Daar lig ik dan, te wachten op een mogelijk slachtoffer, of wellicht zelfs de kans om een missiedoel te behalen. Ach, wie houd ik voor de gek. Ik doe er niet toe. Het gaat niet om mij. Het gaat om ons, het team. We moeten winnen en dat vergt helaas geduld. Vooral van mij, de eenzame sluipschutter. Mijn tijd zal komen, maar nu, nu is het zaak dat ik me rustig houd. Laat anderen het rotwerk maar doen. Liever zij dan ik. Ik ben veilig hier. En veilig bestaat niet, daar aan het front.

Grassprietje

Dat grassprietje begint me inmiddels behoorlijk te irriteren. Niet dat het iets fout doet, maar het groene steeltje zorgt ervoor dat ik net de bovenste etage van een brandende flat niet kan zien. En eventjes naar links bewegen, dat zou me zomaar eens fataal kunnen worden. Maar dat had ik natuurlijk kunnen weten toen ik middenin een weide nabij de vijand ging liggen. Het voordeel: niemand ziet me als ik me stilhoud. Het nadeel: ik zie zelf ook niets. Nou ja, los van dat grassprietje dan. Wellicht dat campen toch niet zo’n goed idee is.

“Ron, kom op, we gaan.” Ahh, mooi. Het begon hier net te vervelen. Het liggen op een berg, zelfs met een squad-genoot die me bijstaat, voelt ongemakkelijk. Dat we dichtbij het laatste missiedoel liggen, het zogenaamd ‘M-Com Station’, maakt de situatie er niet draaglijker op. We zijn omsingeld. Niet dat het er in de verte gezelliger uitziet, want de vele rookpluimen wijzen op weinig goeds. Ik schrik. Ditmaal is het niet een grassprietje, maar het levenloze gelaat van xXBull3tzNLXx dat mijn zicht blokkeert. Wat nu? Een vijandelijke sluipschutter? En hij heeft blijkbaar maar één kogel nodig om mijn vriendje om te leggen? Campen klink opeens zo slecht nog niet. 

Koning eenoog

Terug bij af. Daar lig ik weer. In het gras, niets te doen en ver verwijderd van mijn teamgenoten. Het goede nieuws laat niet lang op zich wachten. De informatie op mijn scherm vertelt me dat de vijandelijke sniper is neergestoken. Dat kan maar één ding betekenen: mijn teamgenoten zijn in de buurt. Richting mijn objective dan maar, waar medesoldaten het M-COM Station over proberen te nemen van de tegenstander. Ver hoef ik niet te lopen, maar ik neem geen risico. Ik schuil achter iedere boom, neem dekking onder ieder afdakje: ik weet hoe het is om uit het niets beschoten te worden, dat laat ik niet nogmaals gebeuren.

Mijn teamgenoten weten de defensie van het andere team met hun gestuntel niet te doorbreken en de defensie weet op zijn beurt niet wat het moet doen behalve schieten op al wat beweegt. Ik leg de controller neer en wrijf in mijn handen. In het land der blinden is eenoog koning en iedereen staart zich momenteel blind op het verdedigen dan wel overnemen van het M-COM Station. Het moment van de eenzame sluipschutter lijkt aangebroken. “Eindelijk, sta je klaar?” Ik kijk om me heen, maar antwoord geef ik nog niet. Eerst een goede positie innemen.  

Nooit herladen

Op zo’n tweehonderd meter van het blauwe pijltje op het scherm plof ik neer op een steen. Uitgestrekt over het gesteente zoom ik in op de strijd die zich voor mijn ogen afspeelt. Ik zie alles en iedereen. Ook mijn squadgenoten: eentje in een tank, twee te voet. Precies zoals we zo vaak hebben geoefend. “Jup, ga maar.” Mijn respons op de vraag luidt de start van een veelgeoefende tactiek in. Ik en mijn drie Xbox Live-vrienden weten hoe dit moet. We hebben het vaker gedaan. Zij aan het front, ik zorg voor dekking. Laat ik beginnen met die irritante sluipschutter die mijn vrienden ervan weerhoudt het station te bereiken. Hij ziet me niet, ik hem wel. Hallo… tot ziens. Ach, zijn vriendje beseft volgens mij niet wat zijn teamgenoot zojuist is overkomen. Twee treffers in de torso zouden afdoende moeten zijn om dat duidelijk te maken.

Verdomme, die was niet raak! En die ook niet. Waarom hoor ik mijn teamgenoten niet klagen? “Hey jongens, let op, naast de loods staat een dude en… hey fuck, ik word geraakt!” Geen antwoord. Hoe kan dit?! Ik moet hier weg, deze steen biedt niet de dekking die ik nu nodig heb. Eerst wederom herladen. Een kogeltje of drie erbij kan geen kwaad, dunkt me. Een beginnersfout, want daar staat hij dan: mijn moordenaar, op zo’n tien meter afstand. Terwijl ik de kogels in mijn geweer schuif kleurt mijn scherm rood. “Kut, kut, kut!” Het is over. Ik heb gefaald. Wij hebben gefaald.

Onwennig

Ik doe mijn headset af en zucht, maar van berouw of ergernis is geen sprake. Sterker nog, ik kan een grijns niet verbergen. Door de jaren heen ben ik  verwend door alle toeters en bellen die het shootergenre naar een hoger niveau hebben getild. Een Desert Eagle in iedere hand, bovennatuurlijke vaardigheden, atoombommen: online was niets meer te gek. Deze game is anders  en dus dien je ‘m ook anders te spelen. Battlefield 3 vergt gewenning en geduld. Finesse en denkwerk. De eenzame sluipschutter is nog nooit zo in zijn nopjes geweest.