Het begint simpel: je bouwt een dorp, dat vervolgens groeit, waardoor je meer elektriciteit en brandstoffen moet leveren. De kunst is om het milieu niet teveel te vervuilen, want daar worden de inwoners weer ongelukkig van. Dat klinkt als SimCity, en zo voelt het ook wel een beetje, maar dan duidelijk meer gericht op de balans tussen mens, stad en natuur. Naast dat je de stad steeds groter wilt maken, wat alleen kan wanneer je deze balans in stand houdt, wil je ook zoveel mogelijk punten binnenhalen. Door een competitief element toe te voegen hoopt Paladin de ervaring niet alleen leerzaam, maar ook leuk te maken.

Wat vooraf ging

Derk de Geus, de CEO van Paladin, herinnert zich de beginfase van EnerCities: “Het idee werd geboren tijdens de IEEA (een evenement over energiegebruik - redactie). Erik Knol van [adviesbureau] Qeam was bezig met een aantal projectvoorstellen voor de IEA en zag dat educatie van jongeren één van de doelstellingen was. Hij kent ons goed en wist dat we games maken. Vandaar dat we samen om de tafel zijn gaan zitten om te brainstormen. Een paar maanden later lag er een vijftig pagina's tellend voorstel. Een half jaar nadat we het hadden opgestuurd naar Brussel kregen we reactie en na bijna een jaar konden we het project starten. De eerste ideeën stammen dus uit 2007. Het heeft wel even geduurd allemaal.”

Het project wordt voor één miljoen euro gefinancierd door het Intelligent Energy-programma van de Europese Commissie. Dat lijkt flink wat geld, maar schijn bedriegt. “Die één miljoen klinkt natuurlijk onwijs gaaf, maar zo rooskleurig is het helaas niet!”, aldus De Geus. “Ten eerste is dat budget voor het hele project. Ongeveer 25% daarvan is beschikbaar voor het ontwikkelen van het spel. Maar belangrijker is dat we verlies draaien op dit spel. De budgetten dekken 75% van de kosten. Dus voor elke 100 euro die we betalen aan bijvoorbeeld loon en overige kosten, krijgen we ongeveer 75 euro van de EC. Interessant rekensommetje! We hebben dus een hoop moeten investeren, maar uiteindelijk gaat dat het waard zijn. De publiciteit is super en we hebben veel geleerd tijdens de ontwikkeling.”

Facebook

Die publiciteit komt onder andere doordat de Europese Commissie het project steunt en dat de game niet alleen in Nederland, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Duitsland, Spanje en Slovenië wordt uitgebracht. Een andere grote troef is dat de game op Facebook staat. Spelers kunnen hun scores delen met hun vrienden via de 'Post To Wall'-functie. “Facebook maakt de competitie intenser. Een algemene highscore is leuk, maar je staat natuurlijk standaard op de allerlaatste pagina. Als je tegen je vrienden zit te spelen wordt het echt een ander verhaal. Het maakt mij veel meer uit of ik een hogere score heb als ik je persoonlijk ken. Het wordt op die manier echt een strijd om de hoogste score.”

Daarnaast is Facebook met meer dan 350 miljoen gebruikers natuurlijk een gigantisch platform voor je game. Dat bewees Farmville al, dat maar liefst 75 miljoen Facebook-gebruikers heeft. Ook de bèta van EnerCities die eind vorig jaar lanceerde op de netwerksite liep goed. Tijdens de eerste twee maanden werd het spel door meer dan drieduizend spelers zo'n tienduizend keer gespeeld. Op de website van de game werd het 'maar' vierduizend keer gespeeld. De Geus: “Het spel verspreidt zichzelf, zonder dat je daar traditionele marketing tegenover hoeft te zetten.”

Educatief?

En een flinke verspreiding is natuurlijk cruciaal om zoveel mogelijk jongeren over de implicaties van milieuvervuiling te vertellen. Maar zijn games wel echt zo geschikt om mensen iets te leren? “Elke gamer weet dat je bepaalde skills kunt opbouwen door spelletjes te spelen. Dit geldt voor actiegames, maar ook voor strategiegames, denkspellen en puzzelspellen. EnerCities leert je niets over Megawatts of zonnecellen, maar het geeft je wel een beter beeld van de implicaties van bepaalde acties.”

