Je werkzaamheden bij Gamer.nl na een afstudeerstage weer oppakken en gelijk beginnen met een perstrip? Dat doen we maar al te graag! Plaats van bestemming was ditmaal het Zweedse Stockholm. Daar ging ik namelijk een kijkje nemen in de keuken van DICE, de welbekende ontwikkelaar van de Battlefield-reeks. Dat het een mooi reisje ging worden was sowieso te verwachten. Echter, dat het achteraf letterlijk een 'kijkje in de keuken' zou worden, hadden we niet voorzien!

Even een mooie travellog vooraf: Stockholm is mooi, heel mooi, maar o zo rustig vergeleken Amsterdam. Voordat het avondprogramma van start ging, kregen de Nederlandse perslieden namelijk de mogelijkheid om het Stockholmse eens te verkennen. Je moet immers ook eten en er is dan niets leuker dan lekker te dolen door de straten van een vreemde stad. En als je dan daar als nuchtere Nederlander rondloopt, ga je al gauw denken: zijn de verhalen echt waar? Zijn ze er écht allemaal hoogblond? Eten ze écht alleen maar knäckebröd? En kun je écht op elke hoek van de straat die lekkere Zweedse gehakballetjes vinden?

Ik zal het je vertellen: nee, nee en nee. Velen hebben ook donker haar, al waren de meeste vrouwen wel bijzonder blond (op een goede manier) en droegen de oudere mannen witte Vikingbaarden (op een slechte manier). Knäckebröd werd alleen gekocht door één van de Nederlanders ter souvenir en de zoektocht naar die gehaktballetjes? Pfoe, dat was nog een hele kluif. Niet in de laatste plaats omdat we eigenlijk helemaal niet wisten hoe die dingen heten (ja, nu wel: köttbullar). Wel is het duidelijk dat ABBA nog steeds helemaal je-van-het is daar in Zweden. Je stapt je kamer binnen, aanschouwt de overweldigend grote badkamer, een nog groter bed en een lekker mooi scherm aan de wind – met daarnaast een cd-rekje inclusief een stapeltje cd's. En wat staat er vooraan? Juist, ABBA! Aan de andere kant: het hotel was van Benny, dus we hadden het eigenlijk ook wel kunnen weten...

Naast DICE nog twee grote Zweedse exportproducten: knäckebröd en Benny van ABBA

IIn ieder geval is het land absoluut aan te raden, want het is erg rustig op straat (de mensen zijn er erg vriendelijk en rijden niet asociaal over de wegen heen), het water is heerlijk fris, de straten ogen zeer schoon en het is er kennelijk heel veilig: de vrouwen laten de kinderwagens (soms zelfs met de baby er nog in) gewoon op straat staan terwijl ze aan het winkelen zijn naar – ik doe een wilde gok - IKEA-meubilair of Zweedse gehaktballetjes. Eén keer zagen we een kinderwagen richting de weg bijna van de stoep afrollen, maar de moeder deerde dat niets: rustig liep ze achter het kinderwagentje aan, pakte het losjes met één hand vast en liep verder alsof er niets aan de hand is. Wat een stressloos bestaan hier, dacht ik toen bij mijzelf. Geen wonder dat ze allemaal vanuit heel de wereld naar Zweden verhuizen om zo lekker bij DICE te gaan werken. DICE…

Ohja, wacht. DICE! Daar ging het over nietwaar?

DICE

Het verhaal van een klein ontwikkelteam van een paar vrienden dat uiteindelijk uitmondt tot een grote onderneming met meer dan tweehonderd werknemers, is iets wat je vaker hoort. Digital Illusions CE, zoals DICE volledig heet, is hier dan ook geen uitzondering op. Zat men in hun jonge jaren in een muf studentenkamertje flipperkastspelletjes te maken, gaandeweg de jaren – en het succes – verhuisde men naar grotere panden, tot aan het moderne flatgebouw waar DICE nu gevestigd zit.

Dit succes was mede te danken aan Codename Eagle, een multiplayershooter met twee teams, voertuigen en grote maps. Een beetje de voorloper op Battlefield 1942 dus, dé game waar het balletje pas echt door ging rollen. Wie heeft er immers niet Battlefield of één van haar talloze aanvullingen/iteraties gespeeld? De games gingen als warme broodjes over de toonbank en in 2004 bleek het marktaandeel van de Zweedse ontwikkelaar maarliefst 55 miljoen aan Amerikaanse dollars te bedragen. Het was dan ook dit succes waardoor uitgeversgigant Electronic Arts besloot het bedrijf op te kopen: vanaf oktober 2006 kwam DICE volledig in het bezit van EA.

Doemdenkers zullen misschien gedacht hebben dat het creatieve achter de Zweedse studio verloren zou gaan, maar niets is minder waar: met Battlefield: Bad Company, Battlefield: Heroes en het vernieuwende Mirror's Edge lijkt Electronic Arts (en daarmee ook gelijk DICE) te willen uitgroeien tot een geheel nieuw EA dat innovatief, verfrissend en origineel oogt. Ja, dat hoor je goed. Grote woorden voor de eens zo verguisde uitgever dat zich liever bezighield met het maken van de zoveelste FIFA of Sims-uitbreiding en het maken van vernieuwende spellen aan anderen overliet, zou je zeggen.

Welnu, dikke pech voor de haters onder ons: EA is hard op weg om dat imago en de bijbehorende smoezelige reputatie flink onder handen te nemen. Iets wat ze zeker lijkt te gaan lukken, afgaande op ons gevoel wat we kregen toen we terugkwamen na de tweedaagse trip naar Stockholm. De diverse interviewsessies met ontwikkelaars, gesprekken met het team in het hoofdkantoor van DICE, de presentatie waar de games getoond werden én de urenlange hands-on sessie (letterlijk in de keuken van DICE!) met Bad Company gaven ons namelijk sterk de indruk dat het helemaal goed gaat komen. Waarom zul je lezen in de drie previews die vanaf deze week op Gamer.nl te vinden zijn.

Als eerste trappen we af met het destructieve Battlefield: Bad Company, daarna kijken we naar het hilarische Battlefield: Heroes en tot slot volgt het innovatieve Mirror's Edge, een game welke ik persoonlijk zou willen bestempelen als dé Portal van 2008. Dat belooft wat!

3 maart – Battlefield: Bad Company 5 maart – Battlefield: Heroes 10 maart – Mirror's Edge