Carmageddon was bij lange na niet de eerste game waarin knalrood bloed over het beeldscherm werd uitgesmeerd. Door games als Mortal Kombat, Quarantine en Duke Nukem 3D was de gamer anno 1997 al wel wat gewend. Het grote verschil was dat Carmageddon draaide om het doden van onschuldige mensen. Deze mensen hadden weliswaar de schijn van suïcidale neigingen tegen zich omdat ze massaal midden op straat liepen, maar dat rechtvaardigde blijkbaar nog niet dat je over ze heen kon walsen. Maar dat moest. Want, zo luidde de reclameslogan van Carmageddon, “Voetgangers zijn punten. Meer voetgangers, zijn meer punten.”

Zombies zijn voor mietjes

In de marketing van Carmageddon werd het geweldsaspect zeer nadrukkelijk naar voren gebracht. Daarmee werd de controverse gevoed. Er konden zelfs meer punten behaald worden voor het stijlvol doden van voetgangers door ze bijvoorbeeld tegen een muur te pletten. Het geweld leek dé drijfveer voor de veelal jonge spelers om al voetgangersplettend uren achter het beeldscherm door te brengen. Juist die perceptie baarde critici zorgen en de teloorgang van een generatie was volgens hen aanstaande. Hoe kon het ooit goed komen met zulke geweldsbeluste jongeren? De media schreeuwde moord en brand, maar het marketingplan was geslaagd: Carmageddon stond volop in de aandacht en iedereen wilde het spelen.

De controverse heeft Carmageddon enorm geholpen in zijn populariteit, ondanks dat het spel in een aantal landen zelfs werd verboden, of anders zwaar gecensureerd. De menselijke voetgangers werden vervangen door zombies of robots en in de versie voor de Indiase markt werden de koeien verwijderd. Tegenwoordig staan we te juichen als een nieuwe Call of Duty een zombiemodus heeft, want zombies knallen is leuk en cool. In de tijd van Carmageddon waren de zombies nog iets voor een mietjesversie.

Grensverleggend

Maar de controverse zou veel eerder zijn doodgebloed wanneer Carmageddon naast extreem bloederig ook geen ontzettend leuke game was geweest. Een game die destijds zowel technisch als op het gebied van gameplay grenzen verlegde. De game kende een behoorlijk vrij opgezette spelwereld, auto’s die realistisch verkreukelden na de nodige botsingen en knotsgekke bonussen. Ook buiten het geweld om waren er genoeg dingen die Carmageddon aantrekkelijk maakten. En maken.

Want zelfs anno 2010 valt de aantrekkingskracht van de gameplay in Carmageddon nauwelijks te ontkennen. Hoewel het in de kern een racegame is, is het rondjes rijden door de vele checkpoints slechts bijzaak. Wie er als eerste over de eindstreep komt doet er in Carmageddon niet toe, als je er maar komt voordat de tijd voorbij is. Tot die tijd mag je je vermaken in een anarchistische speeltuin vol voetgangers en tegenstanders. Lekker raggen en intussen extra tijd verdienen om alleen maar langer in die speeltuin door te mogen brengen.

Cunning stunt bonus!

Des te verder je in Carmageddon van het uitgestippelde pad afraakt, des te mooier zijn de bonussen die je staan te wachten. Bevroren tegenstanders, de mogelijkheid om onder water te rijden of een onverwoestbare auto die als een stormram tegenstanders aan gort beukt: de exploratiedrift wordt sowieso beloond. Maar tegelijkertijd blijft het wel zaak om je rondjes te rijden of alle andere auto’s tot schroot te herleiden, wat zorgde voor een interessante balans tussen doelen en subdoelen. Je mocht lekker spelen, maar niet tot in de oneindigheid. En juist die beperkte tijd maakte Carmageddon zo interessant. Had je een modus gehad om vrij aan te kloten in de spelwereld, dan was het plezier je snel vergaan. Onder tijdsdruk moet je echter prioriteiten stellen en blijft Carmageddon boeien.

Toch is Carmageddon geen tijdloze klassieker die zelfs de hedendaagse gamer nog aan zijn computer zal kluisteren. Daarvoor is de besturing te stug en zijn de physics te onvoorspelbaar. Met de minste of geringste botsing vliegt je auto de lucht in of ligt je wagen onbestuurbaar ondersteboven, waardoor er niets anders op zit dan een dure recovery te gebruiken. Ook de manier waarop je progressie maakt langs de verschillende evenementen en de veel te dure upgrades, dragen niet bij aan de aantrekkingskracht van het spel. Games als Death Rally hadden wat dat betreft een veel gebalanceerdere opbouw en bewijzen zelfs vandaag de dag nog mee te kunnen. Carmageddon heeft daarvoor net iets teveel hiaten.

Vervolg?

Desondanks zou het mooi zijn als er weer eens wat met Carmageddon gedaan wordt, want de eigenlijke gameplay heeft nog steeds genoeg potentieel, zeker in een online omgeving. Het tweede en derde deel van Carmageddon slaagden er niet in uit te bouwen op wat het eerste deel zo goed maakten en plannen voor een vierde deel liggen al jaren in de ijskast. De rechten liggen inmiddels bij Square-Enix, dat niet bekend staat om uitermate gewelddadige games. De kans dat er nog een nieuwe Carmageddon komt is kleiner dan ooit.

Daarnaast zal het overrijden van onschuldige voetgangers tegenwoordig misschien wel een nog grotere impact hebben dan destijds. Waren de voetgangers in Carmageddon nog pixelige sprites die bij de minste aanraking in aardbeienjam veranderden, tegenwoordig spreken games door middel van ragdoll physics en afzonderlijk afritsbare ledematen op een veel realistischere manier tot de verbeelding. De enige manier om het geweld nog enigszins verteerbaar te maken, is door terug te vallen op zombies. Wat ooit een grove censuurmaatregel was, is nu salonfähig. Zo komt Activision eind dit jaar met de racegame Blood Drive, waarin je over hordes zombies heen moet walsen. We hebben nog niemand horen klagen dat ze geen echte mensen omver mogen rijden.