Wellicht heb je de eerste impressies over Supreme Commander gelezen. Wie weet heb je de latere previews bekeken. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat je onze laatste artikelen over de drie verschillende facties hebt gezien. In dat geval ben je er helemaal klaar voor. Je weet hoe uitgebreid de gameplay is. Hoe vergaand de strategieën zullen zijn. Dat de ingame map je beste vriend zal worden. Rest nog de vraag: hoe tof is Supreme Commander nou eigenlijk? De praktijk wees uit dat de eerste indruk nog altijd telt.

Het is altijd jammer om games op de markt te zien komen die door het grote gros van de gamende bevolking niet opgepikt lijken te worden. Denk bijvoorbeeld aan een Psychonauts, een Fahrenheit of in het geval van RTS, Company of Heroes. Deze WWII-RTS kwam eind september vorig jaar op de markt en verraste menig strategieliefhebber. Want zo intens, zo ruig en zo grimmig als Company of Heroes was, hadden we niet vaker gezien in een RTS-game. Grootschalig was het niet, en het valt dan ook in het niet bij Supreme Commander, maar het heeft voor mij persoonlijk wel de beleving van het genre veranderd. Wat zeg ik, veranderd? Compleet over de schop gegooid!

Met dat in gedachten begon ik dan ook met goede moed aan Supreme Commander. Dezelfde beleving, maar dan in een grootschalig jasje, aan de hand van RTS-grootmeester Chris Taylor, hoe vet moet dat zijn!  Ik had mezelf voorgenomen om zonder enige voorkennis in de game te druiken. Ik heb me dus nooit aan de beta's gewaagd en ook de previews heb ik eigenlijk maar met een half oog bekeken: ik wilde de game zo fris mogelijk beginnen. Natuurlijk heb ook ik vroeger vaak Total Annihilation gespeeld, zodat ik wel enigszins wist wat me te wachten stond. Eenmaal Supreme Commander opgestart, kwam algauw het eerste introfilmpje me tegemoet. Een sfeervolle cutscene moet ik zeggen, begeleid door de orkestrale muziek van Jeremy Soule. De stemming was gezet. “Laat maar komen die Infinite Wars, ik heb er zin an!”, riep ik bij mijzelf en startte de eerste singleplayer campagne.

Plof. Er knalt iets vanuit de atmosfeer keihard op de grond. Een grote krater blijft over. Het moment wat daarop volgde is haast onbeschrijvelijk. Mijn mond viel haast open van verbazing. Even schokten er allerlei nostalgische vlagen door mij heen: ik waande mij haast weer in 1997. Nee wacht, het is 2007. Of niet? Of wel. Aargh! Tien jaar heeft de heer Taylor er over gedaan om met een spirituele opvolger te komen van het door de fans geliefde Total Annihilation. Tien jaar! Maar dat het zó erg veel op zijn voorganger is gaan lijken valt me toch vies tegen. Sobere graphics. Doodse omgevingen. Saaie look en feel. Eerste indruk: negatief.

Plons is ho!

Eenmaal van de schok bekomen, kwam er een nieuwe vraag bij mij op: wat doet die overdreven grote HUD in hemelsnaam hier? Staat HUD tegenwoordig voor Huge, of nog leuker: Humongious Up Display? En wat moeten die goedkoop-aandoende pictogrammen overal? Nee, ik werd er niet vrolijk van. Allesbehalve eigenlijk. Je mag toch wel verwachten dat een spel van zo'n kaliber en schaal toch wel een prettigere interface zou krijgen? Enfin, tweede indruk: negatief.

Klik. Klik. Bouw een Mass Extractor hier en wat Power Generators daar, zo luidt de eerste missie. Zo gezegd, zo gedaan. De nostalgische vlagen bleven maar terugkomen, maar niet in positieve zin. Je zou kunnen zeggen dat Supreme Commander perfect voer voor de nostaligsten zou zijn, maar waarom stelde me dat toch niet gerust? Misschien dat een groot leger vol met toffe tanks mijn stemming zou veranderen. Maar, nee. Ook dat niet!

De experimentele units uit Tier 3 zijn daarentegen wel vet!

Na eenmaal een beetje rondgesnuffeld te hebben in het wapenarsenaal werd namelijk al gauw bevestigd wat ik al vermoedde: de Tier 1 en 2 units uit Total Annihilation zijn gewoon weer in Supreme Commander te vinden. Regelrecht gekopiëerd haast. Okay okay, nu met enige nuance dan: hier en daar hebben de units een ander uiterlijk gekregen en de namen zijn gewijzigd. Niettemin, voor de rest kon ik niet één-twee-drie zien wat er nou zoveel veranderd was in al die jaren. Derde indruk: negatief.Drie negatieven op één rij. Bij de AIDS-kliniek zou je een moord doen voor zo'n uitslag, maar als RTS-fan, of op zijn minst gamer, begon ik mij toch even achter de oren te krabbelen. Je gaat je toch afvragen hoe dit allemaal zo mogelijk is. Waarom vind ik dit totaal niet aanspreken? Wat doe ik verkeerd? Wat deed Chris Taylor en zijn groepje op gas aangedreven vrienden tijdens de ontwikkeling verkeerd? En nu ik er toch over nadenk, wat doet mijn PC verkeerd?