Dat vraagt om een voorbeeld. “Als je nu drie kolencentrales neerzet, heb je straks een probleem met het milieu. Maar ze zijn wel een stuk goedkoper dan zonnecellen”, vertelt De Geus. “En als je allemaal windmolens neerzet heb je gewoon te weinig stroom voor je stad als die gaat groeien. Aan de andere kant kun je niet alleen maar bossen neerzetten, want dan laat je de economie en mensen in de kou staan. Dat spelletje van balanceren is precies waar we op mikken, want dan kun je de discussie aangaan. Een goede docent zal EnerCities dan ook gebruiken als gereedschap om discussies te voeden, en niet als lesboek met als resultaat dat je feitjes kunt opdreunen. Als je dat wil bereiken, moet je maar een lesboek maken.”

De vraag is natuurlijk of spelers van EnerCities echt wat opsteken. De initiatiefnemer van het project, de Nederlandse organisatie Qeam, zal dit en volgend jaar de effectiviteit van het project dan ook onderzoeken. “Het echte werk moet nog gebeuren, maar we hebben al wat gepolst natuurlijk”, verzekert De Geus. “Mensen die in de klas het spel hebben gespeeld, met begeleiding van een docent, werden echt wakker geschud. De mooiste reactie vond ik die van een studente die de televisie eerst altijd aan liet staan. Maar nu liep ze de kamer uit en dacht: hey, dat ding kost stroom, laat ik 'm uit zetten. Dit voorbeeld zegt natuurlijk niet veel, maar in de resultaten van de bèta komt naar voren dat er wel degelijk over nagedacht wordt.”

De Geus benadrukt echter dat een spel op zich niet per se de redder van het leersysteem is. “Zelf denk ik dat de docenten een belangrijke rol spelen om de sessies te begeleiden en kritische vragen te stellen. De docenten zelf merken ook dat de betrokkenheid groter is. Het is gaaf om te doen, mensen willen gewoon een hoge score halen. We zaten in Duitsland te spelen en een student had een hogere score dan ik. Hij was onwijs trots, en terecht - je hebt dan wel even de gamedesigner verslagen in zijn eigen spel.”

Lol

Maar voor alle lering die mogelijk uit EnerCities te trekken is, is het belangrijkste altijd nog dat mensen met plezier spelen. “Onze slogan is 'Life is Play' en onze missie is mensen een glimlach te geven. Dat we nu een non-fictief thema hebben voor deze game, maakt in feite niets uit.” Daarbij merkt De Geus scherp op dat er heel veel games zijn die je toch wel wat leren, of je het nou merkt of niet. “Als je een game hebt waar je niks in leert, dan is de lol er al snel vanaf.”

“Maar ik ben blij dat games als medium gebruikt worden om mensen aan het denken te zetten over bepaalde onderwerpen. We kunnen de wereld niet naar de haaien laten gaan, er moeten dingen veranderen. Dan heb ik het niet alleen over het milieu, maar ook over het onderwijs en het bedrijfsleven. In het onderwijs zitten teveel mensen in klaslokalen feitjes op te stampen. In het bedrijfsleven zit te veel hiërarchie en macht. Ik geloof dat mensen gewoon wat relaxter moeten worden, net even wat meer moeten spelen. Dan komt het allemaal wel goed.”

De volgende stap

Zo'n groot project legt uiteindelijk vast geen windeieren? “EnerCities is absoluut onze grootste game tot nu toe en dat voelt goed. We hebben eerder aan complexe projecten gewerkt, maar die waren voor een klein publiek. Dan trainden we er zo'n vijfhonderd mensen mee. Leuk natuurlijk, maar het is nog leuker als je duizenden of honderdduizenden spelers hebt. De lancering vorige week was ook spannend in dat opzicht. Gaan de servers het houden? We hebben een paar weddenschappen lopen bij het team, hoeveel unieke spelers we hebben deze maand. We hebben echt geen flauw idee hoe het gaat lopen.”

En dan moet er ook nog aan de toekomst gedacht worden. “Financiële ademruimte hebben we er niet door gekregen, integendeel. Maar we hebben er wel een flink stuk technologie en ervaring aan overgehouden. We gaan die dingen inzetten. Ons doel is om een game uit te brengen die we zelf publiceren via online kanalen, en de sociale aspecten van EnerCities zullen we daar in meenemen. We geloven namelijk in online werelden waarin je kunt spelen met je vrienden en familie. Geen World of Warcraft, geen Farmville, maar iets daar tussenin. Je zult het vanzelf wel merken als we wat verder zijn.”


