Niets is logischer dan apen in balletjes stoppen om er daarna mee rond te rollen. Een geniaal concept dat alleen uit dat gekke land in het verre oosten vandaan had kunnen komen. En sinds we kennis hebben gemaakt met Monkey Ball tijdens de lancering van de GameCube, is het een volstrekt logische toevoeging aan ons leven. Een nieuw deel in de reeks is dan ook altijd een feest!

Nou ja, dat was het. Met het recente Monkey Ball, Banana Blitz begon ons geloof in de digitale primaten langzaam af te brokkelen. Sinds wanneer heeft Monkey Ball eindbazen nodig? Of de verschrikkelijk onhandige mogelijkheid om te kunnen springen? Nee, Banana Blitz was de puurheid die de gamereeks zo goed maakte uit het oog verloren.

Heerlijk simpel

Op het eerste gezicht lijkt Sega daar wat van te hebben opgestoken. Springen kan gelukkig niet meer en we komen ook geen eindbazen tegen tijdens het spelen. Het is gewoon baan na baan zo snel mogelijk met een rollend aapje afleggen. Het werkt zoals vanouds: door de Wiimote te kantelen, kantel je het level en gaat het balletje letterlijk vanzelf rollen. Probeer binnen een minuut de finish te bereiken en pik onderweg zoveel mogelijk bananen op om extra levens te innen. Heerlijk simpel, houden zo.

Toegegeven, de Wiimote biedt niet zo'n perfecte besturing als je zou verwachten bij een game als Monkey Ball. De serie staat namelijk bekend om de smalle paden waar je niet van af moet vallen. Met een controller kun je de analoge stick nog recht vooruit duwen om in een rechte lijn de overkant te bereiken, maar met de Wiimote is dat een stuk moeilijker. Het is immers lastig in te schatten wanneer je de Wiimote precies recht vooruit houdt, waardoor precisie met deze controller het raam wordt uitgegooid.

Daardoor zijn de levels in de Monkey Ball-games op de Wii een stuk minder inventief dan op de GameCube. Banen zijn wat breder, er zijn meer richels die de bal in het gareel houden, en meer van dat soort hulpmiddeltjes. De moeilijkheidsgraad stijgt gedurende de game nog steeds naar haast frustrerende hoogtes, maar nergens wordt het leveldesign echt zo spannend als tijdens de hoogtijdagen van de serie. Aan de andere kant voelt het wel verdomd leuk en natuurlijk om de levels te kantelen met de Wiimote, dus dat is een offer waar we ons deels in kunnen vinden.

Geen balans

De aap komt pas echt uit de mouw wanneer we met het Balance Board aan de slag gaan. Dat is namelijk de nieuwe feature waar Step & Roll zijn naam aan dankt. De bedoeling is dat je op het Balance Board gaat staan en met je lichaam de druk op verschillende plekken verplaatst en zo de levels kantelt. Het maakt van het spel een haast onbestuurbare ervaring, wat echt wel een paar levels de lachers op zijn hand krijgt maar daarna ook weer snel uit het geheugen gewist moet worden.

Sega geeft stiekem ook toe dat de game niet te besturen is met het Balance Board. Bestuur je de game met Nintendo's witte plankje, dan worden een hoop obstakels uit de levels verwijderd. Inderdaad, met je voeten Monkey Ball spelen is zo onprecies dat die obstakels de frustratie alleen maar hoger op laten lopen. Maar laten we eerlijk zijn: als je de uitdagingen uit je game moet halen omdat de besturing te moeilijk is, dan is het misschien een beter idee om te werken aan die besturing. Een gemiste kans is dat er niet aparte levels voor het Balance Board zijn gemaakt. Wat bredere levels bijvoorbeeld om frustratie te voorkomen.

Laat het Balance Board dus maar lekker voor wat het is. Step & Roll speel je gewoon met de Wiimote en dan is het allemaal wel vermakelijk. Jammer genoeg zijn de minigames niet langer meer van het niveau van de GameCube-games en de coöperatieve modus, waarin een tweede speler de Wiimote als een zapper gebruikt en obstakels uit de weg schiet, had beter achterwege gelaten kunnen worden.

Positief aan de game zijn absoluut de graphics en het geluid. Grafisch is alles lekker helder en kleurrijk en de verschillende (te verwachten) thema's van de werelden worden op die manier er dik bovenop gelegd. Ook de muziek is in orde, vooral omdat de nummers opgedeeld zijn in levels en je door verder te spelen steeds een ander gedeelte van een nummer bereikt. Een originele en leuke zet van Sega.