Als we het hebben over gameprogramma’s in Nederland, dan komen we automatisch uit bij Gamekings. Met tien seizoenen op zak nemen zij een vaste plek in op de Nederlandse televisie. Gamekings is momenteel het enige landelijke gameprogramma en die fakkel dragen de mannen met trots. Gesponsord door uitgevers geven zij ook in het laatste seizoen op TMF weer wekelijks hun mening over games en alles wat daar mee te maken heeft. Gelukkig was een van hen, Boris van de Ven, daarna nog lang niet uitgepraat en konden we het hebben over het succes van zijn programma.

Kostenplaatje

Het succes komt namelijk niet aanwaaien, zo blijkt nadat we ook gesproken hebben met Maurice Schutte. Hij is de man achter Gamerush, een informatief programma over games dat twee jaar lang op RTL 5 te zien is geweest, maar daarna definitief van de buis verdween. Voordat het programma de overstap naar RTL maakte, werd het regionaal uitgezonden op AT5, waar het de aandacht trok van de commerciële zender. Zij zagen er wel brood in, mits Schutte ieder jaar netjes een zak geld meenam. Bij aanvang van het derde seizoen stegen de zenderkosten echter explosief, wat uiteindelijk het einde voor Gamerush betekende. Zowel Schutte als Van de Ven putten uit jarenlange ervaring wanneer zij spreken over games op de televisie. Ieder afzonderlijk geven ze een beeld van hoe hun programma’s op de Nederlandse tv zijn beland en wat hier zoal bij komt kijken. Maar eerst vroegen we waarom ze eigenlijk zo graag op tv wilden komen. De meeste gamers van nu zijn immers opgegroeid met het internet en zijn maar enkele gerichte muisklikken verwijderd van een onuitputtelijke bron aan plaatjes, filmpjes en teksten over games. Wat voor meerwaarde kan het medium televisie hen nog bieden?

Schutte ziet het als een opstapje, voor mensen die een game pas voor het eerst zien op tv en er op basis daarvan meer over willen weten. “ Het is de invalshoek, je probeert een heel ander publiek te bereiken. Ik zie een tv-programma eigenlijk als een eerste punt van kennismaking voor een breder publiek.” Ook Van de Ven merkt een verschil op in de doelgroep die televisie aanspreekt ten opzichte van het internet. “We hebben daar onderzoek naar gedaan en de overlap tussen de Gamekings-website en het tv-programma is ongeveer vijftig procent. De helft van onze tv-kijkers komen niet op de website en andersom, dus daar zit zeker meerwaarde in.”

Dat de doelgroep die zij voor ogen hebben bereikt wordt, vertaalt zich echter nog niet in inkomsten. Die dekking moet komen van de uitgevers. Zo stellen zij niet alleen games maar ook geld beschikbaar aan Gamekings, zodat de afleveringen geproduceerd kunnen worden. Het is dan ook geen verrassing meer als Van de Ven vertelt dat dit draagvlak een zeer grote rol speelt in het succes van het programma. Dit betekent echter niet dat de inhoud van het programma afhangt van deze relatie. “Wat wel belangrijk is, is dat onze mening nooit gesponsord wordt. Wij zullen nooit van een slecht spel zeggen dat het goed is, of andersom. Bij ons draait het voornamelijk om de discussie van wat er dan goed of slecht is aan een game.” Toch vindt er goed contact plaats met de uitgevers en wordt er samen gekeken naar de mogelijkheden voor vooruitblikken, recensies en andere items.

Driehoeksverhouding

Anders liep het bij Schutte, die bij Gamerush geconfronteerd werd met te weinig draagvlak. Dit terwijl zijn programma juist uitsluitend games onder de aandacht bracht en hier geen waardeoordeel over uitsprak. “De interesse is er wel, maar het gaat om de kostenverhouding. De ene uitgever brengt één game uit en de ander dertig, hoe ga je dat doorrekenen? Electronic Arts, Ubisoft en Activision, die doen wel mee, maar Codemasters heeft bijvoorbeeld alleen geld voor één partij [Gamekings]. Moet ik hun games dan maar negeren?” Ook Schutte laat zo zien dat uitgevers hun stempel drukken op de levensvatbaarheid van een gameprogramma, bij hem in negatieve zin. Wie zijn gameprogramma internationaal aan de man weet te brengen, is overigens niet afhankelijk van uitgevers voor inkomsten. Omdat buitenlandse televisiemaatschappijen het format ook op hun zender willen hebben, moeten zij de programmamakers wel direct betalen. The Secret Lab, het onlangs opgerichte bedrijf van Maurice Schutte, heeft via deze constructie zijn nieuwe gameprogramma al aan verschillende internationale partners weten te verkopen. Zo wordt het in Brazilië uitgezonden en is er een kinderversie te zien in Engeland.

Naast kijkers die het willen zien en uitgevers die het willen betalen, is er ook nog een zender nodig die het uit wil zenden. Gamekings is vijf jaar op TMF te zien geweest en verhuist binnenkort mee naar MTV, Gamerush gebruikte RTL5 als uitvalsbasis. Toen we Van de Ven en Schutte vroegen naar de relatie met deze zenders, merkten we dat ook daar hun ervaringen nogal uiteenliepen. Schutte zag vanuit RTL geen visie over het belang van een gameprogramma in hun portfolio en het voortbestaan van Gamerush werd puur een kwestie van uitzendgeld blijven betalen. “Het was gewoon een zakelijke beslissing om de stekker eruit te trekken, hoe leuk ik het ook vond. Maar als ik zou doorbetalen, dan waren we nu nog steeds aan het uitzenden.” Van de Ven had aan TMF een betere zakenpartner. “We hebben een producent zitten bij TMF die ons begeleidt en daar hebben we heel veel overleg mee. We kijken samen wat wel werkt en wat niet. We kennen TMF gewoon heel goed en het klikt heel erg, zij vinden Gamekings ook gewoon belangrijk.” Er moet dus ook nog een passende zender gevonden worden, om een programma over games goed en wel van de grond te krijgen.

Met hun ervaring in het maken van gameprogramma’s schetsten Schutte en Van de Ven een interessant contrast. Zo zagen we dat een gameprogramma op de Nederlandse televisie nog niet zo vanzelfsprekend is, en meerdere al helemaal niet. Uitgevers moeten hun steentje bij willen dragen en een geschikte televisiezender moet er oren naar hebben. Kijkers krijgen dan wel beelden over games te zien, achter de schermen zagen wij vooral financiële belangen.