Althans, dat deden veel mensen. In 2000 werd ik nog geownd door die dikke pinguïn in Super Mario 64 en spamde ik naar boven + B met Kirby in Super Smash Bros. Mijn liefde voor stealth begon pas veel later, toen ik het derde deel uit de Thief-serie, Thief: Deadly Shadows, kocht. Ik kreeg de smaak van het sluipen te pakken en vanzelfsprekend werd ik nieuwsgierig naar de eerdere delen uit de serie.

Aangezien ik met nummer drie was begonnen, leek het mij logisch om de trilogie dan maar achterstevoren te spelen. Toch knapte ik de eerste keer vrij snel af op Thief 2. In Deadly Shadows was ik gewend om iedereen gewoon een fikse klap op zijn kop te geven en vervolgens ongehinderd rond te rennen in de levels. Die strategie was minder succesvol in Thief 2, waar ook steampunkrobots rondlopen. Een pets op de kop heeft daar ten eerste geen effect op en ten tweede maakt het zo’n kabaal dat je binnen de kortste keren omringd bent door een stel schreeuwende wachters. Ook was ik geïntimideerd door de gigantische levels in het spel, waarin ik telkens de weg kwijtraakte.

Thief 2

Mijn eerste keer in Thief 2 was dus op z’n zachtst gezegd geen succes. Gelukkig gaf ik het spel een jaar of twee later een tweede kans.

De eerste keer dat ik Thief 2 weer opstart, moet ik even slikken. Wat? Een resolutie van 640x480? Mensen die eruitzien als slecht in elkaar geprutste origami? Z en C om naar links en rechts te lopen? Gelukkig heeft het spel nog een zeer actieve modding community en kan ik het spel met wat gesleutel op z’n minst in full HD en met normale besturing spelen. Dat maakt het al een stuk speelbaarder. De grootste hordes moeten echter nog komen, aan de slag dus.

Water en vuur

Thief 2: The Metal Age is nog steeds even moeilijk als vroeger, maar dit keer weet ik me al een stuk beter staande te houden. Waar ik vroeger bijna alleen maar gebruikmaakte van mijn knuppel om vijanden bewusteloos te slaan, begin ik steeds meer gehecht te raken aan mijn boog. De robots in het spel werken namelijk op een kolenbrander, waar ik vaak met dodelijke precisie een waterpijl in schiet (na eerst minstens twee keer mis te schieten). De robot hapert dan even en zakt in elkaar. Als ik zin heb in een spectaculairder maar ook lawaaieriger effect, kies ik voor een vuurpijl. Met een oorverdovende knal en een ware vuurwerkshow spat de robot in kleine stukjes uit elkaar. Garrett: 1, Vervelende robot: 0.

Robotparadijs

Ho eens even, robots? Waar komen die ineens vandaan? Daarvoor moeten we even terug naar het einde van The Dark Project, waar Garrett de leider van de natuurliefhebbende Pagans heeft verslagen. Als reactie op de dominantie van de Pagans is er een radicale sekte ontstaan binnen hun tegenstanders, de religieuze Builders. Deze sekte, genaamd de Mechanists, staat in het teken van technologische vooruitgang. Hun leider, Karras, meent dat al het leven volgens hun god imperfect is en uitgeroeid moet worden om plaats te maken voor robots. De sheriff voorziet Karras van criminelen, die ze gebruikt voor lugubere experimenten om hybride mechanische mensen genaamd Servants te maken. Karras schenkt deze huishoudhulpjes aan de rijke stinkerds van de City. Hij heeft echter stiekem een apparaatje in de Servants ingebouwd dat met een dodelijk gas een kettingreactie in gang zet, dat al het leven zal vernietigen. Zo wil Karras zijn visie van het paradijs werkelijkheid maken. Garrett weet Karras’ plan te saboteren door alle Servants naar de thuisbasis van de Mechanists te leiden, waardoor Karras stikt in zijn eigen dodelijke gas. Inderdaad, het verhaal van Thief 2 is minstens zo bizar als dat van Thief: The Dark Project. Tot zover de geschiedenisles, op naar obstakel nummer twee.

Thief 2

Vroeger zag ik ertegenop om de omgevingen in Thief 2 te verkennen. De omgevingen zijn gigantisch en verdwalen is dan ook eerder regel dan uitzondering. Maar inmiddels is het ronddolen één van mijn favoriete bezigheden geworden. De kleinste muntjes, schakelaars en bijbehorende geheime ruimtes zitten namelijk in allerlei krochten van de levels verstopt, waardoor je wel rond móet speuren. Het is mij tot nu toe nog niet één keer gelukt om zonder behulp van het internet alle munten, sieraden en andere waardevolle spullen te vinden. Ik kan gerust één tot twee uur in de levels doorbrengen zonder me ook maar een seconde te vervelen. En dat is hard nodig: met het geld dat ik vind, moet ik levensdrankjes, pijlen en andere gadgets kopen om in het volgende level te gebruiken. Ik doe dus altijd mijn stinkende best om zoveel mogelijk geld bijeen te schrapen, wil ik een kans maken in de moeilijkere levels.

Garrett van Rossem

Naarmate ik verder kom in het spel, leer ik hoofdpersonage Garrett steeds beter kennen. Dit is een einzelgänger die het liefst met niemand iets te maken wil hebben en alleen voor zichzelf leeft. Garretts specialiteit is cynische opmerkingen maken, die het chaotische leven in de City in perspectief zetten. Wanneer Garrett via de daken onderweg is naar een zwaar versterkte burcht, zegt hij: “Hey, the City looks almost bearable from up here”, wat in één zin Garretts ongezouten mening over de City en haar inwoners laat zien. Eigenlijk lijkt Garrett best wel op onze eigen beroepscynicus Maarten van Rossem, maar dan iets slanker en behendiger. Garrett voegt net dat beetje persoonlijkheid toe, en tilt het spel daarmee naar een hoger niveau. Ik zit regelmatig achter mijn computer mee te gniffelen met Garrett terwijl hij het onbetaalbare porseleinen servies van een baron in zijn zakken schuift en in de nacht verdwijnt.

Thief 2

Ik geef mijzelf een welverdiend schouderklopje, omdat ik door heb gezet en Thief 2: The Metal Age toch heb doorgespeeld. Nu ik terugkijk, had ik het spel voor geen goud willen missen. De gameplay, het verhaal en de setting maken het totaal tot een ijzersterk geheel. Dus als je ook zo teleurgesteld was in de reboot, kijk dan niet verder, maar juist terug en dompel je onder in The City en haar intriges.