Hoewel de zogenoemde kredietcrisis het koopgedrag de afgelopen maanden behoorlijk getemperd heeft, wordt in de game-industrie het ene na het andere verkooprecord verbroken. De laatste maanden van het huidige kalenderjaar geven daar ook alle reden toe met de release van een overdosis aan toptitels. Toch is het niet allemaal goud dat er blinkt. Zo nu en dan weten ontwikkelaars de potentie van een ambitieus project namelijk niet volledig te benutten. The Last Remnant behoort spijtig genoeg tot deze categorie.

The Last Remnant is een strategisch rollenspel waarin zo goed als alle clichématige verschijnselen uit het genre hun opwachting maken. Innovatie of revolutionaire aanpassingen zijn dan ook zo goed als volledig uit den boze in The Last Remnant. Dit is natuurlijk niet per definitie een negatieve ontwikkeling, want door verfijnde aanpassingen en een ietwat afwijkende aanpak kent het spel wel degelijk een eigen identiteit. En ondanks dat velen de conservatieve insteek van het doorsnee Japanse rollenspel hekelen, weten de verscheidene klassieke spelelementen uit het genre nog voldoende liefhebbers te bekoren om radicale wijzigingen niet noodzakelijk te maken.

Het moge dan ook geen verrassing heten dat het vechtsysteem een menugerelateerde opbouw kent waarin het turn-based spelprincipe de klok slaat. Toch is de spelopzet van The Last Remnant niet geheel volgens het boekje. Zo neem je geregeld tientallen manschappen onder je hoede, waardoor de gevechten veelal grootschalige gebeurtenissen zijn en niet langer om een handjevol eenlingen draaien. Het positioneren en uitbalanceren van je persoonlijke legertje speelt dan ook een grote rol bij het opzetten van een succesvolle veldslag. Deze benodigde spelwijze wordt verder uitgediept doordat er per groepering sprake is van een gezamenlijke levens- én moraalbalk, wat ervoor zorgt dat je vooral naar het grotere geheel dient te kijken.

Een ander aspect dat nogal afwijkt is het heelsysteem. Aan het einde van elk gevecht wordt de gezondheidstoestand van alle troepen namelijk volledig hersteld, wat tot gevolg heeft dat de uitdaging van de game vooral in de gevechten zelf te vinden is. Vooral de gevechten die wat groter van schaal zijn vereisen het nodige van je vaardigheden. Tijdens dit soort confrontaties komt het vechtsysteem overigens ook gelijk het beste tot z'n recht. Niet alleen is het erg indrukwekkend om meer dan honderd strijdende krijgers aan het werk te zien, ook treedt het strategische element gedurende deze gevechten meer op de voorgrond en wordt de invloed van formatie- en klassenkeuze pas echt duidelijk

Toch kent het vechtsysteem niet de diepgang die het rollenspel naar een nieuwe dimensie kan tillen. Dit komt vooral doordat je op de specifieke zaken nauwelijks invloed kunt uitoefenen. Zo speelt willekeur een te grote rol, wat te merken valt aan het gebrek aan een eenduidige structuur in het gehele vechtsysteem. De mogelijkheid om speciale aanvallen uit te voeren is erg inconsequent, het blijft gedurende de hele game gissen wat de daadwerkelijke effecten zijn van verscheidene vaardigheden en er wordt voor je bepaald welke groepering geheeld wordt.

Bovendien zijn de aanvalsmogelijkheden gezien de hoeveelheid manschappen ietwat beperkt en is de tussentijdse interactie, bestaande uit de welbekende quick-time events, vrij zwak uitgewerkt. Het laatstgenoemde valt vooral te wijten aan de enorme schommeling van de beeldverversing. Gelukkig is het mogelijk om dit spelelement door de computer te laten uitvoeren, maar dat versterkt alleen maar het gegeven dat je zelfs voor een rollenspel bij vlagen wel erg passief bezig bent met het spel. Over het algemeen genomen is het weliswaar geen straf om de gevechten, die soms om en nabij een half uur in beslag nemen, te doorlopen, maar wat meer oog voor finesse en diepgang had zeker niet misstaan.

