stok als wapen en een platonische relatie heeft met een rokjesdragend vriendinnetje dat kan genezen. Nee, Xenoblade Chronicles zet direct groots in. Lekker. Dat moet overigens ook wel. De wereld bestaat louter uit twee titanen in een oneindige zee die elkaar duizenden jaren terug te lijf gingen. Hun gigantische lichamen, bevroren in een eeuwigdurende impasse, vormen dus de spelwereld. En dan zwijg ik nog over het feit dat een beetje gamer makkelijk over de honderd uur gamen schiet zonder überhaupt in de buurt te komen bij het eindfilmpje. Nee, Xenoblade Chronicles moet zijn verhaal wel groots beginnen, want het is een opmaat naar heel wat bijzondere uren.

Te veel van het goede

Alles wat daarna volgt, in ieder geval in die eerste uren, zet me continu op het verkeerde been. Eén ding is duidelijk: Xenoblade Chronicles is tot aan de nok toe gevuld met 1001 verschillende gameplay-elementen, waaronder een actief vechtsysteem waarbij positie, timing en strategie van het grootste belang zijn. Dat vechtsysteem werkt, vooral als je uren in de dubbele cijfers terechtkomen en je verschillende teamleden en aanvalsmogelijkheden tot je beschikking hebt. Maar er is zoveel meer. Je kunt gems creëren, handel drijven, vaardigheden uitbouwen en teamgenoten dichter tot elkaar laten groeien. Er zijn lichtpuntjes verspreid over gebieden, die je kunt verzamelen om een collectie compleet te maken. Sommige kun je weer gebruiken in een van de tientallen verzamelmissies. Er zijn minstens evenveel monstermissies, die je net zo gemakkelijk weer misloopt vanwege de dag-, nacht-, ochtend- en avondcyclus.

Soms vraag ik me af of het niet wat te veel van het goede is. Ik ben zelf redelijk compulsief bezig alles te bemachtigen, maar op de een of andere manier loop ik steeds weer tegen een quest aan die ik ‘dan toch maar even laat zitten’. Geen zin om wéér terug te lopen naar dat ene stuk op het veel te grote open veld. Dat stoort me namelijk, niet dat ik heen en weer moet lopen of dat de zijmissies te simpele opdrachten zijn, maar dat de velden buiten de dorpen zo belachelijk groot zijn en mijn personage nou niet bepaald de Usain Bolt onder de gamepersonages is. Het is net iets te veel.

Fantasie maakt mooi

Maar dan gebeurt er weer iets waardoor ik helemaal verliefd word. Een interessante twist in het verhaal, een collectie quests die ik dan toch weer succesvol afrond, een nieuw dingetje dat ik ontdek in de bizarre hoeveelheid content of een kleine aanpassing die ik zelf maak aan mijn team waardoor het veel effectiever werkt. Soms haat ik de tijd die ik daarin moet stoppen, dan voelt Xenoblade Chronicles als een trage, eenzame MMO. Maar meestal ben ik er blij mee. Blij dat ik me weer eens onder kan dompelen in een Japanse RPG die al het andere om je heen even doet vergeten. De laatste keer dat zoiets gebeurde, moet op de PlayStation 2 zijn geweest. Toch zijn het de PSX-toppers waar deze game me aan doet denken. Legend of Dragoon, Grandia, Wild Arms; dat type actievolle RPG’s.

En dan besef ik me dat het genre al even op z’n gat ligt. Het komt niet los op de huidige generatie spelsystemen. In het begin baalde ik zelfs dat deze game op de Wii was. Sommige uitzichten zijn schitterend, maar ik kon niet anders dan me elke keer weer afvragen hoe het eruit gezien zou hebben op een PlayStation 3. Dat heeft me aan het denken gezet. Misschien was Xenoblade Chronicles op de PlayStation 3 of Xbox 360 gefaald vanwege de graphics. Dan was het zo mooi geweest dat ik geen fantasie had hoeven te gebruiken. Dan was alles al voor me ingevuld door de ontwikkelaar. Elk detail was duidelijk geworden. Maar hier, naar deze wereld op de Wii, neem ik mijn fantasie met me mee. Net als dat we dat vroeger deden op de Super Nintendo, PSX of PlayStation 2. Toen moest dat nog. Het resultaat daarvan is bekend. Zou dat dan de sleutel naar succes zijn voor de Japanse RPG: lelijke graphics? Of ligt het toch ergens anders aan?

Het tweede deel van dit drieluik valt hier te lezen. Het slot is vanaf zaterdag 10 september op Gamer.nl te lezen.