In eerste instantie is de PlayStation 4 een rasechte spelcomputer. Sony heeft sinds de E3-presentatie van dit jaar keihard zijn best gedaan te benadrukken dat deze console echt ‘for the players’ is en mogelijke ingrepen die gamers potentieel tegen de borst zouden kunnen stuiten, werden dan ook rigoureus de prullenbak in gegooid. Wat overblijft is een stijlvol apparaat dat inderdaad uiterst geschikt is om op te gamen.

Een van de absolute uitblinkers is de DualShock 4-controller, een van de beste – zo niet de beste – controller die op dit moment op de markt is. De DualShock 4 ligt erg fijn in de hand, heeft stevige knoppen en vooral zwaar verbeterde analoge sticks dankzij een wat stuggere rotatie en handige inkepingen. Daarnaast kent de controller ook nog enkele nieuwigheden in de vorm van een lichtbalk aan de voorkant, een klikbaar touchpad bovenop en een interne speaker. Deze toevoegingen zijn los misschien niet revolutionair, maar maken van de DualShock 4 wel een erg complete controller. De meest functionele extra is misschien nog wel de 3.5mm jack-ingang onderaan de gamepad, waaraan gemakkelijk een headset gekoppeld kan worden. Het doet ons het gebrek aan bluetooth-ondersteuning voor een headset bijna vergeten. Een opgeladen DualShock 4-controller gaat zo’n 8 uur mee, wat aanzienlijk korter is dan de DualShock 3. Een extra lange micro-usb-kabel aanschaffen voor het opladen tijdens het gamen is dus geen overbodige luxe.

DualShock 4-controller

Simpel en strak

Wie het apparaat zelf van de buitenkant bekijkt merkt onmiddellijk op dat de PlayStation 4 verrassend compact is. De strakke lijnen, het glimmende vlak op de verder matte console en vooral de schuine voorkant zijn het meest opvallend. Wanneer je de PlayStation 4 aanzet middels de goed weggewerkte power-knop, springt daarnaast het sneetje licht onmiddellijk in het oog, die via een kleurige gloed de status van de console aangeeft. Het is hiermee geen anoniem apparaat geworden dat zich onopvallend schikt tussen de overige entertainmentapparaten in de huiskamer. De PlayStation 4 zet zich met zijn uiterlijk nadrukkelijk neer als een hypermodern apparaat.

Qua aansluitingen houdt de PlayStation 4 het dan weer vooral bij de basis: Twee usb 3.0-ingangen aan de voorkant en een HDMI-ingang, optische audio-uitgang en ingang voor de PlayStation Camera aan de achterkant. Natuurlijk ontbreekt ook een ingang voor het stroomsnoer niet.

PS3 en PS4 vergeleken

Sociaal

Dit bij de basis houden is iets dat Sony ook in de interface heeft doorgetrokken. De menu’s zijn afgestemd op de buitenkant van het apparaat: strak en simpel. De interface bestaat uit een horizontale set vlakken met als beginpunt het Facebook tijdlijn-achtige What’s New en daaropvolgend de meest recentelijk afgesloten applicatie. Wanneer je een applicatie selecteert, ontvouwt een menu met contextgevoelige opties. Boven deze horizontale balk zit een algemene balk met zaken als Partychat, PlayStation Store en instellingen. Het geheel reageert soepel en blinkt uit in eenvoud.

Toch heeft de menustructuur wel duidelijk zijn beperkingen. We zijn inmiddels gewend aan uiterst gestroomlijnde besturingssystemen op tablets en mobiele telefoons waarbij simpele zaken als notificaties of sociale functies in een handomdraai te gebruiken zijn en direct omgezet kunnen worden in acties. Bij de PlayStation 4 lijken deze op het oog simpele taken soms verrassend veel klikken nodig te hebben. De invloeden van de oude PlayStation 3-interface zijn nog goed voelbaar en in een wereld waarin sociale applicaties een belangrijke rol spelen, zou een compleet nieuw uitgedachte interface niet hebben misstaan.

De PlayStation Store borduurt bijvoorbeeld ook voort op de digitale winkel die we van de PlayStation 3 kennen. En waar we bij de rest van de interface wat meer durf en innovatie hadden willen zien, is de opzet die Sony vorig jaar in de Store doorvoerde en nu dus behoudt, eigenlijk best fijn. Digitale winkels zijn vaak lastig te navigeren, maar de PlayStation Store is met een simpel menu aan de linkerzijkant en aan de rechterkant genoeg ruimte om via filmposterachtige afbeeldingen beschikbare games te etaleren bijzonder doeltreffend.

