Releasedata zijn soms nogal onlogisch. Verschenen er vorig jaar in het kerstseizoen vrijwel geen RTS-titels, nu regent het games uit het genre. Momenteel lijkt het dan ook hoogseizoen voor de RTS-fans. Onder andere Halo Wars, Empire: Total War en Codename: Panzers - Cold War liggen kort na elkaar in de winkel. De mannen achter Warhammer 40.000: Dawn of War II lijken in ieder geval niet bang voor de concurrentie, want met deze game willen ze de revolutie in het genre brengen. Gaat ze dit lukken?

Dawn of War II is het vervolg op Warhammer 40.000: Dawn of War, een real-time strategiespel gebaseerd op het populaire Warhammer 40.000-universum. Toch zullen fans van het eerste deel niet onmiddellijk een vervolg in Dawn of War II herkennen. De game lijkt immers in bijna niets op zijn voorganger. Ontwikkelaar Relic Entertainment heeft namelijk besloten dat het RTS-genre nodig op de schop moest. Het was volgens de ontwikkelaars voor spelers onmogelijk zich verbonden te voelen met hun eenheden, waardoor velen het genre links zouden laten liggen. Dat het Relic deze vernieuwing toevertrouwd was bewezen eerdere titels als Homeworld en Company of Heroes.

Om de speler meer verbonden te laten voelen met zijn troepen maakt Dawn of War II enkele controversiële aanpassingen. Weg is het basebuilding, want die creëert afstand met de eenheden, weg is het onderhouden van een economie en weg is het aanschaffen van eenheden. In de singleplayermodus krijg je de controle over slechts zes verschillende commandanten, waarvan er per missie slechts vier gebruikt kunnen worden. Iedere commandant heeft zijn eigen speciale vaardigheden en kan een klein aantal soldaten onder zijn hoede nemen. Deze speciale vaardigheden bestaan bijvoorbeeld uit het gooien van granaten, tijdelijk onzichtbaar worden of een grote sprong door de lucht maken om zo achter vijandelijke linies te komen. Doordat de eenheden in niets op elkaar lijken en ieder hun eigen sterke en zwakke punten hebben weet Dawn of War II zo verrassend diepe tactieken op te leveren, zelfs al speel je maar met een klein leger.

Niet alleen de speciale vaardigheden van je teams bieden tactische diepgang in Dawn of War II. Ook het fenomenale coversysteem, dat we nog kennen uit Relics vorige game Company of Heroes, draagt hieraan bij. Je dient je troepen waar mogelijk op te stellen achter obstakels in de omgeving. Hierdoor lopen je troepen minder schade op en kun je langer doorvechten. Het belang van dekking zoeken en het beperkte aantal eenheden zorgt ervoor dat je Dawn of War II met bijna geen enkele RTS kunt vergelijken. In plaats daarvan doet de game, voornamelijk dankzij het dekking zoeken, op een positieve manier denken aan Gears of War.

De singleplayer bestaat uit meer dan vijftig verschillende missies, die niet altijd in een vaste volgorde gespeeld hoeven worden en waarvan een deel zelfs kan worden overgeslagen. Voor de missies begint kun je je team samenstellen en deze verder aanpassen. Tijdens missies worden immers ervaringspunten verdiend en nieuwe uitrustingen gevonden die gebruikt kunnen worden voor het verbeteren van je eenheden. Met deze opties probeert Dawn of War II de speler meer te betrekken bij zijn eenheden, zodat hij zich hier emotioneel meer verbonden mee voelt.

Hoewel het tactische vermogen van Dawn of War II ijzersterk is, slaagt de game toch niet helemaal in zijn opzet. Als de soldaten van een commandant overlijden dan kunnen er op verschillende punten in het level nieuwe eenheden verschijnen. Daarnaast kunnen de commandanten zelf niet dood. In plaats daarvan blijven ze gewond liggen en dien je ze met een van je andere teams te genezen. Het is begrijpelijk voor het verhaal en de gameplay dat je de commandant niet kunt verliezen, maar het belemmert de speler wel om zich verbonden te voelen met zijn troepen. Je kunt je het tijdelijke verlies van een commandant immers prima permitteren en het is dus niet altijd een ramp als er een eenheid sneuvelt. Het lukt Dawn of War II dan ook niet helemaal om de RTS meer emotie te geven, maar de game zet wel degelijk stappen in de goede richting.

