Zo voelden we ons ook tijdens het kijken van de documentaire, die sinds vandaag op Xbox Live staat. Een verkeerd medium, een waardeloze waarzegger die al heeft gezien wat er in de toekomst van het verleden terecht is gekomen, maar dat aan niemand van de betrokkenen kan vertellen.

Niet regisseur Zak Penn, die zelf ook zijn verhaal doet. Niet de schrijver van het boek Ready Player One, Ernest Cline, waar we na het bekijken van Atari: Game Over liever een documentaire over hadden gezien. En al helemaal niet de maker van E.T, die dertig jaar later vooral naar eerherstel lijkt te zoeken, niet zozeer naar exemplaren van wat als grotere troep wordt gezien dan de puinhoop waarin het begraven is.

Berg spellen

Zij weten nog niet dat er in april van dit jaar bij de opgraving in Alamogordo, New Mexico een paar honderd exemplaren van E.T. voor de Atari 2600 zijn gevonden. Wij wel en jullie waarschijnlijk ook, dankzij het internet. Het is daarom wat vreemd om de documentaire desondanks naar die climax op te zien bouwen, waarbij het volledig op de inherente interesse van zijn kijkers leunt. Kijkers die, als ze daadwerkelijk geïnteresseerd zijn, precies weten hoe het eindigt. Er is geen sfeermuziek (zoals in een Indie Game: The Movie) of een sterke opbouw, omdat er willekeurig wordt gewisseld tussen heden en verleden.

Atari: Game Over zet je wel aan het denken: wat moet er worden van legendes als alles binnen luttele seconden op internet kan staan? Het beste alternatief uit deze tijd is een viral video waarvan de doorbraak of herkomst niet helemaal te herleiden is. De mythewaardige materie waar de documentairemakers mee te maken kregen – Het volledig ontbreken van documentatie over wat waar gedumpt is in Alamogordo’s stortplek – vind je nu niet meer zo snel.

Een interessante observatie, maar het roept vooral vragen op in een documentaire die zich volledig richt op het geven van antwoorden. Niet alleen door de plek te vinden waar Atari zijn overbodige voorraad in 1983 heeft gedumpt, maar ook door de reden van die drastische beslissing te onderzoeken.

Die (zij het gedeeltelijke) insteek komt wat beter uit de verf. E.T. wordt inmiddels altijd genoemd als een van de slechtste games ooit, maar veel van Atari’s oude programmeurs en topmannen betwisten dat in de documentaire. Zij stippen vooral de complexiteit van het spel aan, waar de massa destijds wellicht nog niet klaar voor was. Zij waren vooral arcade-achtige spellen gewend, een term die tegenwoordig synoniem is aan simpele gameplay. Hoe anders zou dat dertig jaar in de toekomst zijn. Inmiddels levert games voor de massa maken gejoel op van fanatieke spelers.

Spielberg

Howard Scott Warshaw is één van E.T’s voorstanders. Dat zijn naam je misschien niet zoveel zegt, is voor hem een zege in vermomming. Hij programmeerde E.T. in vijf weken tijd, kreeg nota bene goedkeuring van regisseur Steven Spielberg voor het resultaat en wist het spel zo op tijd voor de kerstinkopen in de winkels te krijgen. Drie decennia later is hij gelukkig niet zo heel bekend als maker van ‘het slechtste spel ooit’ .

Zijn verhaal weet wel te boeien, al is het alleen maar omdat de vijf weken ontwikkeltijd voor E.T. altijd maar worden gehekeld. Voor Warshaw was het naar eigen zeggen de beste periode van zijn leven, eentje die hij daarna nooit meer heeft weten te overtreffen En tevens een tijdperk dat plotsklaps ten einde kwam toen de game-industrie crashte in 1983.

In 2014 moet hij dat zichtbaar nog een plek geven. Het leed dat daarbij wordt opgegraven, blijkt uiteindelijk veel interessanter dan de vondst van de cartridges zelf. Dat hadden we al lang en breed gezien op het internet, waar legendes vroegtijdig sterven, maar E.T. al dertig jaar doorleeft.

Atari: Game Over is vanaf nu te bekijken op Xbox 360 en Xbox One via Xbox Live, en op Windows 10.