Februari was de maand van de Nederlandse ontwikkelaar Guerrilla Games. Hun kindje Killzone 2 werd met lofzang overladen. Hoge cijfers, stevige media-aandacht en een marketingmonster van heb ik me jou daar om dat allemaal nog even te benadrukken. Intussen wordt de aandacht weggeleid van het andere kindje van Guerrilla. Overgeleverd aan minder competente opvoeders is deze aan de drugs geraakt, tot een zombie gemuteerd en langzaam weggerot. Terwijl Killzone wordt toegejuicht op het podium bij het binnenhalen van zijn bul, blaast ShellShock zijn laatste adem uit.

We vragen ons af hoe Eidos ooit op het idee gekomen is een vervolg te maken op ShellShock: Nam '67. Deze Vietnam-shooter werd bij zijn release in 2004 niet bepaald juichend ontvangen. Het had een interessante pretentie: ons de gruwelen van een oorlog tonen. Maar ontwikkelaar Guerrilla Games kwam in dat opzicht niet veel verder dan het tonen van bloedvergieten en verminkte, deels ontbonden lijken, in plaats van ons te confronteren met de morele dilemma's en psychologische impact van een oorlog. De enige zinvolle reden om de ShellShock-franchise weer uit de kast te trekken, zou een tweede poging kunnen zijn om dit unique selling point wél waar te maken. ShellShock 2: Blood Trails, dit keer van ontwikkelaar Rebellion, doet precies het omgekeerde. Nog meer bloed, nog meer ontbonden lichamen en, zowaar, zombies. Elke vorm van subtiliteit ontbreekt, elk gevoel met het onderwerp ontbreekt.

ShellShock 2 is nergens écht stuk. Het heeft een begin en een eind, het heeft afgewerkte menu's en laadschermen en de stemacteurs doen hun werk prima. Wat écht verplicht is in een hedendaagse shooter, dat zit er ook wel in: gezondheid die automatisch terugkomt wanneer je even stilstaat, iron sights en uiteraard quick-time events. Verder natuurlijk levels, tien in getal. Allemaal bijzonder kort, gevuld met vijanden in twee smaken, zombies en Charlies, die je mag afmaken met het standaard wapentuig: pistolen, machinegeweren, shotguns, raketwerpers en granaten.

En daarmee is werkelijk alles gezegd. Alles wat noemenswaardig is in positief opzicht. ShellShock doet geen enkele poging origineel te zijn, geen enkele poging om je te verbijsteren, om je te interesseren in wat er gebeurt. Veel verder dan een geforceerd schrikmoment of een overdreven bloederig tafereeltje komt ontwikkelaar Rebellion niet. Ohja, en één schaarsgeklede dame. “Wat is het nut van zo weinig kleren in een oorlogsgebied? Hebben vrouwen geen bescherming nodig?”, vraag je je af. Al snel blijkt dit een valide vraag, want al bij de tweede ontmoeting wordt ze afgemaakt. De manier waarop ze werd geïntroduceerd deed vermoeden dat ze nog een rol van betekenis zou gaan hebben, maar niet dus. Waarschijnlijk dachten de makers op het allerlaatste moment nog: Kùùùùùùt, we hebben d'r helemaal geen lekker wijf in zitten!

Het schieten in ShellShock werkt, maar voelt nooit echt lekker. De wapens missen de robuustheid, de impact die het schieten in veel shooters zo bevredigend maakt. Zelfs de granaten doen maximaal “plof”. Het gebruik van je iron sights is overbodig omdat je onbenullig grote crosshair knalrood oplicht wanneer je over een vijand heengaat, terwijl je via de iron sights de vijanden nauwelijks kunt onderscheiden van de polygonenbrij die omgeving heet.

Visueel is ShellShock 2 een aanfluiting. Binnen in gebouwen weet het de tekortkomingen nog redelijk te verbloemen, maar in de junglelocaties gaat het vol op zijn bek. De flora lijkt op geen enkele manier op elkaar afgestemd, waardoor het geheel op een collage van bomen, planten en zwerfkeien lijkt in een wel heel hoekig landschap, in plaats van op een dichte, vochtige jungle. Dit PlayStation 2-niveau noemen zou de makers van de mooiere PS2-titels tekort doen. Ook lijkt het contrast niet helemaal goed ingesteld. Het spel is veel te donker, zelfs met de helderheid helemaal omhoog geschroefd. Je hebt weliswaar een zaklamp, maar deze heeft zo'n klein schijnvlak dat je het gevoel hebt gedurende het hele spel door een toiletrol te kijken. De beperkte kijkhoek, die al een aardig claustrofobisch gevoel geeft, draagt daar verder aan bij.

En dan de animaties. Daar is geen motion capture aan te pas gekomen, en dat zie je. Wanneer je teamgenoten voor je uitlopen ga je je toch zorgen maken over het gebrek aan sanitaire voorzieningen in Vietnam. Alsof het bij elke stap verder de broekspijpen uitloopt. Ander puntje van kritiek: de AI. De zombies rennen gewoon recht op je af. Eerst langzaam, zodra je ze geschoten hebt harder. Maar dat doen zombies. De Charlies gedragen zich echter ook erg onrealistisch. Ze lopen tegen muren, raken je onnatuurlijk goed van een afstand maar van dichtbij weten ze geen raad met je. Van enige vorm van samenwerking is geen sprake. Schuilen doen Charlies graag achter explosieve tonnetjes.

Tegen een groot aantal tegenstanders wordt ShellShock irritant doordat je direct geraakt wordt nadat je je hoofd achter je schuilplaats vandaan steekt. Ren je als een kip zonder kop door het level heen, dan raken ze je ineens veel moeilijker. Soms ren je zo eenvoudigweg een checkpoint voorbij of de volgende cutscene binnen, waarbij je een heel vuurgevecht uit de weg loopt. Wederom een teken van slecht spelontwerp en slecht testen. Maar ShellShock 2 is vooral bijzonder kort. De singleplayercampagne kun je vijf uurtjes uitspelen en daarna is er niets meer. Geen multiplayer, geen geheimen, geen vrij te spelen voorwerpen. Alleen een Achievement: “Speel het spel voor de tweede keer uit”.