In 2004 organiseerde gamewebsite Penny Arcade (ergo PAX, kort voor Penny Arcade Expo) een beurs die geheel was toegewijd aan gaming. Een destijds ongewoon idee dat al snel in de smaak viel bij de consument. Het game-event groeide met de jaren in bezoekers, frequentie en opzet. Inmiddels staat PAX met twee events, PAX Prime in Seattle en PAX East in Boston, garant voor de twee grootste game-events in de Verenigde Staten. Ja, groter dan de E3. Daarom doen ook dit weekend tienduizenden gamers het in tientallen centimeters sneeuw bedekte Boston aan. Deels om games te spelen, deels om die indrukwekkende Amerikaanse gamecultuur op te snuiven. Waar kan dat laatste nou beter dan in een van de vele panels?

Pax East

 

Business basics for indies

De documentaire Indie Game: The Movie illustreerde het haast perfect. Indiegame-ontwikkelaars verkiezen onafhankelijkheid boven alles. De kunst mag het nooit afleggen tegen de verkoop. De tamelijk jonge mogelijkheid voor een ontwikkelaar om zich te ontdoen van PR-managers, vercommercialiseerde DLC-concepten en de verantwoordelijkheden van miljoenenbudgetten motiveert dagelijks duizenden zelfstandige gamers en studenten om het zelfstandige pad te bewandelen. Het is wellicht het meest romantische verhaal dat onze industrie heeft voortgebracht.

Onafhankelijke ontwikkelaars schieten als paddenstoelen uit de grond. Het resultaat van die trend is zo nobel en prijzenswaardig dat zelfs bekende AAA-ontwikkelaars als David Jaffe, Cliff Bleszinski en Ken Levine miljoenenstudio’s hebben verlaten. Het is geen geheim van wie ze hun nieuwe ambities lenen. Alsof ze altijd al indie-ontwikkelaars wilden zijn, maken ze nu ingetogen games en staan ze aan het roer van een studio die vaak niet groter is dan het zolderkamertje waar ze begonnen (al dan niet onder het dak van een grote uitgever als 2K, maar soit).

Dan Adelman specialiseert zich in de marketing van indiegames en heeft onder meer Axiom Verge onder zijn hoede. De salesman ageert in dit panel tegen het ideaalbeeld dat veel indie-ontwikkelaars zo hoog in het vaandel hebben staan. Adelman is van mening dat indiegaming ‘een verschrikkelijke business’ is die ‘je maar beter kunt vermijden als je je niet beseft dat marketing een betere game maakt’. Hij verfoeit de beginselen van het onafhankelijke ontwikkelingsproces omdat ze volgens hem niet tot een beter (lees: verkoopbaar) product leiden. Controverse genoeg om een kijkje te nemen.

Axiom Verge

The universality of video game music

‘The universality of video game music’ is een leuke naam voor een panel, maar ‘gamemuziek’ lijkt net als filmmuziek een te breed begrip om universeel te kunnen zijn. Ze omarmt veel genres, nóg breder dan de opzwepende techno uit Miami Hotline, de chiptunes-muziek op de door ons bejubelde Eindbaas-concerten of orkestrale epossen zoals die in Guild Wars en Final Fantasy. Gamemuziek is eerder een passie dan één bepaald genre. Een weinig concrete passie, maar een passie.

Vanuit dat standpunt vertellen (veelal onbekende) liedhebbers en componisten in dit panel over de pareltjes die zij koesteren. We zijn met name geïnteresseerd in de logica achter gamemuziek. Wat maakt een goede soundtrack? En wanneer is een soundtrack goed? Met name dat laatste vraagstuk belooft uitgebreid aan bod te komen. Het welbekende Video Game Orchestra (ook uit Boston) is die dag eveneens ter plaatse op de PAX. Een componist van het orkest, Shota Nakama, maakt onderdeel uit van het panel. We sluiten een ‘verrassend’ optreden in de nabijgelegen concertzaal niet uit, al geldt dat vooral op basis van goede hoop.

