Duke Nukem Forever, toen nog van ontwikkelaar 3D Realms, werd officieel aangekondigd in 1997, maar het duurde nog ruim een jaar voor de eerste videobeelden opdoken. Op de E3 van 1998 werd een trailer van bijna 4 minuten getoond en zagen we Duke in een woestijngebied, achterop een pick-up truck en uiteraard weer in een striptent. Hij mag dan tijdens al het schietgeweld “Damn, I make this look good” zeggen, in 2011 kan zelfs zijn stoere praat niet meer maskeren dat het er brak uitziet. Veertien jaar terug werd daar echter nog anders over gedacht en waren de graphics die de net nieuwe Quake II-engine wist te produceren indrukwekkend. Wat vooral opviel in de trailer was de interactie tussen Duke en zijn naaste omgeving, met vallende boomstammen en rollende stenen die het samen met de vijanden op hem gemunt hadden. Het filmpje sluit af met het logo van Duke Nukem Forever en de inmiddels even legendarisch als ironische woorden “Always Bet on the Duke".

Het duurde drie jaar voordat er weer nieuw beeldmateriaal werd vrijgegeven. Wederom was de E3 het moment waarop de Duke een teken van leven gaf, maar niet zonder in een compleet nieuw jasje te zijn gestoken. De Quake II-engine was overboord gegooid ten faveure van de Unreal-engine, en dit had tot gevolg dat de wereld van DNF weer van begin af aan opgebouwd moest worden. Net als drie jaar daarvoor werd het aanwezige publiek weggeblazen, en bleek het spel nog altijd actueel of zelfs zijn tijd vooruit. Hoewel de kenmerkende explosieve gameplay van de E3-trailer in 1998 behouden was, zou alles duidelijk op grotere schaal uitgevochten worden. In de nieuwe trailer was onder meer Las Vegas te zien als strijdtoneel, maar ook de woestijnen van de eerdere versie. Daarbij wist de Unreal Engine voor die tijd realistische gezichtsanimaties neer te zetten, voor zover Duke daar geen lak aan had. Ook in deze trailer werden de tot slogan gebombardeerde woorden ‘Always Bet on the Duke’ op het scherm getoond, deze keer opgevolgd door “When it’s done”, een wijselijke tempering van de verwachtingen.

Alsof drie jaar stilte nog niet genoeg was, liet de eerstvolgende trailer zes jaar op zich wachten. Genoeg tijd om een game of twee te maken, maar uiteindelijk vooral een periode die in het teken stond van het conflict tussen ontwikkelaar 3D Realms en uitgever Take-Two. Die laatste werd ongeduldig en wilde wel eens een voltooid product op de markt zetten. Ook bij de studio zelf begon de langslepende ontwikkeling zijn tol te eisen en besloten enkele medewerkers van het toch al kleine team het voor gezien te houden. Slechts een handjevol mensen bleef over, maar de hoop op een goede afloop was inmiddels verloren gegaan. Toch kwamen er eind 2007, volkomen onverwacht, voor de derde keer nieuwe beelden. Het zou de laatste officiële trailer zijn die op naam kwam van 3D Realms. Wederom werd er een heel ander spel getoond, dat aardig aansloot bij de huidige stand van techniek, maar toch wel heel erg beperkt was in zijn hoeveelheid gameplay. Tussen beelden van het levende en gespierde lijf van de Duke door waren er enkel flitsen te zien van wat de studio verder in elkaar geknutseld had.

Van uitstel komt...

Dat er na zoveel ontwikkelingstijd niet eens een grotere hoeveelheid afgeronde content aan pers en publiek beschikbaar gesteld kon worden, was de druppel voor Take-Two. De geldkraan werd niet geheel dichtgedraaid maar wel aanzienlijk strakker afgeknepen en dus moest 3D Realms met minderen middelen de nog altijd flinke berg werk verrichten. Zelfs met een eigen miljoeneninvestering in het project leek het George Broussard, hoofd van de studio, daarom het beste om de ontwikkeling dan toch maar stop te zetten, twaalf jaar na ooit het startsein werd gegeven. En daarmee werd de bodemloze put die Duke Nukem Forever heet vrij resoluut dichtgegooid.

Wij weten inmiddels dat ontwikkelaar Gearbox The Duke afgelopen jaar met beide handen uit diezelfde put heeft getrokken en hem er weer bovenop helpt, maar toen leek al dat werk voor niets. Wel zou de laatste versie waar 3D Realms aan werkte voor een groot deel voortleven in wat we vanaf 6 mei kunnen gaan spelen, maar de voorgaande probeersels zullen we waarschijnlijk nooit meer terug zien. We hopen nog altijd dat we ze als een introductie van de echte Duke Nukem Forever krijgen te spelen, want eigenlijk zijn z’n voorlopers – hoe verouderd ook - te mooi om te vergeten. Niet in graphics, maar wel in hun betekenis voor het anderhalf decenniumlange traject dat DNF heeft moeten doorstaan, om eindelijk het licht te kunnen zien.