Om te beginnen: ik hoef niet helemaal naar het oosten van Duitsland, slaap zowaar in een hotel en heb naar alle waarschijnlijkheid gewoon een bed. Mijn allergrootste wapen is de perspas, waarmee ik maar hoef te wapperen om hordes Duitse jongeren het nakijken te geven. En als ik echt hard zwaai, wuif ik er wellicht zelfs de penetrante zweetlucht die over de beursvloer sluimert, mee weg.

Die laatste twee zaken zijn me nog het beste bijgebleven van mijn vorige gameavontuur in Duitsland. Niet de mogelijkheid om spellen voor release te spelen. Dat blijft na al die jaren nog even leuk, maar redt het niet als er uren wachten tegenover staat. Dan kan ik net zo goed een demo via PSN proberen te downloaden. Ook de lucht van oud zweet heb ik, ironisch genoeg, nog vers in het geheugen. Die is langer blijven hangen dan welke game dan ook.

Dit jaar pak ik het anders aan. Waar Gerard als routinier alle ‘probleempjes’ 'professioneel' wegwerkt en Ron zonder perspas plotseling weer een groentje lijkt, hang ik er een beetje tussenin. Ook al heb ik nog maar één echte meegemaakt – de E3 van dit jaar – acht ik mezelf redelijk bedreven in het hele beursgebeuren. Qua afspraken scheid ik het kaf al van het koren, maar als dat koren niet naar meer smaakt, kaffer ik het net zo makkelijk weer uit. Ik kan wel enthousiast worden, maar ben minstens net zo cynisch als er maar marginale reden tot blijdschap is.

De Gamescom leent zich uitstekend voor zo’n kritische blik. Ik heb een hoop afspraken staan voor games die nog geen twee maanden later al in de winkels liggen. En enkele weken daarvoor al goud moeten gaan. Het maakt van de beurs in Keulen een ideaal, maar ook cruciaal moment voor uitgevers; als je in Duitsland niet met een degelijk product op de proppen kunt komen, wanneer dan wel? Veel coulance mag je in ieder geval niet verwachten, een schema voor wat ik allemaal ga zien dan weer wel.