 Video Game Orchestra

Enabling co-op mode: improving identity-based conversations

Het internet biedt gamers alle ruimte om te discussiëren, maar dat is zelden een garantie voor een goed gesprek. Wanneer op het web meningen/games/consoles aan bod komen waaraan gamers een gedeelte van hun identiteit ontlenen gaat het wel eens mis. “Rot op, de Xbox One is beter dan de PlayStation 4.” “Hoe kom je erbij, Real Madrid in FIFA 15 beter dan FC Barcelona?” “Ga naar huis console-dreumes, pc-gamers zijn de gevestigde elite der hardcore-gamers.” Dat soort simpele onzin.

De panelleden duiken in de psyche van de op onverklaarbare wijze gekwetste internetreaguurder. Is een verdedigende houding die persoon überhaupt kwalijk te nemen? Wat als je een gesprek over jouw persoonlijke passie ‘automatisch’ met het mes tussen de tanden aangaat? Wat als je op de fora niet kunt schakelen tussen de competitieve modus en de co-op-modus?

In dit panel bespreken Christine Chung en Georgia Dow, beiden gespecialiseerd in zogeheten conflictoplossing, de methodologie om onderwerpen waaraan mensen een gedeelte van hun identiteit koppelen met betere intenties (en afloop) te kunnen bespreken. Ze analyseren waar het op de fora vaak fout gaat en wat lezers en kijkers behelst zo fel van leer te trekken.

Game review over: Critiquing the way we critique games

Op de Gamer.nl-redactie was het onlangs hét gesprek van de dag: games evolueren, wordt het tijd dat onze recensies hetzelfde doen? In de Gamer.nl-podcast lieten we al doorschemeren altijd zoekende te zijn naar de beste manier om games op de juiste manier te beoordelen. Die traditionele functie, het beoordelen, lijkt met de dag minder relevant te worden. De opkomst van YouTube en Twitch stelt de consument snel in staat een eigen oordeel te vellen. Recensies zijn niet langer enkel een koopadvies. Lezers willen bijvoorbeeld ook hun mening en ervaringen spiegelen met die van de recensent. ‘Ben ik nou zo slim of is hij/zij nou zo dom?’

In deze periode waarin games net als de vorm waarin ze zijn gegoten blijven veranderen, staat dit panel vooral stil. Want wat is nog het nut van de traditionele game-recensie? In een discussie met bekende gamejournalisten en –recensenten als onder meer Jeff Gerstmann (Giant Bomb), Greg Miller (Game Over Greggy) en Marty Sliva (IGN) wordt getracht die vraag te beantwoorden. Een nobel streven, al lukt dat natuurlijk niet in een panel van anderhalf uur. Veel gamemedia delen de problemen, niet de antwoorden.

Giant Bomb op Pax East

Angry Video Game Nerd-panel

Waarschijnlijk levert een panel met The Angry Video Game Nerd geen insider-weetjes op, maar daar hebben we volledig schijt aan. Ja, schijt, zoals The Angry Video Game Nerd dat zelf zou hebben. Zo ‘recenseert’ het tierende alter-ego van James Rolfe immers al jaren retrogames op YouTube. ‘Fuck’ roepend en bier smijtend maakt hij kenbaar hoe game Y hem doet koken van woede, om die agressie een weekje later te botvieren op game X. Niets kan ‘AVGN’ bekoren. Alles is ‘a piece of fucking horseshit’. Of nog erger. ‘ This is worse than a piece of shit. It’s a whole shit.

James Rolfe is een geweldig filmmaker en -kenner, maar bovenal een echte (game)nerd die weet wat andere (game)nerds grappig vinden. Mocht je niet bekend zijn met dit internetfenomeen, bezoek even zijn website Cinemassacre.com. Genoeg om te zien, weinig om serieus te nemen. Een insteek die al duidelijk wordt aan het begin van ieder filmpje dankzij de buitengewoon provocerende themesong. En misschien, heel misschien, gaan we zelfs in de rij staan voor een handtekening. ‘Fuck’ roepend en bier smijtend, uiteraard.