In The Last Tinker: City of Colors speel je met Koru en Tap. De één is een aapachtig mannetje en de ander is zijn ietwat té aanwezige, klein vliegend wezentje. De vergelijking met oude platformhelden als Jack & Daxter en Banjo & Kazooie is snel gemaakt. The Last Tinker doet ons dan ook herinneren aan een genre dat we vandaag de dag helaas veel te weinig zien: de vrolijke, charmante 3D-platformer.

The Last Tinker: City of Colors

En als je een eerste blik werpt op The Last Tinker, dan zou je ook verwachten dat de game eer gaat doen aan dat oude genre. Naast platformelementen bevat de game namelijk ook de nodige actiescènes en puzzels. Daar waar Jack & Daxter en Banjo & Kazooie echter floreerden door humor, uitdaging en vrijheid, ontbreekt het The Last Tinker aan al die eigenschappen.

Niet voor ons

Overduidelijk in The Last Tinker is de referentie naar racisme. Het verhaal lijkt dan ook serieuze maatschappelijke kritiek aan te halen, maar drukt daar nooit echt in door. De kleurenwereld van The Last Tinker is verdeeld in bepaalde segmenten en personages van verschillende kleuren hebben een duidelijke angst of afkeer tegen elkaar. Een mysterieuze substantie heeft alle kleuren opgeslurpt en overspoelt met wit slijm en het is aan Koru om daar verandering in te brengen. Hij is namelijk een Tinker die de krachten van alle kleuren op zich kan nemen en de wereld als het ware weer kan inkleuren.

Er had een emotioneel gecompliceerd verhaal verteld kunnen worden, maar de dialogen zijn veel te flauw om echt te raken. Zelfs voor kinderen schiet het verhaal qua warmte en humor flink tekort. Dat lijkt niet al te belangrijk in een platformgame, maar je moet wel degelijk door tal van dialoogvenstertjes klikken om een nieuwe quest te starten.  

The Last Tinker: City of Colors

Negeer je de vele hoge piepgeluidjes van alle personages, dan valt er wel te genieten van de schitterende omgevingen. Die lijken met hun papier-maché uiterlijk veel op Viva Piñata en qua charme komt het zeker in de buurt van games als Paper Mario of LittleBigPlanet. Je zou de omgevingen een sterkere inhoud toewensen, want alleen mooie plaatjes hebben nog nooit een game gered. 

Automatisch platformen

The Last Tinker is desondanks geen verschrikkelijk slechte game en er blijft zonder meer een lekker wegspelend platformspelletje over. Al is het platformgedeelte niet zoals je zou verwachten. In plaats van te springen zoals Mario, spring je meer zoals Drake uit Uncharted. Dat betekent dat je met een druk op de spatiebalk automatisch van platform naar platform springt en je eigenlijk alleen de richting hoeft aan te geven. Dat klinkt doodsimpel, maar door het inventieve leveldesign is het wel degelijk boeiend genoeg. Denk bijvoorbeeld aan een octopus die zijn tentakels op en neer beweegt in het water, waarna je op basis van timing de overkant moet bereiken. Uitdagend wordt het nooit, maar er zit zeker een goede flow in.

Flow is sowieso het toverwoord van The Last Tinker. Je zou hele levels als één lange combo van bewegingen kunnen beleven, ware het niet dat je af en toe op de f-toets moet rammen om dialogen te skippen. Het vechtsysteem voelt bijvoorbeeld net zoals in de Batman: Arkham-serie. Er is een aanvalsknop en een ontwijkknop, waarmee je op een vloeiende manier van vijand naar vijand kunt manoeuvreren. Hoewel de gevechten geleidelijk aan steeds meer nieuwe nuances krijgen, is een gevoel van eentonigheid onontkoombaar. Vooral de eindbazen vereisen altijd min of meer dezelfde benadering.

The Last Tinker: City of Colors

Hetzelfde kan worden gezegd over de puzzels, waarvan je eigenlijk altijd pas tijdens het oplossen doorhebt dat je een puzzel aan het spelen bent. Af en toe komt er een hulpje tevoorschijn die je achter je aan kan laten lopen om bijvoorbeeld op schakelaars te laten staan of bijzondere events te triggeren. Soms moet je het hulpje verkleinen om door een tunnel te duwen of bestoken met je speciale krachten, maar echt intelligent voel je je er niet door. De puzzels halen daardoor het tempo eruit, waar de The Last Tinker juist heel erg afhankelijk van is.

De nostalgie delen

Helaas is The Last Tinker: City of Colors niet de game die oude tijden met Jack & Daxter en Banjo & Kazooie doet herleven. Daarvoor missen er te veel kwaliteiten die de game boven de middelmaat zouden verheffen. Als speler word je net iets te veel bij de hand gehouden en qua spelmechanieken wordt er te braaf binnen de lijntjes gekleurd. Dat maakt The Last Tinker: City of Colors ideaal om met een gerust hart aan je kleine broertje te geven, al is het twijfelachtig of de game zijn hart wel kan veroveren. Dan heb je in ieder geval wel nog iemand anders om naar meer 3D-platformers te verlangen. Ratchet & Clank houden namelijk niet in hun eentje een genre in leven.

The Last Tinker is getest op een Macbook Air (2013).