Soms voelt het alsof Nintendo opzettelijk zijn tijd afwacht. Alsof er een kunstmatige luwte gecreëerd wordt waarin het verlangen naar een nieuwe Metroid alsmaar groter en groter wordt. Wie een beetje in complottheorieën gelooft, weet dat Nintendo al eens eerder iets soortgelijks heeft uitgevoerd met Metroid. Van ruimteheldin Samus Aran zagen we op de Nintendo 64 enkel een verschijning in Super Smash Bros.. Pas op de GameCube kregen we die glorieuze terugkeer waar sinds de Super Nintendo op gewacht werd.

Gebaseerd op een meesterwerk

We zijn meer dan tien jaar verder en nog steeds blinkt Metroid Prime uit in zijn overstap naar de derde dimensie en in zijn meesterlijke design. Hoe je het ook wendt of keert of hoeveel Prime ook lijkt op een first-person shooter, diep van binnen is het toch echt een typische Metroid-game, met diezelfde kenmerkende opbouw.

In sommige opzichten neemt Prime dat idee misschien wel iets te precies over. Wie heel kritisch kijkt, herkent in veel delen van Prime’s verhaal en omgevingen iets van Super Metroid. Beide games beginnen op een ruimtestation die na een ontsnapping onder tijdsdruk explodeert, beide games laten je een gezonken station doorzoeken en beide games kennen Ridley als één van de laatste eindbazen. Het zou een hommage genoemd worden als het er soms niet net te dik bovenop ligt.

Metroid Prime afschrijven als een simpele remake zou echter een vergissing zijn. Het spel haalt zijn inspiratie uit één van de beste games ooit, maar weet ook boven zijn inspirator uit te stijgen. Het allerknapste aan Metroid Prime is dat het spel nog steeds als een echte Metroid voelt. De omgevingen zijn groter, gedetailleerder en in drie dimensies te verkennen, maar dat wil niet zeggen dat de hele wereld verkend kan worden. Je verzamelt vaardigheden die beetje bij beetje meer deuren open, ingestorte gangen vrijmaken en gevaarlijke vijanden temmen.

Uitleggen zonder woorden

Het bijzondere van Prime is dat die functie van een nieuwe vaardigheid meteen duidelijk is. Of het nu een aanpassing van het hightech-pak van Samus is of een nieuw vizier waarmee je de wereld op een andere manier kunt bekijken, het wordt onmiddellijk duidelijk waar in de wereld je die nieuwe krachten moet toepassen. In de uren voordat er een nieuwe vaardigheid op het pad van de speler komt zijn er genoeg kleine eigenaardigheden in de omgevingen te spotten die aan je gaan knagen. Samus kan bijvoorbeeld nog niet hoog genoeg springen om een bepaalde deur te bereiken - of groot rotsblok blokkeert de weg naar een nieuw gedeelte van een gangenstelsel.

Het zijn zulke typische hints waarmee Metroid-games spelers al sinds het eerste deel weten te prikkelen. Daarin schuilt ook de grootste kracht van Metroid Prime. De buitenaardse planeet waar het spel zich op afspeelt intrigeert en is gebouwd om in te verdwalen. Van de ruïnes van de Chozo-beschaving tot de lavagrotten van Magmoor en de ijsvlaktes van Phendrana: stuk voor stuk zijn de rijke omgevingen met zoveel detail gevuld dat er geen uitleggerige tussenfilmpjes nodig zijn om de speler duidelijk te maken wat ze zo speciaal maakt. Er zijn gedeeltes die gescand kunnen worden voor extra informatie, maar een speler die niet van lezen houdt kan het verhaal prima volgen door op te letten op de omgevingen.

Een ander onderdeel van Metroid, de strijd tegen de flora en fauna op een andere planeet, is minstens zo goed overgezet. De planeet stikt van vijandige natuur die het beste uit haar lijden kan worden verlost. Metroid Prime gebruikt daarvoor een schietsysteem waarmee je met een druk op de knop op vijanden richt. In iedere andere game zou alle uitdaging daarmee onmiddellijk verdwenen zijn, maar Metroid Prime introduceert de mogelijkheid om snel aan de kant te duiken voor vijandelijk vuur en kent vijanden die uit de greep van de richtcomputer weten te ontsnappen, waardoor ze opnieuw opgespoord moeten worden.

Het heeft misschien wel wat langer geduurd, maar Metroid Prime was uiteindelijk net zo’n schot in de roos als Super Mario 64 en The Legend of Zelda: Ocarina of Time dat waren op de Nintendo 64. Dat we ons nu weer in een Metroid-luwte begeven is spijtig, maar als de volgende Metroid-game uiteindelijk weer net zo’n alles-op-z’n-kop-zettende game als Metroid Prime oplevert, wachten we de comeback van Samus maar al te graag af.