Niet alle Orcs zijn na de vernietiging van de Dark Portal gevangen genomen. Een klein groepje wist aan de zwaarden van de mensen te ontsnappen. Een van hen is Okrek, familie van Lord Doomhammer. Samen met zijn kameraden Zuldan en Bantar en zeven andere Orcs zijn ze opzoek naar overlevenden van de slachting. Tijdens deze featureweek kan je lezen hoe het hen vergaat.

De ontsnapping

Okrek's benen voelden nog steeds moe aan, moe van de veldslag van de vorige avond en moe van het rennen. De mensen hadden samen met de Elven een gigantisch leger op de been gebracht, hij had nog nooit zoveel mensen en Elven bij elkaar gezien. Honderden Gryphon Riders vulden de hemel, met een gekrijs wat zelfs hoger nog te horen was. Daaronder stonden duizenden ridders en soldaten klaar om de laatste slag toe te brengen aan de Orcs. De afgelopen maanden waren dramatisch verlopen voor het leger van de Orcs. Na de val van Blackrock Spire had het leger zich terug moeten trekken maar Doomhammer wilde doorvechten. Hij zou die stinkende mensen op de knieen krijgen, ten koste van alles. Hoeveel het zou kosten werd nu duidelijk, want met de rug naar de Dark Portal zag het er niet goed uit voor de Orcs. Okrek dacht terug aan het moment dat een van de mensenlijke tovernaars een vuurbal afvuurde, het teken van de aanval. Hij zag het vlammend object vlak naast zich inslaan. Vier Orcs die iets verder van hem stonden werden vol geraakt en de geur van verbrand vlees hing in de lucht. Een geur die hij al vaker had geroken, maar dit keer anders rook. Er hing een onheilspellend gevoel in de horde. Waarschijnlijk wist iedereen dat het voorbij was...

Tijd om na te denken was er niet, want de legers van de mensen en Elven kwamen in beweging. Het waren als eerste de Gryphon Riders die vanuit de lucht dood en verderf zaaiden onder de Orcs. Een groep Axe Throwers boodt moedig weerstand en haalde met hun vlijmscherpe bijlen zelfs een aantal Gryphon Riders naar beneden, maar het was tevergeefs.

De eerste ridders en soldaten hadden nu ook de frontlinie bereikt en waren in gevecht met Ogres en Grunts. Het was een oorverdovend lawaai van schreeuwen, zwaarden en bijlen die tegen elkaar aankwamen en het gebries van paarden. De Deathknights die de voorste troepen moesten beschermen waren uit elkaar gereten door een aantal katapults. Het leek op een tekening, de rode en zwarte plassen die zich rondom de doden vormden. Door het verdwijnen van de Deathknights hadden de tovernaars van de mensen vrij spel en al gauw brak er een sneeuwstorm los met klompen ijs zo groot als een varken. Okrek zou nooit het beeld vergeten van een ijsklomp die dwars door een Orcse grunt ging. De grunt reageerde niet eens toen hij geraakt was en zijn huid openspleet. Het was alsof een groot mes door boter ging. In een waas liep hij naar voren. Okrek dacht alleen nog maar aan doden of gedood worden, totdat hij geraakt werd door een Elven archer. De pijl raakte zijn helm, maar was krachtig genoeg om Okrek in elkaar te laten zakken. Het werd donker voor de ogen van Okrek die in de verte het gebrul van een stervende Ogre hoorde.

Met een barstende koppijn schrok Okrek wakker. Het was donker, hoewel links en rechts van hem vuren branden. De mensen hadden vlakbij hun kamp opgezet, vlak bij de plek van de Dark Portal, maar de Dark Portal was er niet meer. Okrek's hoofd deed teveel pijn om na te denken, maar hij wist dat hij weg moest. De volgende ochtend zouden de mensen zeker de lijken verbranden en de gewonden doden. Langzaam kroop hij naar een geul die onstaan was door een afgeweken vuurbal. De grond voelde nog warm aan, als in de moerrassen van Caer Darrow. Zijn mes had hij nog, maar om te overleven had hij minimaal een stevige bijl nodig. Er lagen genoeg Orcs die hun bijl niet meer nodig hadden en al gauw had Okrek zijn favoriete slagwapen weer in handen. Voorzichtig kroop hij uit de geul naar de bosrand. De mensen mochten hem niet zien.