Mijn PC, toch niet bepaald een verouderd systeem, pruttelde namelijk vermoeid en hijgend terug toen ik deze vraag aan hem stelde. Het werd al gauw duidelijk: Supreme Commander vergt een énorm bakbeest van een computer. Vooral de gigantische hoeveelheden aan units dragen hier een steentje aan bij. Hikt je PC dus al bij één versus één-potje, houd dan je hart maar vast wanneer je aan een twee tegen twee-gevecht begint. Gaat dat al amper, dan kun je de grotere gevechten mooi op je buik schrijven. Wat ik dus kon doen. Is dat even een deceptie van heb ik jou daar…

Zulke gevechten zijn een aanslag op je CPU

Ben je wel gezegend met een ultramoderne PC, dan kun je je klaar maken voor een massale strijd die zijn weerga niet kent. Want als er één ding is waar Supreme Commander met vlag en wimpel voor slaagt, dan is de grootschaligheid van het spel. De kleinere maps (met een grootte van 5x5 of 10x10 km), gemaakt voor twee tot vier man zijn al groot genoeg om in te verdwalen. Helemaal absurd groot zijn de maps voor acht spelers. Kilometers moeten er afgelegd worden, wil je een vijand tegenkomen. Met grootschalig bedoelt men dan ook écht grootschalig (zoals al bleek bij de HUD, heh)!

Bij zulke enorme levels volstaat geen conventioneel overzicht zoals we dat eerder kennen uit andere RTS-games. Daarom komt Supreme Commander – gelukkig – met iets gloednieuws op de proppen: een verfijnde map waarin je vanaf microniveau helemaal terugkunt scrollen naar macroniveau. Met andere woorden, alle gebouwen en eenheden worden vertegenwoordigd door kleine icoontjes, het landschap is niets meer dan een raster en van een visueel spektakel kun je bij deze map niet spreken.

Verder uitzoomen voor een groter overzicht is cruciaal

Echter, door het gebruik van dit overzicht heb je een ideale kijk op de stand van zaken en heb je binnen een mum van tijd in de smiezen waar de vijand zich bevindt en hoe goed jouw eenheden gepositioneerd staan ten opzichte van deze vijand. Het is dan ook deze map die het strategische element van Supreme Commander aanzienlijk versterkt. Niet zo vreemd dus dat het eigenlijk aangeraden wordt om met twee monitoren te spelen (mocht je er een knetterharde PC voor hebben, want zoiets vreet resources). Eén monitor voor de actie, de ander voor de zojuist beschreven map. De eerste RTS-game waarin dit perfect lijkt te werken. Eigenlijk is het gewoon geniaal, superlatieven schieten haast te kort! Dit is toch gewoon supreme als je het heel objectief bekijkt, want de S van Real Time Strategy komt nu eindelijk pas echt van de grond.

Maar WAAROM vind ik er dan geen bal aan, aan dat Supreme Commander? Waarom slaat die verveling onherroepelijk toe als ik langer dan vijf minuten naar het scherm zit te staren? Is het de saaie look van die Tier 1 units? Duurt het me te lang om van Tier 1 naar Tier 3, de experimentele en wél toffe units, te gaan? Of is het de hele beleving die me gewoon niet aanstaat? Ik wil oorlog zien! Geweld! Exploderende voertuigen, rondslingerende lijken en geschreeuw van manschappen die doodsangsten uitstaan, geen levenloze robots. Die overigens wel voorzien zijn van een zeer goede A.I., maar toch. Hoe moet ik ooit medelijden krijgen met een vijandelijke factie als het enige wat ik dood een stelletje metalen blokkendozen zijn?

Nee, aan de gameplay ligt het echt niet bij Supreme Commander. Het idee dat je op grote schaal oorlogje kunt voeren is echt een ongeëvenaard gevoel en het zal nog wel even duren voordat men in de buurt komt van dit kaliber van RTS. Objectief gezien verdient het spel dan ook een dikke negen. Ware het niet dat ik, met pijn in mijn hart, moet constateren dat de rest van Supreme Commander mij op geen enkele wijze weet te boeien. Wat heb je bijvoorbeeld aan een uitgebreid overzicht, de optie om met twee monitoren het spel te besturen of diverse ingewikkelde aanvalsinstellingen als de hele kern van het spel, de funfactor, gewoon niet overtuigt? Dat is gewoon waar het me omdraait: het spel is niet leuk genoeg voor mij.

En ja, daar baal ik oprecht van!Wat valt er nog te zeggen over een game die je, als persoon, zo leuk, mooi, verslavend en ronduit explosief vond? Er is mij al eens gevraagd of ik niet moe werd om over die game te schrijven, maar in mijn ogen is dat een kwestie van uiten van liefde. Natuurlijk ben ook ik niet blind en ook dit spel is verre van perfect, maar na alle previews, features en een perstrip rest mij eigenlijk alleen nog een nuance te geven. Door Guus Bouts

Zoals jullie hiervoor hebben gelezen is Frans wat minder positief gestemd over Supreme Commander. Het kan dus zijn dat een deel van jullie verward is, want mijn teksten waren immer positief over dit spel. Dat blijven ze ook, want mij heeft het spel wél dusdanig gegrepen dat er niets anders dan lof over geuit kan worden. Maar dit is ook meteen een kritiek punt: hoe hardcore moet je zijn, of hoe mainstream mág je zijn, om dit spel nog gaaf te vinden?

