“Human Revolution is hoe een verhalende game moet zijn.” Dat schreef ik afgelopen augustus in mijn recensie voor Deus Ex: Human Revolution. En dat niet alleen, het was ook een van de weinige verhalende games die aan het denken zette. Dat maakt DXHR mijn game van het jaar.

Het is niet alsof ik jullie commentaar in de maandelijkse top 100 niet gezien heb. Geregeld zag ik de opmerking voorbij komen dat Human Revolution niet op de eerste plek hoorde te staan (inmiddels overigens afgestaan aan Skyrim). Want de eindbaasgevechten waren vervelend, de balans tussen speelstijlen niet altijd optimaal en sommigen van jullie hadden meer keuzevrijheid gehoopt. Maar Human Revolution is beter dan de som van zijn delen en het is het geheel dat de game zo ongelooflijk briljant maakt.

Of het een voor- of nadeel is voor Human Revolution dat ik de oorspronkelijke Deus Ex nog altijd beschouw als de beste game ooit gemaakt durf ik niet te zeggen, maar dat de game hoge verwachtingen waar te maken had, stond wel vast. Dat lukte niet overal, maar wat mij betreft maakte Human Revolution het beetje gemiste diepgang ruimschoots goed met één ding: een boodschap.

Filmhuis

Kijk, ik beschouw gaming als een kunstvorm, hoewel niet noodzakelijk goede kunst. Goede kunst moet namelijk aan het denken zetten. Het reflecteert op de wereld, kent spiritualiteit, of verhaalt over menselijkheid enz. En hoewel zelfs de meest platte actiefilm wel als kunst beschouwd kan worden, voldoen zij niet aan de vereiste om ze goed te maken. De actiescènes zijn spectaculair, maar als ik de bioscoop uitloop ben ik de inhoud eigenlijk al vergeten. Nee, als ik een film wil zien die mij enige geestelijke diepgang verschaft, zal ik toch echt naar het filmhuis moeten.

Zo is het ook met gaming, ware het niet dat de verhoudingen nog schever zijn. Uncharted staat ongetwijfeld bol van de spectaculaire actierijke scènes die bovendien prachtig in beeld worden gebracht, maar spiritueel is het hoofd van Drake net zo leeg als zijn 3d-model. Hoe anders is dat met Human Revolution. De discussie over (mechanische) lichaamsverbeteringen die de game aanzwengelt werpt vragen op over onze menselijkheid. Mogen wij zomaar “voor god spelen”? Is technische vooruitgang altijd goed? Er zijn maar weinig games die er zo goed in geslaagd zijn om mij te confronteren met mijn eigen menselijkheid en de wereld om mij heen.

Het blijf een game

Overigens hebben games nog een lange weg te gaan, want films en boeken slagen nog altijd beter in die boodschap overbrengen. Maar dat is denk ik ook meteen het moeilijke aan een game als kunstvorm: een speler moet zelf de controle blijven houden en voor een verhalenvertellend medium is dat niet altijd even handig. Je kunt geen cultgame maken over de oprichting van Facebook of over hoe de koning van Engeland zijn stotteren overkwam. Tenminste, niet met dezelfde door dialogen gedragen boodschap. Tussenfilmpjes maken immers geen game.

En juist daarom is het zo knap dat Human Revolution er in kan slagen om een boodschap over te dragen zonder dat het ophoudt een game te zijn. Want we worden niet (alleen) via tussenfilmpjes in het verhaal gezogen, maar juist door de fantastische wereld. Diepte komt door het lezen van e-mails, het overhoren van conversaties en het verkennen van de wereld. Human Revolution is een van de weinige games die overtuigend een diepgaand verhaal vertelt dankzij interactie, in plaats van ondanks. En juist dat lijkt me toch het uiteindelijke doel van games als kunstvorm.

Belediging van ons verstand

Ondanks de onderliggende boodschap blijft Human Revolution echter gewoon een actiegame natuurlijk en ook op dit vlak zijn er redenen om de game de hemel in te prijzen. Want wat is het toch heerlijk om weer eens een game te hebben die ons niet als een stel randdebielen behandelt. Hoeveel games zijn er de laatste jaren wel niet geweest die ons verstand beledigden door om iedere hoek braaf ons handje vast te houden. Zo niet Human Revolution, dat je bij een foute beweging naast zo’n beetje de eerste bewaker al het loodje laat leggen.

Het is niet puur de moeilijkheidsgraad, maar vooral de manier hoe obstakels uitdagen om verschillende tactieken te proberen. Het ene moment wilde ik ongezien voorbij een stel bewakers te sluipen, het andere sprong ik met behulp van mijn Icarus Landing System van vier meter naar beneden om twee bewakers met de zwaarden in mijn armen te doorklieven en daarna een derde met een welgemikte shotgun-kogel te onthoofden. Of ik vond weer een alternatief pad zonder vijanden in de briljante doolhoven die de levels van Human Revolution heten. Het was die keuzevrijheid waardoor ik ooit verliefd werd op de originele Deus Ex en ook Human Revolution weet mijn liefde te beantwoorden.

Pisfilter

Tot slot wil ik nog mijn complimenten uitspreken voor de fantastische art direction van de game. Er zijn mensen die de dominante gele tinten afschilderen als een ‘pisfilter’, maar dat vind ik volkomen onterecht. Het kleurgebruik van Human Revolution is juist prachtig en geeft de game zijn eigen identiteit. Voor hoever de diep overtuigende sciencefictionwereld dat nog niet doet uiteraard.

Deus Ex: Human Revolution is daarmee wat mij betreft de interactieve ervaring van 2011 en mijn game van het jaar.