Wanneer je terugblikt op een spel waar je destijds werkelijk honderden uren ingestoken hebt, is het verleidelijk om te vervallen in nostalgisch gezwijmel. En ik zal ook zeker niet beweren dat ik objectief ben als het op Supaplex aankomt. Tegelijk durf ik te stellen dat Supaplex voor zijn tijd een ongekende briljantheid kende. Het spel duikt nooit op in lijstjes met klassiekers als Prince of Persia, The Legend of Zelda en Lemmings. Het was ook geen spel dat grenzen verlegde, geen spel dat met een heel nieuwe speelstijl kwam of technisch de concurrentie ver achter zich liet. Het was eigenlijk niet meer dan een ordinaire kloon van de klassieker Boulder Dash. Maar wel een briljante kloon. Een kloon die Boulder Dash perfectioneerde, een kloon waarvan de spelelementen perfect met elkaar in balans waren.

Want dat was en is de kracht van Supaplex: elk spelelement resoneert met elk andere spelelement, wat een schier oneindige reeks combinaties met zich meebrengt. Dit zorgt ervoor dat geen van de 111 levels in Supaplex voelde als een herhalingsoefening van een eerder level. En dat terwijl elk van de levels toch is opgebouwd uit dezelfde pakweg twintig verschillende bouwstenen. Dit is iets waar veel hedendaagse games nog van kunnen leren; games die continu moeten wisselen van omgevingen, wapens en vijanden om nog enigszins boeiend te blijven. Supaplex heeft dat niet nodig. Supaplex heeft twintig verschillende blokjes en maakt daarmee oneindig veel interessante combinaties.

Snik-snak

Het spelconcept is oersimpel. Verzamel alle, of bijna alle, zogeheten infotrons en begeef je daarna naar de exit, een geel blok met een grote ‘E’ erop. Uiteraard gaat dat niet zomaar. Je pad wordt onder andere versperd door zonks, grijze ballen die omlaag vallen nadat je de ruimte eronder uitgegraven hebt. Je voornaamste vijanden zijn de snik-snaks, schaartjes die je niet mag aanraken maar die je kunt uitschakelen door er een zonk op te laten vallen.

De protagonist, eigenlijk een te duur woord voor Supaplex, is Murphy, een vrij inspiratieloos figuurtje dat nog het best te omschrijven is als de rode broer van Pac-Man. Maar hoe inspiratieloos Murphy ook is, zijn vorm staat geheel in dienst van het spelconcept. Doordat hij precies even groot is als een zonk, is het aannemelijk dat hij zonks kan tegenhouden. Het moment waarop je geraakt werd door een snik-snak of zonk, is nooit te vroeg of te laat. Alles voelt precies goed, iets wat nooit zou werken wanneer Murphy een poppetje met beentjes was geweest.

Supaplex speelt zich af in een computer. De hele wereld is gevuld met printplaten, de tegenhanger van het zand in Boulder Dash. De muren zijn opgebouwd uit RAM-chips. Door printplaten weg te happen maakt Murphy gangen door de wereld, haalt hij de stabiele grond onder de zonks weg en bevrijdt hij snik-snaks uit hun ‘gevangenis’. Waar zonks altijd omlaag vallen, kan Murphy normaal gesproken de zwaartekracht trotseren, behalve in de levels waar gravity van toepassing was. Hierin kan Murphy alleen omhoog bewegen via printplaten, waardoor het belangrijk was om niet meteen alles weg te happen. De gravity gaf een nieuwe twist aan het Boulder Dash-concept en paste net als elk ander element in Supaplex, perfect binnen de formule.

Voorspelbaar

In Supaplex is alles geheel voorspelbaar en juist dat zorgt ervoor dat het spelconcept zo goed werkt. Het gedrag van de snik-snaks, welke kant de zonks op rollen: alles gaat volgens vaste patronen en juist die patronen moet je goed benutten om de latere levels tot een goed einde te brengen. Zo houden snik-snaks altijd dezelfde richting aan, waardoor ze langs de buitenste lijnen van een kamer blijven lopen. Als je ergens in het midden zit, weet je zeker dat je veilig bent.

Daarnaast kent Supaplex tal van subtiliteiten. Zo kun je snik-snaks laten ‘schrikken’ door net voordat ze je raken de andere kant op te bewegen. Hiermee veranderde de snik-snak van richting. Handig om aan een dodelijk schaartje te ontkomen wanneer je in een doodlopende gang wordt achtervolgd. De valrichting van zonks kan worden gestuurd door de kant waar je niet wil dat ze heen vallen, te blokkeren. Door tal van dit soort subtiele mogelijkheden heeft de game een ongelooflijke diepgang. Zeker voor een spel dat met vijf knopjes, de vier pijltjes en de spatiebalk, bediend kan worden.

Binnen puzzelgames is Supaplex hét voorbeeld van hoe je een goed puzzelspel maakt. Bij veel puzzelspellen is op een gegeven moment de rek eruit, waardoor nieuwe elementen geïntroduceerd moeten worden die de fundamenten van het spel aantasten. In Supaplex heb je na dertig levels alle spelelementen gehad, en wordt er de tachtig daaropvolgende levels alleen maar gevarieerd en gecombineerd. Een hedendaags spel als Toki Tori, hoe goed ook, slaagt hier niet in en komt in de laatste levels ineens met een rare bubbel met stappenteller op de proppen. Supaplex heeft dit soort kunstgrepen niet nodig om 111 levels lang te blijven boeien. Je kunt in Supaplex niet schieten, je hebt geen verschillende soorten sleutels of deuren, geen voorwerpen die je ineens sneller of sterker maken. Het spel weet dondersgoed waar de kern zit en elk van de spelelementen sluit daar briljant bij aan.

Maar ook de spelopzet van Supaplex was voor die tijd erg vernieuwend. Je kunt namelijk meerdere speleraccounts aanmaken die ieder hun eigen progressie bijhouden. Elk eerder behaald level kan zo weer geselecteerd worden om deze opnieuw te spelen. Je kunt zelfs tot maximaal drie levels overslaan, mocht je even niet verder komen. Er zijn dus altijd vier levels om uit te kiezen, waardoor je nooit per se dat ene, vervelende level moet voltooien. Het overslaan van levels is ook wel een uitkomst voor de leercurve, die niet altijd even vlak is. Zo zitten vrij in het begin al levels die eigenlijk veel te moeilijk zijn voor het niveau van de speler op dat moment. Maar vergeleken met andere games uit de tijd van Supaplex, die je niet eens lieten saven, was het spel bijzonder vriendelijk van opzet en toegankelijk.  

Blue screen of succes

Als er dan één ding zwak is aan Supaplex, dan is het wel het einde. Een grotere anticlimax is bijna niet voor te stellen. Nadat je werkelijk honderden uren hebt gebruikt om je door de 111 levels te worstelen, krijg je niets meer te zien dan een blauw scherm met daarop in saaie, witte letters een felicitatie en het compliment dat je tot de weinigen behoort die zover is gekomen. Geen mooi plaatje, geen grapje, niets van dat alles. Gelukkig was dit nog jaren voordat we met de Blue Screen of Death kennis zouden maken, anders hadden we het als een regelrechte belediging beschouwd.

Supaplex is tegenwoordig freeware en te downloaden vanaf deze website. Met behulp van het programma DOSBox is het spel ook op hedendaagse PC's prima te spelen.