Alvorens je de volledige game doorlopen hebt, ben je al gauw enkele tientallen uren kwijt. Wanneer je louter de hoofdmoot van het spel volgt is er verrassend genoeg nauwelijks sprake van zogenoemde zinloze opvulling, die het genre soms verwezen wordt. Dit komt vooral door de doeltreffende opzet van The Last Remnant. De vijanden zijn reeds van een afstandje te bewonderen en het is altijd mogelijk om op te slaan. Ook zul je bij het aannemen van vrijwel alle ter zaken doende missies onmiddellijk naar het gebied getransporteerd worden waar de betreffende opdracht uitgevoerd moet worden, waardoor een prettige speelsnelheid continu gehandhaafd blijft.

Bij de gildemissies, die fungeren als een soort van zijopdrachten, zul je daarnaast geen tijd kwijt zijn aan het accepteren van of zoeken naar de betreffende missie. Het komt er immers simpelweg op neer dat al deze opdrachten altijd openstaan en voltooid kunnen worden, zonder ook maar enig benul te hebben dat je daadwerkelijk met een opdracht bezig was. Hier staat wel tegenover dat de zijopdrachten een stuk minder interessant zijn dan de verhalende missies. Niet alleen worden ze niet aan elkaar geknoopt middels indrukwekkende tussenfilmpjes, ook zijn ze vrij repetitief van aard en laten ze je vooral door eentonige kerkers dwalen om nietszeggende handelingen te verrichten.

In tegenstelling tot het ietwat afwijkende vechtsysteem voelt de opbouw van het plot wel volledig aan als een bijeenraping van de welbekende elementen uit het decenniaoude genre. Zodoende komen de nodige ethische kwesties om de hoek kijken en worden de individuele doeleinden van de hoofdpersonages uiteindelijk tot een overkoepelende missie gesmeed waarin hele bevolkingsgroepen een steentje bijdragen.The Last Remnant draait in eerste instantie volledig om Rush Sykes, een assertief knaapje dat in de veronderstelling is de wereld en haar mogelijkheden op zijn duimpje te kennen. Vrijwel onmiddellijk nadat hij bericht kreeg van zijn elders wonende ouders om op zijn zusje Irina te passen, wordt zij op een gewelddadige wijze ontvoerd door een onbekende macht. En zoals het een Japanse puber met piekhaar betaamt, zet hij alles op alles om haar terug te vinden. Niet meer dan terecht ook, want het zou helemaal een fraaie boel zijn als hij deze gebeurtenis zonder slag of stoot zou toelaten.

Gedurende zijn zoektocht komen al snel verscheidene politieke machthebbers op zijn pad en wordt hij geconfronteerd met de wereldproblematiek, die natuurlijk meer omhelst dan in eerste instantie verwacht wordt. De aristocratische elite wordt op een karakteristieke wijze gepresenteerd en laat overduidelijk merken het plebs te minachten en geen voorstander te zijn van een democratisch systeem, waardoor de gezagsverhoudingen tussen de verscheidene personages al vrij snel duidelijk worden. Ook de andere personages, zoals de al te overdreven moraalridders en de goedhartige spierbundels, worden overtuigend neergezet en dragen bij aan een unieke sfeer.

Toch zal het plot niet te boek gaan als een fabel vol diepgang en memorabele twisten. Ondanks dat het zonder enige twijfel de moeite waard is om de verhaallijn van begin tot einde te volgen, blijft het totaalplaatje een beetje oppervlakkig en dragen de clichés niet echt bij aan een meeslepende opzet. Een ander puntje van kritiek is de zwakke Engelse vertaling. Niet alleen komen de woordkeuzen in de gesprekken geregeld erg onnatuurlijk over, ook zijn de stemmen al te emotieloos en sluiten ze nauwelijks aan bij het karakter dat de personages oproepen.

Daarnaast kent The Last Remnant een kanttekening die nog veel erger is dan alle aangehaalde minpunten: de technische mankementen. Om de haverklap duikt een laadscherm op, de beeldverversing zakt continu in elkaar tot een spelbelemmerend laag pitje en het spontaan verschijnen van details is simpelweg slordig. Hoewel deze voorbeelden kenmerkend zijn voor de Unreal Engine 3, nemen ze dermate grote proporties aan dat het gros van de spelers er al snel de brui aan zal geven. Door het spel op de harde schijf te zetten worden de mankementen enigszins in toom gehouden, maar nog steeds gaat het ten koste van de totale spelervaring.  Het moge dan weliswaar een beknopte beschouwing zijn van een vitale vorm van missers, maar de hoeveelheid woorden over dit probleem doen eigenlijk niet ter zake. De technische mankementen zijn kort gezegd massaal aanwezig en maken te frequent hun opwachting, waardoor het spelen van The Last Remnant geregeld een zeer vervelende aangelegenheid is.