Want laten we eerlijk zijn. Wie is er ooit heftig van hem geschrokken? Het probleem met de tijdsgeest is dat hij altijd minimaal een decennium te laat ten tonele verschijnt. De nietsvermoedende gamer die hij toen de stuipen op het lijf had moeten jagen, is inmiddels wel wat gewend en zal niet meer opkijken van wat er op zijn scherm verschijnt.

Games verouderen, maar gamers net zo goed. En dus is er nauwelijks sprake van een schrikeffect, wanneer zij jaren later nog eens een spelletje van vroeger opstarten. Het ziet er stoffig uit, kraakt aan alle kanten, maar wie zich er alsnog aan waagt laat zich echt niet zomaar wegjagen.

Het is niet dat de tijdsgeest zijn best niet doet. Objecten verdwijnen, verschijnen uit het niets. Deuren zwaaien vanzelf open, en weer net zo hard weer dicht. En als hij echt alles uit de kast trekt, weet hij spelers zelfs door de vloerpanelen heen een gapende diepte in te trekken. Tevergeefs nog altijd, want zij zijn niet voor één gat te vangen.

De tijdsgeest heeft het maar zwaar. Eigenlijk moeten we medelijden hebben, maar in plaats daarvan kijken we gewoon langs van hem heen. En in games die nu uitkomen zien we hem niet eens. Af en toe lopen we nog tegen een onzichtbare muur aan en trekt er een koude rilling over onze rug, maar meer dan dat zullen we hem niet gunnen. Kippenvel krijgen we er wel van, maar dat is toch echt fascinatie, geen angst.

Tijdsgeest, trek het je niet aan
dat je altijd langs de zijlijn moet staan.
Want jij lacht het laatste,
zodra we ons niet meer in games van vroeger kunnen verplaatsen.