Waar Sony qua interface wel gedurfd vernieuwt is de toevoeging van de share-knop op de DualShock 4. Met deze knop zijn screenshots en video’s zeer gemakkelijk te maken en delen. Het is een leuke toevoeging die in combinatie met de directe connectie met sociale netwerken goed werkt. Hoewel het afwachten is of we op de sociale netwerken straks niet à la Zynga ondergespamd worden door vrienden die allemaal een ‘fantastische’ screenshot of video hebben gemaakt, brengt deze toevoeging console-gaming wel op een attractieve en concrete manier naar social media. Het meest interessant is hierbij de optie om games te livestreamen via Twitch of Ustream. Vrijwel al deze functies zijn gratis te gebruiken. Online multiplayer is echter in de meeste gevallen niet meer gratis en vereist nu een PlayStation Plus-lidmaatschap.

Krachtig en rustig

Na urenlang games gespeeld te hebben valt op dat de PlayStation 4 zowel krachtig als opvallend rustig is. De console wordt zeker wel warm na een speelsessie, maar geen moment echt heet. Daarnaast is het heerlijk om de PlayStation 4 niet te horen zoemen of zuchten. Dit is best een knappe prestatie gezien het apparaat naast een dosis vuurkracht (een aangepaste octacore-processor gebaseerd op de x86 AMD Jaguar-technologie, een Radeon CPU, 8GB aan GDDR5-werkgeheugen) ook onderdak aan een energieblok geeft.

Dankzij deze ijzersterke configuratie draaien games soepel en zijn enkele glimpen van waar de PlayStation 4 toe in staat is nu al op te vangen in spellen als Killzone Shadow Fall en Resogun. Is het grafisch een grote stap? Nee, maar de vertoonde beelden bieden wel genoeg vertrouwen voor de toekomst. Toch lijkt Sony in zijn missie om de ultieme spelcomputer te maken af en toe zijn doel voorbij te zijn geschoten. Zo is het gebrek aan playback van bepaalde media (mp3’s, video) niet acceptabel. Inmiddels belooft Sony wel beterschap middels een update, maar het blijft een wat consumentonvriendelijke actie.

Het is een beslissing die in het straatje ligt met de keuze voor een relatief kleine 500GB harde schijf. Sony gelooft sterk in zijn cloud-services (Music Unlimited, Video Unlimited, Gaikai) en het limiteren van lokale afspeel- en opslagopties is hiermee wellicht een wat botte push richting de consument om hier dan ook vooral gebruik van te gaan maken. Dit is niet geheel onbegrijpelijk, maar de concessies die we daarvoor moeten doen komen nog niet helemaal overeen met de realiteit van een service als Gaikai en de kwaliteit die services als Music en Video Unlimited bieden.

Zenuwcentrum

Het toekomstbeeld dat Sony ons graag voorhoudt is dan ook een plaatje waarin streaming-technologie muziek, video en vooral games naadloos naar de verschillende Sony-apparaten brengt. De PlayStation 4 functioneert hierbij als het moederschip. Dat deze functie als het zenuwcentrum van het Sony-entertainment het apparaat goed ligt, blijkt wanneer we de PlayStation Vita via remote play aan het werk zetten. Games worden via een Wi-Fi-netwerk met zeer weinig vertraging naar de Vita gestreamd. Hoewel de besturing voor bepaalde games niet ideaal is en het spelen van een snelle online shooter door de input lag lastig is, blijft het een uiterst toffe en nuttige functie. Het is om die reden jammer dat we nog niet kunnen kijken in hoeverre Gaikai zijn zeer ambitieuze potentieel kan waarmaken. Vooralsnog schittert de technologie namelijk vooral door afwezigheid. Juist nu zou toegang tot de enorme catalogus PlayStation 3-games een zegen zijn voor de PlayStation 4, die door het overgaan op de gangbare AMD-architectuur nu deze games niet kan afspelen.

Games

En uiteindelijk rekenen we met zijn allen de console vooral af op de games die ervoor beschikbaar zijn. De PlayStation 4 heeft op het moment met Killzone Shadow Fall een degelijke shooter, met Resogun een parel voor de fijnproever, en met verschillende third-party games ten minste één game voor elk type gamer. Duidelijk is wel dat de huidige generatie consoles, evenals de Wii U, op het moment een stuk sterker aanbod aan games hebben.

De PlayStation 4 is hiermee vooral de beste spelcomputer met de minste games. En naast het gamen is er vooralsnog te weinig te beleven op de PlayStation 4. 399 euro is zeker geen onredelijke prijs voor de techniek en kwaliteit van het apparaat en ook het PlayStation Plus-abonnement is verre van geldklopperij, maar uit enkel een mooi perspectief kunnen we geen plezier halen. Als Sony de Gaikai-belofte echter weet in te lossen, gedurfder en vernuftiger wordt met zijn interface en spelontwikkelaars kan verleiden om met alle remmen los te ontwikkelen voor de machine, dan is de PlayStation 4 het ultieme apparaat dat ons de komende zes à zeven jaar voorziet van vermaak.