De discussie over het nut van Nederlandse lokalisatie is in het geval van games al jarenlang actueel. Vooral de nasynchronisatie krijgt flinke kritiek vanwege de knullige uitvoering en het veelgehoorde, simpele argument “het past er niet bij”. Gamer.nl sprak met Harry van Horen, directeur en eigenaar van het Nederlandse lokalisatiebedrijf Rangeela, over Nederlandse nasynchronisatie en vertaling. Rangeela verzorgt de lokalisatie van een heleboel gamebedrijven, zoals Sony, Nintendo en Ubisoft. Van Horen beaamt het probleem dat mensen hebben met nasynchronisatie, ondertiteling of contextvertaling, maar is niet te beroerd ook een sneer uit te delen naar de maatschappij. “Jongeren geven de Nederlandse taal geen kans en denken maar gewoon dat alles wat in het Engels is beter is.”

Financiële crisis

Het is echter ook zo dat de lokalisatie vaak niet onder ideale omstandigheden plaatsvindt en het moeilijk wordt om überhaupt een kwalitatief goede vertaling te leveren. “Als vertaler krijg je vaker dan lief op het allerlaatste moment de teksten en moet je zonder context aan de slag gaan. We krijgen vaak weinig tot niets van de game te zien en daarom komt een vertaalde tekst niet altijd goed over”, aldus Van Horen. Alhoewel sommige bedrijven het wel goed aanpakken, lijkt het erop dat veel ontwikkelaars lokalisatie als een last-minute taak zien en er weinig geld in investeren. “Vaak is het zo dat als het idee geopperd wordt voor een Nederlandse vertaling, de eerste reactie van de ontwikkelaars is: hoeveel extra exemplaren gaat dat ons opleveren?” Nintendo laat bijvoorbeeld bewust veel casual games, zoals Wii Fit, niet vertalen, omdat volgens het bedrijf uit geen enkel onderzoek blijkt dat dat meer zou opleveren. En dat is toch vreemd, aangezien Nintendo juist mikt op het hele gezin.

Minachting van de moerstaal

Elk land heeft zijn eigen cultuur op het gebied van visuele media en de lokalisatie ervan. Duitsland en Frankrijk laten bijvoorbeeld alles nasynchroniseren, terwijl we in Nederland ondertitels gewend zijn. De film- en tv-industrie is op dit gebied zo gestandaardiseerd, dat synchronisatie meteen als vreemd en ongemakkelijk wordt ervaren. In de game-industrie is echter nog totaal geen standaardisatie op het gebied van lokalisatie en daarom schrikken mensen als ze nasynchronisatie meemaken bij een volwassen product. “Nasynchronisatie zit niet in onze cultuur en daarom is het heel moeilijk om mensen Nederlandse lokalisatie meer te laten waarderen. Denk alleen al aan de game Black & White, die in ons land alleen in het Nederlands gespeeld kon worden. Duizenden exemplaren werden er vervolgens teruggestuurd, terwijl niemand waarschijnlijk doorhad dat de Nederlandse lokalisatie heel goed gedaan was”, vertelt Van Horen op een teleurgestelde toon.

De hardcore gamer geeft de Nederlandse taal geen kans en dat heeft veel te maken met de perceptie van de Engelse taal. “De Engelse taal is cool en veel jongeren denken al snel dat ze zich veel beter kunnen uiten in het Engels dan in het Nederlands.” De Amerikanisering van de samenleving stijgt al jaren en het lijkt erop dat de waardering voor de Nederlandse taal lastig terug kan komen. Volgens Van Horen is de minachting van de Nederlandse taal het gevolg van het onderwijs en het feit dat alles op school ‘leuker’ moet zijn. “Op de basisschool worden kinderen altijd beoordeeld op hun Nederlands, omdat binnen elk vak ook gelet wordt op de taal. Die overlapping verdwijnt op de middelbare school en daar is Nederlands alleen maar belangrijk bij het vak Nederlands. Daarnaast wordt er veel te veel aandacht gegeven aan het Engels als wereldtaal.”

