Michel Musters

Donkey Kong: Jungle Beat
Het lijkt net een standaard 2D-platformer, maar Jungle Beat is toch echt meer dan dat. Om te beginnen is het ontwikkelingsteam achter Super Mario Galaxy verantwoordelijk voor deze game: als dat je geen motivatie geeft om deze game eens uit te proberen, dan weet ik het ook niet meer. Uniek is dat je de game met de Bongo’s bestuurt: op de rechter Bongo trommelen om naar rechts te lopen, op de linker om naar links te lopen en op beiden tegelijk om te springen. Het werkt wonderbaarlijk goed, en de gevarieerde levels zijn zo in elkaar gezet dat je tijdens het trommelen al snel in een ‘flow’ komt waarbij het verzamelen van items en het niet raken van de grond om zo je high-score op te krikken een ware verslaving wordt. Hij is inmiddels ook op de Wii verkrijgbaar, maar voor het echte effect moet je toch echt je GameCube en de Bongo’s uit de kast halen.

Kururin Squash
Deze is nooit uitgegeven in Europa, maar het vervolg op de grappige GameBoy Advance-titel Kuru Kuru Kururin is de moeite van het importeren uit Japan meer dan waard. Je bekijkt een ruimteschip vanaf boven en moet het voertuig met zijn draaiende vleugels zonder de randen van het speelveld te raken naar het einde van het level loodsen. Elk level brengt weer nieuwe uitdagingen met zich mee, zodat je er steeds beter in word, en de presentatie van de game is heerlijk kleurrijk. Een onbekend pareltje.

Richard Borgman

Pikmin
Pikmin is wat mij betreft het perfecte Nintendo-spel. Het is origineel, schattig, heeft een donker randje en biedt simpele maar uitdagende gameplay. Ruimtereiziger Captain Olimar stort na aanraking met een meteoriet op een afgelegen planeet. Zijn ruimteschip is verwoest en het plan is de onderdelen zo snel mogelijk terug te vinden om huiswaarts te keren. Hij ontdekt al snel de vriendelijke Pikmin: kleine stengelwezentjes die hem graag helpen bij zijn zoektocht. De speelstijl houdt het midden tussen puzzelen, platformen en besturen van de Pikmin als in een strategiespel. Fenomenaal aan het spel is de bijzondere sfeer, bijvoorbeeld tijdens de race tegen de klok om voor zonsondergang de Pikmin in veiligheid brengen, voordat ze worden opgegeten door allerlei kwade beestjes, of de verwondering die Olimar telkens uitspreekt over deze vreemde planeet met zijn bijzondere bewoners. Ik wacht ongeduldig op Pikmin 3.

Animal Crossing
Toen ik Animal Crossing voor het eerst speelde, was ik helemaal overdonderd door het concept. Je zou het kunnen samenvatten als ‘De Sims zonder verplichtingen in Fabeltjes-krantstijl’. Als je eenmaal tot de ontdekking komt dat je niets hoeft te doen maar zo veel dingen mág doen, krijg je een geweldig gevoel van vrijheid. Je kunt het spel heel vrijblijvend aanzetten, een beetje rondlopen, een praatje maken met de buren, misschien een hengeltje uitgooien – het maakt niet uit. Je kleding kun je zelf aanpassen en als je je best doet, houd je geld over voor nieuwe meubels in je huis. Heel grappig is dat de tijd meeloopt in het spel. Zet je het ‘ s avonds aan, dan is de wereld donker en brandt de verlichting in de huisjes. ‘ s Winters wandel je door de sneeuw, zomers kun je rondfladderende vlinders vangen. Wat wil je nog meer?