Het enige echte nadeel van de singleplayer is eigenlijk de opzet van de missies. Het merendeel van de missies bestaat uit het van punt a naar punt b komen en daar aangekomen een eindbaas te verslaan. Die eindbazen zijn overigens een leuke toevoeging, aangezien ze zelden voorkomen in een RTS. Hoewel de missies later wat worden uitgebreid door de mogelijkheid om zelf een landingsplaats te kiezen, gaan deze na verloop van tijd toch een klein beetje repetitief voelen. De motivatie om door te spelen zit hem dan ook niet in de grote variatie van missies, maar meer in het verwerven van nieuw wapentuig om je team zo nog sterker te maken. Dankzij het feit dat iedere missie zelden meer dan een kwartier duurt, wordt de snelheid er gelukkig goed ingehouden, waardoor ook het licht repetitieve van de missies tegengegaan wordt. De singleplayer blijft uiteindelijk de moeite waard, maar toch blijft het gevoel achter dat het nog beter had kunnen zijn.De multiplayer heeft een heel andere opzet dan de singleplayer, doordat hier wel eenheden gebouwd kunnen worden. Basebuilding wordt tot een minimum beperkt, doordat je slechts één gebouw onder je hoede hebt. In dit gebouw kunnen eenheden aangeschaft worden en het gebouw zelf kan verder uitgebreid worden voor nieuwe troepen. In de multiplayer draait het om het bezet houden van verschillende tactische punten. Hiermee kan niet alleen geld en stroom verdiend worden, maar loopt ook langzaam een teller af. De partij die het eerste de nul bereikt, verliest.

Waar in de singleplayer slechts gespeeld kan worden met de menselijke Space Marines, kun je in de multiplayer met maar liefst vier verschillende rassen spelen. Ieder ras heeft op zijn beurt ook nog eens drie verschillende commandanten, die allemaal hun eigen speciale vaardigheden hebben. Hierdoor zijn er in feite twaalf verschillende partijen, waardoor de multiplayer een goede variatie heeft.

De kracht van de multiplayer zit hem echter in de snelheid. Een potje Dawn of War II hoeft niet heel lang te duren, maar kan in die korte tijd wel enorm spannend worden. Dat komt vooral dankzij de beperkte rol van basebuilding en door de manier waarop de winst wordt bepaald. Omdat veilig in je basis blijven zitten er in de game niet bij is, zal iedere speler er zo snel mogelijk op uit trekken, zodat er van de eerste tot de laatste minuut gevechten zullen zijn. Dit houdt het spel vlot.

Het is alleen wel jammer dat Relic momenteel slechts zeven speelvelden ter beschikking heeft gesteld. Dit weerhoudt de multiplayer namelijk om wat meer te variëren. Gelukkig zijn de eerste twee nieuwe speelvelden al te downloaden en heeft Relic gezworen er nog veel meer ter beschikking te stellen. We hebben dan ook goed vertrouwen dat er nog genoeg bijkomt op het moment dat de kaarten teveel gaan vervelen.

Grafisch gezien is Dawn of War II een prachtige game geworden. Alle eenheden hebben enorm goede animaties en je zit als speler met je neus op de grafische details. Dat wordt nog eens versterkt doordat omgevingen vernietigd kunnen worden en de uitstekende physicsengine die eenheden zonder moeite door de lucht laat vliegen bij een ontploffende granaat. Dawn of War II is één van de mooiste RTS-games op de markt en daar verdient het best een pluim om.

Dawn of War II is misschien niet de revolutie die het zo graag had willen zijn, maar het is wel een erg leuke en vlotte real-time strategiegame. Het houdt zich dan ook zonder moeite tussen al zijn concurrentie staande. Tot slot mag het niet ongenoemd blijven dat dit de eerste exclusieve PC-titel is die, door het gebruik van Windows Live, Achievements ondersteunt. Dawn of War II geeft je dus genoeg redenen om een redelijk aantal uurtjes achter de PC te verschuilen.