En juist dat klonk natuurlijk als muziek in de oren van zowel gamers als ontwikkelaars. Een krachtige console die ook nog eens back-up krijgt vanuit het luchtledige (lees: heel veel servers ergens op de grond) is natuurlijk een droomplaatje. En als een bedrijf er klaar voor is, dan is het Microsoft wel. Met ruime ervaring en kunde dankzij Azure (een uitgebreid en geavanceerd cloudplatform) weet het bedrijf wat het is om een cloud in de lucht te houden.

En dat het Microsoft menens is werd kort geleden nog maar eens benadrukt. In een e-mail richting de Microsoft-werknemers deed ceo Satya Nadella uit de doeken waar het bedrijf naartoe wil en wat het als belangrijk ziet. “Onze cloud OS vertegenwoordigt voor ons de grootste kans, gezien we vanuit een al krachtige positie werken. Met Azure zijn we een van de weinigen cloud vendors die op een hyperschaal werken”. Het is slechts een stukje uit een paragraaf waarin Nadella dieper ingaat op de ambities en plannen die het bedrijf heeft wat betreft de cloud. De ceo doet verder de belofte dat het bedrijf niet alleen blijft innoveren op het gebied van de cloud, maar ook zijn globale datacenter footprint blijft uitbouwen.

En juist dat laatste zou wel eens een belangrijke factor kunnen worden in de evolutie van de Xbox One. Want waar Microsoft het in het begin nog had over een ‘cloud’ wanneer het praatte over de Xbox One, is de bewoording sinds de E3 opvallend veranderd, veel directer en herkenbaarder voor gamers: dedicated servers.

Heel veel servers die rekenen

In feite is elke cloud natuurlijk een verzameling servers. Het verschil zit in wat er mogelijk is met de servers en hoe ze worden ingezet. Van save-bestanden en profielen opslaan gaan de harten niet sneller kloppen, maar van het ontlasten van het werkgeheugen van een console des te meer. Daarnaast is voor online multiplayer-fanaten een dedicated server een zegen. Het inzetten en onderhouden van deze servers kost echter veel geld. Zeker wanneer er overal ter wereld servers moeten draaien om alle gamers een goede ervaring te bieden.

In een blogpost van eind juni legt Jon Shiring, een engineer van Respawn Entertainment (Titanfall), uit dat Microsoft dit probleem probeert op te lossen door ontwikkelaars en gamers los te laten op de vele servers die ook voor Azure worden gebruikt. Shiring legt uit: “Microsoft heeft een krachtig systeem gebouwd dat ons allerlei soorten taken laat creëren die de servers voor ons uitvoeren, en het schaalt automatisch aan de hand van het aantal spelers dat op dat moment speelt.” Het voordeel is volgens Shiring dat ontwikkelaars geen inschattingen hoeven te maken over het aantal servers dat nodig is. Microsoft heeft volgens de engineer alles klaarstaan en vraagt hier ook nog eens een zeer aantrekkelijke prijs voor.

Dergelijke loftuitingen geven de burger moed. Tegelijkertijd zijn er bij deze hype-opbouwende verhalen genoeg kanttekeningen te zetten. Vaak is het: hoe mooier de belofte, hoe ingewikkelder de berekeningen die uitgevoerd moeten worden en hoe meer er van de servers wordt gevraagd. Vermenigvuldig deze technische vraag keer een miljoen en doe zelf een gok wat betreft de enorme hoeveelheid servercapaciteit die hiervoor nodig is. In die zin komt Nadella’s belofte dat er aan de bouw van meer datacentra gewerkt wordt als een geruststelling. Maar de vraag blijft in hoeverre al deze kostbare support een valide business-case oplevert voor het Amerikaanse bedrijf.

PlayStation Now, Xbox Cloud later?

Azure is een van de pijlers van Microsoft, terwijl de Xbox-tak slechts een belangrijke bijzaak is.  Hoeveel prioriteit de Xbox One krijgt bij het gebruik van de servers wanneer het aantal multiplayer-potjes en geavanceerde berekeningen snel stijgt is af te vragen. Niet alleen vraagt Microsoft hier geen marktconforme vergoeding voor van de ontwikkelaars, het gaat potentieel ook ten koste van de capaciteit die beschikbaar is voor het draaien van Azure.

Is Microsoft bijvoorbeeld bereid zijn datacentra tot het uiterste te testen om games die extra boost te geven die voor gamers het verschil kan maken tussen het kiezen voor een PlayStation 4, pc of Xbox One? Met de techniek die Microsoft in huis heeft lijkt dat zeker niet onmogelijk, maar of het bedrijf zo ver wil gaan om de consolestrijd te winnen valt te betwijfelen.

Wanneer we kijken naar Nadella’s meest recente woorden kan er vrij gemakkelijk twee kanten op geredeneerd worden. Aan de ene kant zet de Microsoft-ceo de Xbox-tak duidelijk neer als niet-kritiek voor de kern van het bedrijf, aan de andere kant is het volgens de baas de grootste ‘digital life’-categorie in de zogeheten ‘mobile-first’-wereld. Nadella zegt concluderend volop te blijven investeren in groeien van de Xbox-fanbase, maar ook toegevoegde waarde te blijven zoeken voor de rest van het bedrijf.

Deze interessante tweesprong zal in de toekomst ongetwijfeld een rol spelen wanneer nieuwe games (bijvoorbeeld het prototype van Crackdown) toch wel heel veel vragen van de datacentra, terwijl de gamers het significante voordeel van een ‘cloud’ of ‘dedicated servers’ niet onmiddellijk zien. Deze moeilijke en lastig te marketen concepten moeten opboksen tegen een concurrent die met PlayStation Now eenzelfde soort techniek gebruikt, maar wel met een veel toegankelijker verhaal komt. Games streamen is veel makkelijker uit te leggen in de Spotify- en Netflix-wereld van nu dan ‘snellere en vloeiendere multiplayer’ dankzij ‘dedicated servers’. Niettemin zijn de ontwikkelingen in de ‘cloud’ of beter gezegd: op de grond in hypermoderne datacentra, wel zeer spannend en veelbelovend.