Wat zou er gebeurd zijn als de Verenigde Staten nooit naar Vietnam waren vertrokken om het kapitalistische woord te verspreiden? Wat zou er gebeurd zijn als Pim Fortuyn nog geleefd had? Wat zou er gebeurd zijn als Duitsland de Tweede Wereldoorlog had gewonnen? De real-time strategy game War Front: Turning Point borduurt door op een variant van de laatste ‘wat als’-zin. Niet Duitsland, maar het Russische leger neemt na een verrassende actie de leiding. Samen met de voormalige vijand Duitsland mag je het opnemen tegen de Roden. Dit alles inclusief een allerhande set aan futuristische units, wapens en helden. Maaaarch!

War Front: Turning Point is ontwikkeld door Digital Reality, de studio die we nog kennen van de aardige, maar verder weinig roemruchtige RTS Korea: Forgotten Conflict uit 2003. De ontwikkelaar ontvlucht het oosterse geweld nu voor een alternatief scenario dat ontstaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ieder level in de game wordt voorafgegaan door een leuk opgezet filmpje, waarin we de personages uit de game, tevens Hero-units, op humoristische wijze de aankomende missie horen bepraten. Het klinkt allereerst wat artificieel en aangedikt, maar blijkt een lekker tussendoortje te zijn tussen de speelsessies.

De game zelf is een standaardvoorbeeld van een RTS. Je bouwt een basis, kunt gebouwen upgraden en technieken onderzoeken, maakt een reeks verschillende units en trekt ten strijde. De game kent één hoofd en één subgrondstof. De voornaamste grondstof is geld en die kun je uit de desbetreffende ‘geldmijn’ trekken. Ten tweede vreten je units stroom en moet je de energievoorraad op peil houden. Dit doe je door een bepaald type gebouwen te plaatsen. Tot zo ver alle standaardelementen uit de game, die nergens briljant, maar ook nergens écht slecht zijn.

De twist van War Front: Turning Point zit hem in de futuristische wapens waar je mee aan de haal kunt gaan. Zowel de Duitsers, Geallieerden als Russen beschikken namelijk over een geavanceerder wapentuig dan tijdens de daadwerkelijke Tweede Wereldoorlog het geval was. Denk aan jetpacks, vlammenwerpers, ijsmachine’s en bommen die aardbevingen veroorzaken. Iedere factie heeft een eigen reeks speciale, technologisch vooraanstaande units, die gecombineerd worden met de klassieke tanks, anti-air guns en infanterie. De mix tussen ouderwets en nieuwe stijl voelt goed aan, met een goed uitgewerkte opbouw van de technologie tijdens de levels.

Eén van de grootste minpunten van de game, en gelijk ook een bijna fatale misstap van de ontwikkelaar, is de kunstmatige intelligentie van de units. Wanneer je een groepje units selecteert en deze de order geeft om de vijandelijke troepen aan te vallen, gaat het geheel in een soort van sliert op de vijand af waarbij de path-finding werkelijk van het niveau pre-2000 is. Eén voor één rollen de tanks naar de slachtbank, tijdens hun trektocht vaak nog het meest gehinderd door de eigen manschappen die de weg blokkeren.

 Hetzelfde geldt voor de actieradius van de troepen, vooral in defensief opzicht. Wanneer de vijand langzaam je basis in rijdt en van een afstandje de gebouwen beginnen te bestoken, is er geen dappere soldaat die zijn leven in de strijd gooit om de vijand tegen te houden. Zo degradeer je jezelf meermaals tot veredelde babysitter en moet je, net wanneer je elders een aanval aan het opzetten bent, ondanks een strategische plaatsing van de units je basis in de gaten houden. Behoorlijk frustrerend.

Het is echter niet enkel negatief gezang dat de klok slaat. Neem je het part-time babysitten voor lief dan kun je de strateeg in je aardig loslaten. De units zijn zowel aanvallend als verdedigend logisch en begrijpelijk gelieerd aan andere units, hiermee doelend op het feit dat tanks bijvoorbeeld makkelijk te verdelgen zijn door bommenwerpers, maar dat bommenwerpers ook weer zeer kwetsbaar zijn voor anti-air units en dat de anti-air units weer lastig tegen de als eerste genoemde tanks kunnen. De puzzelstukjes vallen wat dit betreft prima op z’n plaats.

Ook de lengte van de game is bevredigend, met een singleplayer campagne van twee keer elf missies (één voor de Duitsters en één voor de Geallieerden) plus een uitgebreide multiplayer mode. De multiplayer mode, tevens online te spelen, bevat naast de standaard Deathmatch mode ook nog twee aparte, interessantere modes genaamd Conquest en Secret Orders.

In de Conquest mode wordt er gestreden om een bepaald gebied op de map. De speler die het gebied het langste in zijn of haar bezit weet te houden, komt als winnaar uit de bus. De tweede mode is de kers op de taart. Aan het begin van de match krijgt iedere speler zijn eigen, unieke doelstellingen. Halverwege de game worden alle doelstellingen van de spelers openbaar gemaakt en breekt er een massale strijd los om de speler die er op dat moment het beste voor staat te grijpen. Dit toch behoorlijk vernieuwende idee is echt tof uitgewerkt en levert multiplayer matches op waarbij je op het puntje van je stoel belandt.

Grafisch blaast War Front: Turning Point je niet weg, maar levert het in lijn met de andere spelelementen een solide prestatie, zonder ergens echt special te worden. De wereld is volledig 3D en je kunt naar hartelust inzoomen, maar om nu te spreken van een overweldigende sfeer, dat gaat wat ver. De game is ietwat monotoon qua kleur en voelt wat dof aan. Gelukkig zijn de animaties van de units wel goed in orde en kun je ook voor een RTS fraaie physics verwachten, met units die lekker door de lucht vliegen en bomen die omvallen als je er met je tank overheen rijdt. Ook leuk voor een seconde of twee is de first-person view van de anti-tank gebouwen. Je kunt namelijk de loop onder controle nemen en voor een bonus aan schade zelf alle vijanden neerschieten. Echter, in combinatie met het eerder genoemde babysitgevoel is dit maar voor even leuk, daar de vijand zonder dat je het weet in een mum van tijd je hele basis overloopt.

War Front: Turning Point is oude wijn in nieuwe zakken, maar dan een fles van een paar euro en niet van het Euroshopper merk. De game doet niets echt vernieuwend, maar fleurt de RTS formule wel op een dusdanige leuke manier op dat je het spel een kans kunt geven. Met name de multiplayer mode is een aanrader, met de hectische gevechten uit de Secret Orders mode nog op m’n netvlies gebrand.