Het begint simpel: je bouwt een dorp, dat vervolgens groeit, waardoor je meer elektriciteit en brandstoffen moet leveren. De kunst is om het milieu niet teveel te vervuilen, want daar worden de inwoners weer ongelukkig van. Dat klinkt als SimCity, en zo voelt het ook wel een beetje, maar dan duidelijk meer gericht op de balans tussen mens, stad en natuur. Naast dat je de stad steeds groter wilt maken, wat alleen kan wanneer je deze balans in stand houdt, wil je ook zoveel mogelijk punten binnenhalen. Door een competitief element toe te voegen hoopt Paladin de ervaring niet alleen leerzaam, maar ook leuk te maken.

Wat vooraf ging

Derk de Geus, de CEO van Paladin, herinnert zich de beginfase van EnerCities: “Het idee werd geboren tijdens de IEEA (een evenement over energiegebruik - redactie). Erik Knol van [adviesbureau] Qeam was bezig met een aantal projectvoorstellen voor de IEA en zag dat educatie van jongeren één van de doelstellingen was. Hij kent ons goed en wist dat we games maken. Vandaar dat we samen om de tafel zijn gaan zitten om te brainstormen. Een paar maanden later lag er een vijftig pagina's tellend voorstel. Een half jaar nadat we het hadden opgestuurd naar Brussel kregen we reactie en na bijna een jaar konden we het project starten. De eerste ideeën stammen dus uit 2007. Het heeft wel even geduurd allemaal.”

Het project wordt voor één miljoen euro gefinancierd door het Intelligent Energy-programma van de Europese Commissie. Dat lijkt flink wat geld, maar schijn bedriegt. “Die één miljoen klinkt natuurlijk onwijs gaaf, maar zo rooskleurig is het helaas niet!”, aldus De Geus. “Ten eerste is dat budget voor het hele project. Ongeveer 25% daarvan is beschikbaar voor het ontwikkelen van het spel. Maar belangrijker is dat we verlies draaien op dit spel. De budgetten dekken 75% van de kosten. Dus voor elke 100 euro die we betalen aan bijvoorbeeld loon en overige kosten, krijgen we ongeveer 75 euro van de EC. Interessant rekensommetje! We hebben dus een hoop moeten investeren, maar uiteindelijk gaat dat het waard zijn. De publiciteit is super en we hebben veel geleerd tijdens de ontwikkeling.”

Facebook

Die publiciteit komt onder andere doordat de Europese Commissie het project steunt en dat de game niet alleen in Nederland, maar ook in het Verenigd Koninkrijk, Griekenland, Duitsland, Spanje en Slovenië wordt uitgebracht. Een andere grote troef is dat de game op Facebook staat. Spelers kunnen hun scores delen met hun vrienden via de 'Post To Wall'-functie. “Facebook maakt de competitie intenser. Een algemene highscore is leuk, maar je staat natuurlijk standaard op de allerlaatste pagina. Als je tegen je vrienden zit te spelen wordt het echt een ander verhaal. Het maakt mij veel meer uit of ik een hogere score heb als ik je persoonlijk ken. Het wordt op die manier echt een strijd om de hoogste score.”

Daarnaast is Facebook met meer dan 350 miljoen gebruikers natuurlijk een gigantisch platform voor je game. Dat bewees Farmville al, dat maar liefst 75 miljoen Facebook-gebruikers heeft. Ook de bèta van EnerCities die eind vorig jaar lanceerde op de netwerksite liep goed. Tijdens de eerste twee maanden werd het spel door meer dan drieduizend spelers zo'n tienduizend keer gespeeld. Op de website van de game werd het 'maar' vierduizend keer gespeeld. De Geus: “Het spel verspreidt zichzelf, zonder dat je daar traditionele marketing tegenover hoeft te zetten.”

Educatief?

En een flinke verspreiding is natuurlijk cruciaal om zoveel mogelijk jongeren over de implicaties van milieuvervuiling te vertellen. Maar zijn games wel echt zo geschikt om mensen iets te leren? “Elke gamer weet dat je bepaalde skills kunt opbouwen door spelletjes te spelen. Dit geldt voor actiegames, maar ook voor strategiegames, denkspellen en puzzelspellen. EnerCities leert je niets over Megawatts of zonnecellen, maar het geeft je wel een beter beeld van de implicaties van bepaalde acties.”

