Als je iets kunt zeggen voor Masters of Doom, dan is het wel dat alles in dit boek tot in detail onderzocht en geregistreerd is. Soms geeft auteur David Kushner zichzelf overduidelijk de vrijheid om gesprekken, meningen en gevoelens van zijn uitgebreide groep acteurs zelf bij te kleuren, maar over het algemeen is dit boven alles een uitgebreide en minutieus onderbouwde vertelling van wat zich jaren terug allemaal heeft afgespeeld tussen de heren Romero en Carmack. Beiden verleenden hun volle medewerking aan het boek en beiden deden dan ook uitgebreid hun verhaal. Het resultaat is een intrigerende geschiedenisles waarin geen van de twee hoofdpersonages ongeschonden uit de strijd komt. Romero wordt uiteindelijk afgeschilderd als narcistische rockster met een veel te groot ego, Carmack is de ongevoelige, onsympathieke, bijna robotachtige dictator die geen tegenspraak duldt en geen vriend heeft die niet in praktische zin iets kan bijdragen aan zijn bestaan.

Rebellen en rocksterren

Meeleven met Romero en Carmack wordt in Masters of Doom bijzonder makkelijk gemaakt, of in ieder geval: meekijken in hun hoofd. Dit zijn niet zomaar werknemers geweest die een eigen studio opgericht hebben. Carmack is niet zomaar bovengemiddeld slim en Romero is niet zomaar een flamboyante persoonlijkheid. Dit zijn rebellen geweest, rocksterren in programmeerland die geen wegen bewandelden maar wegen creëerden vanaf het moment dat ze hun ouderlijk huis verlieten. Het komt de vertelling alleen maar ten goede. Of het nou Romero is geweest die (ondanks de mentale en fysieke onderdrukking van zijn vader) tóch naar de arcades fietste, of een van de autistische trekjes van Carmack, die in een rol als wereldvreemde geschreven wordt; deze mensen boeien extreem, net als hun verhalen.

Masters of Doom begint met de jeugd van beide iconen, anders en toch op zo veel fronten hetzelfde. Echt interessant wordt het pas als beiden elkaar tegenkomen bij hetzelfde zompige bedrijf dat veel te klein is om hun talenten te beteugelen. Vervolgens gaan ze er zelf op uit, richten ze ID Software op en knallen ze de ene na de andere absurde deal de deur uit – het verkende is niet interessant genoeg, elke stap moet en zal geschiedenis schrijven en grenzen verleggen. Het is een recept voor succes, totdat de intense samenwerking op onafwendbare rampspoed afsnelt. In zeldzame momenten draaft Kushnell te ver door. Dan worden lange lappen tekst aan oninteressante randzaken gewijd of lijkt dichterlijke vrijheid de overhand te verkrijgen boven de waarheid. Maar zoals gezegd zijn dat zeldzame momenten. In alle andere gevallen is dit een boek dat niet weg te leggen is vanaf het moment dat je het fout ziet gaan. Het is bijna onwerkelijk hoe twee mannen, zo succesvol in hun samenwerking, eindigen in een wervelstorm van pure haat en nijd. A trainwreck waiting to happen, zeggen ze in de USA dan, maar je moet blijven kijken, blijven lezen.

Nieuwe bril

Meer nog dan een intrigerende vertelling op zich, zal de frustratie het overnemen tijdens het lezen van Masters of Doom. Dit verhaal is zó boeiend, zo hard waarheidsgetrouw en zo compleet, dat de lezer meer wil. We willen dit boek lezen, maar dan over de perikelen van Duke Nukem Forever. We willen net zo gedetailleerd weten hoe de totstandkoming van Nintendo is geweest. We willen op deze manier weten wat er zich binnen de muren afspeelt van een Epic, een Silicon Knights, een Square-Enix en een Kojima Productions. Dit boek frustreert omdat het zo indrukwekkend is. Omdat we zien wat er allemaal wel niet gebeurt achter de schermen van studio’s die gamers misschien te klakkeloos nog zien als ‘normale bedrijven’. De muren van gamestudio’s en de echte verhalen daarachter zijn een gesloten en onneembaar fort. Behalve in het geval van ID Software en de verhalen van Romero en Carmack dan, die nu nauwkeurig geregistreerd staan en wiens verhaal parallel loopt aan een game-industrie die stormachtig zijn kinderschoenen ontgroeit.

En buiten dat is dit boek een nieuwe bril. Eentje om compleet anders te kijken naar Doom en naar Doom 2. Eentje waardoor je met een verse blik kijkt naar Quake, naar Daikatana en Doom 3 en Rage. Het spelen van die spellen zal na het lezen van dit boek nooit meer hetzelfde zijn. Net als dat je na de laatste pagina nooit ‘zomaar’ meer zal zeggen dat Carmack een genie is, dat Romero een flaboymante rockster is en dat Doom de moeder van het first-person shooter-genre is. Na Masters of Doom weet je namelijk waarom dat zo is. En de redenen daarachter zijn even onvergetelijk en indrukwekkend.