Het gebrek aan waardering voor de Nederlandse taal begint aldus op de middelbare school, als studenten Amerikaanse series gaan begrijpen en meer gaan waarderen. Dit in tegenstelling tot de periode op de basisschool, waarin ze opgroeien met tekenfilms die wel zeer overtuigend overkomen in het Nederlands. De waardering voor de Nederlandse taal is in die zin inherent aan het soort kunst en cultuur en de levensfase. Hardcore games zijn bijvoorbeeld voornamelijk in het Engels, waardoor de hardcore gamers ten gevolge meer waardering krijgen voor de Engelse taal. Een Nederlandse variant voldoet dan bijna per definitie niet aan het verwachtingspatroon.

Authenticiteit en keuzevrijheid

Naast het culturele conflict is er ook de mate van authenticiteit. “Het is zowel bij vertalen als nasynchronisatie lastig om de authenticiteit te bewaren, vooral ook omdat sommige woorden en uitdrukkingen uniek zijn bij een bepaalde cultuur. Je doet het als vertaler bijna altijd fout als het gaat om het behouden van de authenticiteit. Helemaal omdat, nogmaals, wij heel weinig informatie krijgen over de game zelf.” Het spreekt natuurlijk voor zich dat het raar overkomt als er in Amerika Nederlands gesproken wordt en daarom een game als Call of Duty nooit volledig tot z'n recht komt in een andere taal. Echter zijn er ook games als Prince of Persia, waarbij de Engelse taal wel als authentiek wordt ervaren, terwijl er in Perzië toch echt Perzisch gesproken werd.

De landen met de grootste industrie hebben dus de hegemonie over de taal en dat is in het kort gezegd de reden dat Engels, en in mindere mate Japans, gezien wordt als de authentieke taal van games. Daarom zijn op het eerste gezicht rare argumenten zoals “de Nederlandse taal past niet bij een fantasy setting” vrij logisch, omdat degene met de hegemonie altijd de authenticiteit bepaald. Ook als de dominante Engelse taal zelf nogal onlogisch past binnen een setting.

In feite is de discussie over lokalisatie een loze discussie, omdat het makkelijk omzeild kan worden. Toch zijn er ontwikkelaars die denken dat ze het beter weten en de gamer opzadelen met de Nederlandse taal. Denk daarbij bijvoorbeeld aan Resistance op de Playstation 3 of het eerder genoemde voorbeeld Black & White. “Bedrijven als Sony en EA denken dat iedere Nederlander het spel in het Nederlands willen spelen, maar dan begrijpen ze de doelgroep en de cultuur gewoon verkeerd”, legt Van Horen uit. Geef de consument de keuze om zowel voor de audio, de ondertiteling en de context altijd de authentieke taal te kiezen, dan zou er waarschijnlijk veel minder weerstand zijn. De game-industrie zou veel kunnen leren van de filmindustrie waar wel die keuzevrijheid is en het verwachtingspatroon wat betreft lokalisatie veel duidelijker is.

Volgens Van Horen ligt die verantwoordelijkheid voor een groot deel bij de uitgevers. “Publishers steken veel tijd en moeite in eigen lokalisatie en dan denken ze waarschijnlijk: nou moeten ze het ook spel ook maar gewoon in het Nederlands spelen.” Er is aldus veel te zeggen over lokalisatie, maar het ligt vooral aan het onbegrip wat er heerst tussen consument en bedrijf. En dat onbegrip komt schrijnend naar voren als lokalisatiebedrijven als Rangeela niet de kans krijgen om kwaliteit te leveren. Tel daarbij een cultuur op die in de basis steeds minder waardering voor de Nederlandse taal heeft en je hebt een notie van de zeer complexe situatie in de wereld van lokalisatie.