Wie gaat er schuil achter de alom aanwezige naam Tom Clancy? Laten we gelijk maar met deur in huis vallen: veel schrijven doet Tom Clancy niet meer. Ook al zie je nog regelmatig nieuwe producten met zijn naam verschijnen, dat betekent niet dat dat werk ook daadwerkelijk van zijn hand komt. De beste man heeft na meer dan 50 miljoen verkochte boeken, drie films en een lange rij aan games zijn zakken goed gevuld en laat het schrijfwerk over aan anderen.

Zo was het niet altijd met Tom Clancy. De Amerikaan werd geboren in 1947 in Baltimore, Maryland. Na zijn studie Engelstalige literatuur aan Baltimore’s Loyola College begon hij als verzekeringsmakelaar in de regio. In zijn vrije uurtjes sloeg Clancy aan het schrijven. Vanuit zijn enorme interesse en kennis van technologie, het leger en alles wat daarmee te maken heeft, was het logisch om dit onderwerp als leidraad te gebruiken voor zijn boeken. In 1984 kwam hij met zijn eerste roman op de proppen. The Hunt for Red October werd niet alleen Clancy’s eerste boek, maar ook Clancy’s eerste grote succes. Op de rug van een openlijke aanbeveling van toenmalig president Ronald Reagan schoot het boek naar de New York Times bestseller lijst.

Dankzij een combinatie van realistische en gedetailleerde militaire scenario’s wist hij niet alleen een grote groep reguliere Amerikanen aan zich te binden, maar kon hij presidenten, generaals en admiralen ook al snel tot zijn lezerschare rekenen. Voor Clancy betekende dit niet alleen een aanzienlijke groei in status, maar ook toegang tot geavanceerde militaire voertuigen en gereedschappen. Deze kruisbestuiving tussen leger en schrijver gaat zelfs zo ver dat boeken van Tom Clancy als verplicht leesmateriaal gebruikt worden op Amerikaanse militaire academies.

Clancy’s eerste stappen in de gamewereld

Dat Tom Clancy niet alleen geïnteresseerd was in militaire technologie, bleek toen hij in 1996 Red Storm Entertainment oprichtte samen met Doug Littlejohns. De Amerikaanse schrijver kwam op het idee om de uitgave van zijn boeken te begeleiden met het uitbrengen van een gerelateerde computerspellen. Het eerste resultaat hiervan was Politika, een Risk-achtig spel voor de PC, gebaseerd op het gelijknamige boek. Het werkelijke succes begon met de ontwikkeling van Rainbow Six in 1998.

De belevingswereld van de tactische eenheden van het Amerikaanse leger implementeren in het fps-genre was een schot in de roos. Iets dat Clancy naar eigen zeggen ook al snel doorhad. Tegenover Gamespy: “Toen de eerste missie van Rainbow Six tot stand kwam, realiseerde we dat we wellicht een hit in handen hadden, maar we hadden niet verwacht dat het zo’n enorm succes zou zijn.” Waar de gamewereld eerst voornamelijk werd voorzien van snelle arcade-achtige schietspellen, kreeg het nu een heus realistisch schietspel voor de kiezen, waarbij geduld en planning de sleutelwoorden waren. Een sterke coöperatieve multiplayermodus was verder bewijs van de uitstekende mix tussen fps en militair realisme. Tom Clancy was met deze game in één klap een naam binnen de industrie.

Rainbow Six

‘Ik speel nooit spelletjes’

Na Rainbow Six volgde nog een hele rits aan Tom Clancy-spellen. Franchises als Ghost Recon, Splinter Cell en het pas aangekondigde The Division zijn niet meer weg te denken uit het hedendaagse gamelandschap. Zelf zul je de schrijver niet zo snel achter een console zien. Tegenover Larry King zei Tom Clancy in 2000 dat hij ‘nooit spelletjes speelt’. Clancy zegt het tijdens het gesprek leuker te vinden te helpen met de formule van de spelletjes, dan ze zelf te spelen. Eenzelfde sentiment spreekt hij uit in een interview met Gamespy, waarin hij zegt dat hij naar een nieuwe manier zocht om zijn verhalen te vertellen. “Het is niet alleen ik die het verhaal vertel, het is ik die het idee voor een verhaal ontwerpt en het aan de speler overlaat om hun eigen einde te schrijven.”

De tijden dat Clancy zelf de pen ter hand nam om verhalen voor Ubisofts games te schrijven zijn voorbij. Sinds Ubisoft Red Storm Entertainment in 2000 overnam, kiest de Franse gigant vooral voor de zekerheid van een stroom aan nieuwe titels. Dit betekent dat professionele Clancy-schrijvers in dienst zijn om te zorgen dat er constant materiaal voor handen is om nieuwe games te ontwikkelen. Toch betekent dit niet dat Tom Clancy slechts een lege merknaam is. De formule van een Tom Clancy-titel is nog steeds intact en heeft een zekere identiteit.

Amerikaanse trots

Mensen die de spellen met de naam Tom Clancy gespeeld hebben, kennen de overduidelijke Amerikaanse invalshoek en het militaire macho-element. Het schuilt diep in de kern van Tom Clancy, die zich sterk verbonden voelt met zijn land en de militaire macht die het bezit en uitdraagt. “Het is de ultieme pornografie... Er is niets zo pornografisch dan de glorificatie van oorlog.” Ook de heldenrol die de generaals in Clancy’s verhalen vaak innemen zijn volgens de Amerikaan gerechtvaardigd. Tegenover CNN: “Je pikt generaals niet zomaar van een bankje in het park... Ze zijn experts in hun gebied. Er gaat veel denkwerk in zitten. Ik wil de intellectuele dimensie van het leiden overbrengen naar de mensen, zodat ze weten dat het moeilijk is om een generaal te zijn. En dat de mensen met een sterren op hun schouders slim en goede gozers zijn.”

Dat is Clancy ten voete uit. Wie zijn boeken leest wordt constant geconfronteerd met een duidelijke scheidslijn tussen goed en fout, waarbij de Amerikanen in het uniform vaak aan de goede kant van het spectrum staan. Samen met de utopische visie over de kracht van technologie en informatie heeft Clancy een duidelijk merk van zijn persoonlijke interesses en overtuigingen gemaakt. Tegenover Larry King (2000) legt hij deze zienswijze nogmaals uit: “De gemiddelde persoon is redelijk slim, als je hem de mogelijkheid geeft om zijn eigen beslissingen te maken. Dat is de hele opzet van Amerika, en dat is waarom Amerika heeft kunnen floreren. Het floreert omdat als de gemiddelde persoon informatie kan krijgen, hij beslissingen kan maken.”

Clancy zelf, met zijn onuitputtelijke stroom aan gedetailleerde informatie over de oorlog, is het levende bewijs van zijn eigen opvattingen. Toch vallen er genoeg kanttekeningen te plaatsen bij zowel de opvattingen als de persoonlijkheid van de man. Hoewel hij pocht te weten wat de gemiddelde persoon wel en niet kan en zich graag distantieert van de zogenaamde elitisten -“Ik spuug op elitisme. Laat me een elitist zien, en ik laat je een loser zien.” (Schafer, 1995), is Clancy toch vooral het boegbeeld van een oppervlakkige pro-militarische en vooral conservatieve denkwijze.

Hoewel de technocowboy zijn gedachtes nog enkel sporadisch uitdraagt - hij heeft weinig met media of interviews, heeft de Amerikaan zijn formule dermate vercommercialiseerd dat hij met een gerust hart op zijn ranch achterover kan leunen om Ubisoft de strijd aan het front uit te laten vechten.