Marcel Vroegrijk

Resident Evil 4
Een game van twintig uur uitspelen in sessies van maximaal vijf minuten is verre van ideaal. Maar wat moest ik anders? Mijn hart bonkte de controller uit mijn toch al zweterige handen. Een horrorfilm kan ik prima hebben, daar kan ik de ogen nog voor sluiten. Maak er een game van en weg is mijn bravoure. Dat ik het tot het einde uit heb weten te zingen is daarom een behoorlijk wapenfeit. En dan was Resident Evil 4 niet eens echt eng. Maar wie heeft schrikmomenten nodig als de sfeer zo naargeestig is en de gameplay zo goed? Geen ander spel gaf me ooit het gevoel dat iedere kogel telt. Zelfs als ik enkel voltreffers maakte, bekroop me de angst dat ik de munitie beter voor later had kunnen bewaren. Dat vermoeden werd vooral op de hoogste moeilijkheidsgraad bevestigd. Resident Evil 4 bracht me gelukkig de kunst van het knieschijfschieten bij, zodat ik de klus vervolgens met een mes of bijzonder potente roundhouse-trap kon klaren. Het is een vaardigheid waar ik in het echte leven niets aan heb, maar die me wel iets over mezelf heeft geleerd. Ik ben instinctief vooral een gamer....pas daarna een schijtluis.

The Legend of Zelda: The Wind Waker
The Wind Waker is mijn beste 3D Zelda-game. Of misschien moet ik zeggen: The Wind Waker is mijn eerste 3D Zelda-game. Die twee zaken willen nog wel eens in verband met elkaar staan, wat overigens niet wil zeggen dat ik niet achter mijn eerste uitspraak sta. Slinger Ocarina of Time aan en nostalgie moet het gat dichten dat meer dan een decennium aan technologische vooruitgang heeft geslagen. Doe hetzelfde met The Wind Waker en je merkt dat tijd wel degelijk stil kan staan. Het enige wat je daarvoor nodig hebt is een bijzondere grafische stijl. Jaren na zijn oorspronkelijke release laat ik me daarom nog net zo graag meeslepen door zijn magische avontuur. Ik hoef maar in de aandoenlijk getekende ogen van Link te kijken en ik ben weer helemaal verliefd. Andere Zelda's kennen ook wel een open wereld, maar niets gaf zoveel vrijheid als Wind Waker's wijdstrekkende wateren. Onder begeleiding van een opzwepend deuntje moest en zou ik alle uithoeken van de zee gezien hebben, voor ik het vasteland weer opzocht. Maar eigenlijk was ik al verkocht vanaf de intro.

Wesley Akkerman

Pokémon Colosseum
De eerste 3D-Pokémon RPG heeft mijn Pokémon-hart sneller doen kloppen. Niet zozeer om het verhaal, hoewel het leuk was om eens met een ander doel te spelen, maar door de Battle Tower. Honderd trainers achter elkaar verslaan klinkt als een mooie uitdaging en dat was het ook. Uren heb ik daar in gestopt. Wat was nou het geval? Als je ze alle honderd verslaat, dan krijg je de zeldzame Pokémon Ho-oh, die toentertijd niet te vangen was in één van de derde generatie RPG's (Ruby, Sapphire, Emerald) op de Gameboy Advance. En het zijn ook alleen twee tegen twee-gevechten, dus er kwam een hoop strategie aan te pas. Ik heb daarvoor ook uren getraind in Sapphire, want ik wilde koste wat het kost die Ho-oh binnenhalen. Qua strategie heeft het spel het onderste uit me gehaald. En ook qua hoeveelheid tijd die ik er in heb gestoken. Maar heb ik uiteindelijk die Ho-oh gevangen? Nee, daarvoor duurde het me te lang. Want tja, honderd trainers zijn er toch best veel. Desondanks één van mijn favoriete GameCube-games.

Mario Kart: Double Dash
De reden dat ik mijn GameCube destijds heb moeten opsturen naar Nintendo. Ik was verwikkeld in een superspannend potje Mario Kart op de Cube, samen met mijn zes jaar jongere neef en een goede vriend van me. Hij en ik wonnen telkens van mijn neefje, vooral op het altijd hectische Baby Park. En na uren racen was het voor hem dan eindelijk zo ver: hij won. In zijn vreugdegil vloog hij van de stoel af en nam, want toen hadden de controllers nog draden, de GameCube in z'n val mee. Die vloog ook naar de grond en vanaf dat moment realiseerde ik me pas hoeveel impact een potje Mario Kart heeft. Zeker met Double Dash, waar je ook twee tegen één kan rijden (met z'n tweeën in één kart).