Dat vraagt om een voorbeeld. “Als je nu drie kolencentrales neerzet, heb je straks een probleem met het milieu. Maar ze zijn wel een stuk goedkoper dan zonnecellen”, vertelt De Geus. “En als je allemaal windmolens neerzet heb je gewoon te weinig stroom voor je stad als die gaat groeien. Aan de andere kant kun je niet alleen maar bossen neerzetten, want dan laat je de economie en mensen in de kou staan. Dat spelletje van balanceren is precies waar we op mikken, want dan kun je de discussie aangaan. Een goede docent zal EnerCities dan ook gebruiken als gereedschap om discussies te voeden, en niet als lesboek met als resultaat dat je feitjes kunt opdreunen. Als je dat wil bereiken, moet je maar een lesboek maken.”

De vraag is natuurlijk of spelers van EnerCities echt wat opsteken. De initiatiefnemer van het project, de Nederlandse organisatie Qeam, zal dit en volgend jaar de effectiviteit van het project dan ook onderzoeken. “Het echte werk moet nog gebeuren, maar we hebben al wat gepolst natuurlijk”, verzekert De Geus. “Mensen die in de klas het spel hebben gespeeld, met begeleiding van een docent, werden echt wakker geschud. De mooiste reactie vond ik die van een studente die de televisie eerst altijd aan liet staan. Maar nu liep ze de kamer uit en dacht: hey, dat ding kost stroom, laat ik 'm uit zetten. Dit voorbeeld zegt natuurlijk niet veel, maar in de resultaten van de bèta komt naar voren dat er wel degelijk over nagedacht wordt.”

De Geus benadrukt echter dat een spel op zich niet per se de redder van het leersysteem is. “Zelf denk ik dat de docenten een belangrijke rol spelen om de sessies te begeleiden en kritische vragen te stellen. De docenten zelf merken ook dat de betrokkenheid groter is. Het is gaaf om te doen, mensen willen gewoon een hoge score halen. We zaten in Duitsland te spelen en een student had een hogere score dan ik. Hij was onwijs trots, en terecht - je hebt dan wel even de gamedesigner verslagen in zijn eigen spel.”

Lol

Maar voor alle lering die mogelijk uit EnerCities te trekken is, is het belangrijkste altijd nog dat mensen met plezier spelen. “Onze slogan is 'Life is Play' en onze missie is mensen een glimlach te geven. Dat we nu een non-fictief thema hebben voor deze game, maakt in feite niets uit.” Daarbij merkt De Geus scherp op dat er heel veel games zijn die je toch wel wat leren, of je het nou merkt of niet. “Als je een game hebt waar je niks in leert, dan is de lol er al snel vanaf.”

“Maar ik ben blij dat games als medium gebruikt worden om mensen aan het denken te zetten over bepaalde onderwerpen. We kunnen de wereld niet naar de haaien laten gaan, er moeten dingen veranderen. Dan heb ik het niet alleen over het milieu, maar ook over het onderwijs en het bedrijfsleven. In het onderwijs zitten teveel mensen in klaslokalen feitjes op te stampen. In het bedrijfsleven zit te veel hiërarchie en macht. Ik geloof dat mensen gewoon wat relaxter moeten worden, net even wat meer moeten spelen. Dan komt het allemaal wel goed.”

De volgende stap

Zo'n groot project legt uiteindelijk vast geen windeieren? “EnerCities is absoluut onze grootste game tot nu toe en dat voelt goed. We hebben eerder aan complexe projecten gewerkt, maar die waren voor een klein publiek. Dan trainden we er zo'n vijfhonderd mensen mee. Leuk natuurlijk, maar het is nog leuker als je duizenden of honderdduizenden spelers hebt. De lancering vorige week was ook spannend in dat opzicht. Gaan de servers het houden? We hebben een paar weddenschappen lopen bij het team, hoeveel unieke spelers we hebben deze maand. We hebben echt geen flauw idee hoe het gaat lopen.”

En dan moet er ook nog aan de toekomst gedacht worden. “Financiële ademruimte hebben we er niet door gekregen, integendeel. Maar we hebben er wel een flink stuk technologie en ervaring aan overgehouden. We gaan die dingen inzetten. Ons doel is om een game uit te brengen die we zelf publiceren via online kanalen, en de sociale aspecten van EnerCities zullen we daar in meenemen. We geloven namelijk in online werelden waarin je kunt spelen met je vrienden en familie. Geen World of Warcraft, geen Farmville, maar iets daar tussenin. Je zult het vanzelf wel merken als we wat verder zijn.”