Final Fight: Streetwise (2006)

Als je een brandend verlangen had om terug te keren naar de jaren negentig, de gloriedagen van de beat ‘em up, dan zou je in 2006 nog wel eens in de verleiding kunnen zijn gekomen om Final Fight: Streetwise te kopen. Het is alleen maar te hopen dat je die verleiding hebt kunnen weerstaan, anders heb je nu waarschijnlijk nog steeds een litteken op je ziel.

Capcom dacht ons goed in te kunnen schatten: wij houden van simpele dingen. In het originele Final Fight was je eigenlijk alleen maar bezig met van links naar rechts lopen om hordes aan bad guys in elkaar te meppen. En, dacht Capcom, dat soort simpele zielen kunnen we nog wel meer door de strot douwen. Wat te denken van minigames waarin je kakkerlakken plat moet stampen of niet te doorgronden puzzels met gekleurde knopjes? Nou, ze staan nog altijd op de lijst van meest irritante, en helaas verplichte, tussendoortjes in een game ooit.

Met een beetje goede wil was het vechtsysteem nog wel acceptabel te noemen, maar de graphics, de intelligentie (of beter, het gebrek daaraan) van je tegenstanders, de tegenstribbelende camera en de frustrerende extra scènes en minigames maakten van Streetwise een reboot om snel te vergeten. Helaas is dat tot nog toe niet gelukt.

 

Syndicate (2012)

Het blijft onverklaarbaar waarom een developer een relatief onbekende (maar erg goede) game uit het verre verleden terug zou willen halen om er een totaal ander spel van te maken. Maar dat is precies wat Starbreeze en EA deden met het onlangs uitgekomen Syndicate. Waar het origineel nog een tactische real-time strategy-game was vanuit een isometrisch perspectief, daar was de reboot een onvervalste first-person shooter geworden dat de middelmaat vrijwel nooit oversteeg.

Het spel was niet eens zo heel slecht, het had zelfs nog wel een aardige gimmick. Je kon namelijk de elektronische chips in het hoofd van je vijanden manipuleren om ze zelfmoord te laten plegen of ze over te halen het vuur op hun vrienden te openen. Maar de game was nergens heel erg goed. De meeste lol viel misschien wel te behalen uit het staren naar het doosje en je in te beelden hoe een échte Syndicate-reboot eruit had kunnen zien. Je troepen bewapenen met vlammenwerpers en uzi’s om ze vervolgens het veld in te sturen en korte metten te maken met je vijanden. Wie weet komt dat ooit nog.

Alone in the Dark (2008)

Het originele Alone in the Dark geldt als de uitvinder van veel van de kenmerken die we vandaag de dag nog steeds tegenkomen in survival-horrorgames. Met zijn vaste cameraposities en het gebrek aan health en munitie was het eerste deel zelfs zo’n beetje de uitvinder van het genre.

Hoe jammer is het dan ook dat deze legende geen betere behandeling heeft gekregen. De versie van vier jaar geleden was qua opzet niet eens onaardig, maar door een paar hardnekkige bugs en onbegrijpelijke ontwerpkeuzes werd het spel bijna onspeelbaar. En als klap op de vuurpijl word je halverwege het spel plots geconfronteerd met een van de meest saaie quests ooit gezien in een game; een gigantische fetch-quest die nog het best te vergelijken is met een martelwerktuig, waarin je gapend saaie voorwerpen moet opblazen, keer op keer op keer.... op keer. Het was al niet zo’n best spel, maar op dat moment kon je je console maar het beste uit zetten.

 

Sonic the Hedgehog (2006)

Het is grappig (of treurig) om te zien hoe vaak Sonic voorkomt in dit soort ‘slechtste ooit’-lijstjes. Het geeft alleen maar aan hoe lang fans van de supersonische egel het zonder goede spellen hebben moeten stellen. In onze jeugd zaten we urenlang aan onze Mega Drives gekluisterd om de blauwe held zo snel mogelijk naar het einde van een level te loodsen. Jaren later zaten we vooral aan onze zakdoeken gekluisterd om de tranen over de vergane glorie van onze vroegere idool weg te vegen.

Er was echt nog hoop, in 2006. Veel fans waren enthousiast over een frisse start voor Sonic in 3D. Maar door de game vrijwel onbestuurbaar te maken en, laten we er niet omheen draaien, uitermate lelijke graphics mee te geven, is Sonic the Hedgehog misschien wel de slechtste Sonic-game ooit geworden. En het ergste was dat de echte fan de potentie in de game wel zag. Zoals later bleek in Sonic Unleashed (niet de weerwolfgedeeltes...) en Generations, valt er wel een redelijk potje hard te rennen in 3D. Het blijft daarom ook eeuwig zonde dat de eens onoverwinnelijke Sonic destijds geen betere reboot gegund werd.

 

Golden Axe: Beastrider (2008)

Voor een Golden Axe-fan voelde het spelen van Beastrider alsof iemand met een mes een stuk van je jeugd uit je herinneringen sneed. Meer dan vijftien jaar na de kwartjesvretende arcade-hit was er van onze geliefde sidescrolling beat ‘em up weinig meer over. Het origineel was goed door zijn simpele maar briljante knokactie. Spelers konden de strijd tegen de hordes fantasy-demonen aangaan met een stoere dwerg, een bizar gespierde barbarian of een schaars geklede dame.

Bij de reboot wilden de makers zeker weten dat de game goed zou verkopen, dus van de drie keuzes was alleen de schaars geklede dame nog over, want zo gaat dat met matige reboots. Developers geven ons wat ze denken dat wij willen, dus krijgen we maar net bedekte tieten en emmers met bloed en ingewanden. De developers van deze game dachten kennelijk dat we ook zaten te wachten op een onbestuurbare camera, ongeïnspireerde graphics en een saai vechtsysteem. Maar dat zaten we dus niet.

Zijn jullie dromen ook wel eens uiteen gespat door een slechte reboot? Vertel je ervaringen in de comments! Hopelijk werkt het helend om erover te kunnen praten.


Erik Nusselder is een freelancejournalist en verliest zichzelf in ellenlange RPG's, maar kan ook onverklaarbaar verslaafd raken aan kleine prutspelletjes. Houdt van goede games en ook van slechte. Is vooral een singleplayerman, maar wil ook nog wel eens coöp doen met iemand die slechter is dan hij.