Sander Hölsgens

Paper Mario: The Thousand-Year Door
Met Super Mario RPG: Legend of the Seven Stars verraste Nintendo vriend en vijand door de Italiaanse loodgieter tot de hoofdrolspeler van een rollenspel te bombarderen. Hoewel de SNES-game lange tijd niet in Europa verkrijgbaar was (pas via de Virtual Console op de Wii), werpt Mario zich sindsdien regelmatig in dit genre. Voor de Gamecube resulteerde dit in Paper Mario: The Thousand-Year Door. De mollige Italiaan is in dit spel letterlijk zo dun als papier en neemt alles en iedereen, maar vooral zichzelf op de hak. De Mario & Luigi-serie wordt gezien als humoristisch, maar The Thousand-Year Door is pas echt grappig. Bovendien is het turn-based vechtsysteem is een van de leukste van de gehele vorige generatie consoles, juist omdat er op elke mogelijke manier wordt gespeeld met het 'papieren uiterlijk' van Mario en de zijnen. Dat het spel ook tweedehands nog een flinke waarde heeft, is dus niet zomaar. Dit is het tofste Mario-avontuur op de Gamecube.

Baten Kaitos: Eternal Wings and the Lost Ocean
De SNES was het platform bij uitstek voor liefhebbers van Japanse rollenspellen. De Nintendo 64 en Gamecube kwamen er een stuk minder goed vanaf. Maar Baten Kaitos voorkomt dat we melodramatisch worden. Dit redelijk obscure rollenspel gaf namelijk een leuke twist aan het vrij behoudende genre. Gek genoeg speel je niet als een personage, maar bestuur je in wezen alleen zijn 'Guardian Ghost', een soort onderbewuste kracht. Tijdens de gevechten kies je actiekaarten in plaats van dat je gelijk een aanval selecteert. Dit betekent dat je van tevoren een deck moet samenstellen, waardoor tactisch vernuft centraal staat. Je personages worden daarnaast niet zomaar sterker, daarvoor moet je een speciale kerker bezoeken. Daarbij is het design erg bijzonder. Je komt in een dorpje dat gemaakt is van snoep, maar ook in een gebied dat wel iets wegheeft van een frutsel van papier-maché. De Gamecube kent maar weinig goede rollenspellen, maar heeft met Baten Kaitos dus wel gelijk één van de meest verfrissende in haar portfolio.

Gijs van Veen

Beyond Good & Evil
Commercieel misschien wel de meest ondergewaardeerde titel van de vorige console-generatie. Beyond Good & Evil past zonder twijfel perfect bij de Gamecube, want de gameplay wordt terecht vaak met de Legend of Zelda-serie vergeleken. Toch kent het verhaal een serieuzere toon, want hoofdpersoon Jade en haar oom, het varken Pey'j, krijgen te maken met corruptie, propaganda en gebrek aan persvrijheid. De fantastische wereld die Michel Ancel, geestelijk vader van Rayman, weet te creëren spreekt bovendien nog steeds tot de verbeelding. Het blijft dan ook eeuwig zonde dat de game uiteindelijk zo kort is en het vervolg nog steeds op zich laat wachten. Overigens is de versie die voor de Cube verscheen in veel gevallen alleen in het Nederlands en Frans te spelen, wat dankzij de fantastische vertaling eerder een plus- dan een minpunt is.

Metroid Prime
Dat de Gamecube niet massaal in iedere huiskamer verscheen heeft ongetwijfeld deels te maken met het gebrek aan games in 's werelds favoriete genre, de shooter. Als je naar Metroid Prime kijkt dan weet je ook dat de console dergelijke games helemaal niet nodig had, want de terugkeer van Metroid combineert op een weergaloze manier de elementen van een first person shooter en een avonturengame tot een nieuw, misschien zelfs beter, genre. Als Samus Aran strand je op een haast verlaten planeet en het gevoel van eenzaamheid neemt met gemak bezit van de speler. Metroid Prime zit niet alleen vol met actie maar ook met puzzels en grote gebieden met overal geheimen. Het sleurt je in de game en laat je gemakkelijk dertig uur niet meer los.

Andere favoriete games die het artikel net niet hebben gehaald: Eternal Darkness, Doshin the Giant, Super Smash Bros. Melee, Super Mario Sunshine, Super Monkey Ball (2), Prince of Persia: The Sands of Time, Star Wars: Rogue Squadron en Soulcalibur II.