Laten we eerlijk zijn, dit spel is niet voor mensen die eens in de zoveel tijd een RTS game aanraken. Supreme Commander gaat dieper en verder dan de meeste andere games in het genre, en laat dat aan de opppervlakte niet zien. De economie is simpel, maar jij, als speler, zal de balans moeten verzorgen. Het bouwen van units is makkelijk, shift-klik en je hebt er weer tien eenheden bij. Maar controle houden over de eenheden, ze in formatie laten bewegen, gecoördineerd aan laten vallen én dan ook nog eens op verschillende fronten zonder het overzicht te verliezen, dát is jouw taak. Dat is ook geen makkelijke taak, je bent wel een paar uurtjes aan het klikken voordat je voldoende controle over je leger denkt te hebben.

Dat schrikt nu eenmaal mensen af, en misschien is dat bij Frans ook gebeurd. Want het is jammer dat hij die diepgang niet uitvoerig bespreekt en het op uiterlijkheden houdt. Goed, qua landschappen is het maar een dor en saai spel, het ontwerp van de eenheden vind ik daarentegen wel interessant. Dat het té futuristisch is, daar is het dan ook wel een science-fiction game voor. Ook dat is een stijl die je aanspreekt of juist helemaal niet. Cell-shading spreekt ook lang niet iedereen aan, terwijl een animé-fan er bijna een nieuwe onderbroek bij kan gaan halen.

Om puntsgewijs door te gaan: ja, de HUD is gewoon te groot. Maar er zijn mogelijkheden om ze te verplaatsen, wat iets meer ruimte oplevert. Het is niet veel, maar uiteindelijk went het wel en dan kan je niet zonder. Dat het niet prettig is ook een kwestie van smaak gok ik, want alles is wel lekker makkelijk binnen bereik en is zo gevonden in die flinke HUD. Maar eigenlijk is dat relatief en een veel te triviaal punt om een game op af te rekenen, mijn mening.

De systeemeisen geven eigenlijk ook wel aan dat het een spel is voor de harde kern. Want het spel loopt pas vloeiend op een zwaar systeem. In mijn laatste preview zei ik ook al dat ik er bang voor was of ze de balans nog een beetje op orde kregen. Het had beter gekund, dat wil zeggen: ik denk dat ze met een beetje meer moeite wat meer systemen met het spel overweg hadden kunnen laten gaan. Nu is het veelal een kwestie van alles uitzetten en hopen dat die framerate boven de 30 blijft. Gamen met een gedachte dat als het aantal eenheden boven de 400 à 500 komt, je pc het voor gezien houdt, is geen prettige manier van gamen.

 

Dat de map revolutionair is weten we allemaal ondertussen wel, maar de AI had nog wel wat meer belicht mogen worden. Het is een solide, zeer sterke AI, die ook nog op verschillende manieren in te stellen valt, zodat de rustig opstartende gamer ook nog een kansje krijgt. Slechts 'goed' is de AI niet, de beoordeling 'zeer goed' tot 'verdomdes goed' is meer op zijn plaats. Het speelt toch ook veel lekkerder tegen een vijand die wèl weet wat hij doet, dan niet?

Het is vreemd eigenlijk. In heel veel punten van Frans kan ik mij heel goed vinden, maar ik vind ze gewoon veel minder zwaar wegen. Waarom? Geen idee, misschien om dezelfde reden dat Frans het juist niet leuk vindt. Toen ik in Parijs dit spel zat te spelen op twee monitoren en een bak van een PC was ik haast in de hemel. Het speelde zo goed, vloeiend, soepel... alles was gewoon perfect. Ja ik heb het gezegd, voor iemand met een super PC is dit een geweldige game, om zo vloeiend jouw legers over het andere heen te zien knallen met wat experimentele eenheden er tussendoor om chaos te creëren en de marine die, salvo na salvo, een lading pijn neer laat hagelen op het strand... dat is kunst.

Guus kan hier wel uren mee spelen

Ik weet het ook niet, de gameplay is sterk, het verhaal vind ik mooi en boeiend, de stijl is strak en sci-fi, de actie is heftig, de maps zijn gigantisch, het economische systeem werkt goed, de experimentele eenheden zijn ruiger dan alles wat ik tot nu toe in een RTS gezien heb, maar toch durf ik het punt niet te hoog te geven. Supreme Commander verdient het wel, maar het laat iets teveel spelers in de steek om de harde kern te geven wat ze willen. Misschien is dat wel het doel van het spel, maar het liefst zou ik iedereen hier van laten genieten. Dames en heren, dit was een lastig spel... Maar zie onder ons oordeel.