Door Robert Saalmink

Het prestigieuze DTM-kampioenschap is altijd een geval apart geweest. Ondanks dat het een landelijk kampioenschap was (de races werden alleen in Duitsland verreden) was het altijd populairder dan het, feitelijk groter, Europees toerwagenkampioenschap. Midden jaren '90 raakte het DTM echter in een dip na de overname door de FIA (de overkoepelende Autosport organisatie). Het dreigde zelfs compleet te verdwijnen, maar door een herzien reglement en gewijzigde totaalopzet werd de interesse van zowel publiek als fabrikanten weer gewekt. Eind jaren '90 leefde het DTM weer helemaal op.

Dat het grotendeels nog een Duitse aangelegenheid is, mag blijken uit het feit dat veruit de meeste races worden verreden op Duitse circuits, er momenteel alleen Duitse autofabrikanten meedoen en de meeste coureurs Duits zijn. Maar langzaamaan is het kampioenschap met die lekkere dikke auto's Europa aan het veroveren. Het aantrekken van coureurs als oud Formule 1-publiekslieveling Jean Alesi was al een sterke zet om de internationale belangstelling te wekken, maar ook worden steeds meer races buiten Duitsland verreden. Bijvoorbeeld op Donington in Groot-Brittannië, maar in 2003 ook voor het eerst op het circuit van Zandvoort.

Wij Hollanders vonden het wel weer eens een leuk dagje uit en het evenement was zo goed als uitverkocht, het was mooi weer en het was een groot spektakel. Wat het extra interessant maakt is dat het publiek heel erg bij de sport wordt betrokken. Zo is er de pitwalk, waarbij het publiek de pitstraat in mag en waar alle coureurs handtekeningen uitdelen. Maar ook in de paddock en erbuiten was er genoeg vermaak voor het publiek. Je kon ook dicht bij de auto's en de rijders komen, en een flinke snuif nemen van het vers verdampte rubber of van een lekkere zweet-oksel van één van de rijders; iets wat je thuis voor de TV waarschijnlijk niet lukt. Al met al een uniek en prestigieus evenement voor Nederland, waar circuitdirecteur Hans Ernst met recht trots op was. Ook de coureurs waren lovend over het circuit van Zandvoort. Veel technisch uitdagende bochten en een goede mix van langzame en snelle bochten maakten een positieve indruk op de meeste coureurs.

De stijgende populariteit van het DTM in Nederland heeft echter meerdere oorzaken. Niet alleen het feit dat het eindelijk eens fatsoenlijk op TV wordt uitgezonden ligt daaraan ten grondslag; het helpt natuurlijk ook dat er Nederlanders meerijden. Te denken valt aan Jeroen Bleekemolen, die nu en dan best mooie dingen liet zien maar overall geen grote indruk wist te maken. Het werd voor hem niet echt een succesvol seizoen. Voor Christijan Albers was het seizoen wel zijn doorbraak in de professionele autosport. In 2003 pakte Albers voor eigen publiek op Zandvoort een prachtige overwinning. Ook deed hij een serieuze gooi naar de titel maar moest die door pech in de allerlaatste race op Hockenheim toch net afstaan aan Schneider (zeg maar gerust: de Michael Schumacher van de DTM). Dit jaar poogt Albers, als officieel fabriekscoureur van Mercedes, opnieuw de titel te pakken. Wij gaan hem in elk geval op de voet volgen, en proberen zijn kunstje na te doen in DTM Race Driver 2!

Alle gebruikte fotos zijn van Zandvoort 2003.

Bron: DTM.de