De eerste Playstation was vergeleken met onze tegenwoordige hardware een zeer beperkt beestje. Weinig geheugen, beperkte resolutie en het laden van CD duurde vaak een eeuwigheid. Maar zoals de Engelsen zeggen: ‘noodzaak is de moeder van inventiviteit’. De ontwikkelaars van Biohazard (zoals het spel in Japan heette) keken naar wat de Playsation wél kon en verstopten de beperkingen handig in verschillende opmerkelijke spelsystemen. De genialiteit van die beslissingen toen, in 1996, blijkt uit het feit dat Resident evil HD Remaster nagenoeg identiek speelt zoals die oerversie.

Deuren

Dat blijkt onmiddellijk wanneer je het mysterieuze landhuis betreedt als een van de twee hoofdpersonen: Jill Valentine of Chris Redfield. Op het moment dat je hal uit loopt gaat het beeld op zwart en zie je de animatie van een deur die open gaat. In de Playstation-versie was dit een manier om de laadtijden te verbloemen, maar het had als bonus dat het spel extra spanning kreeg. En dat is nog steeds zo: het moment waarop je moet wachten tot je ziet wat er in de andere kamer zit (misschien wel een horde ondoden) is nog steeds zenuwslopend. Tegelijk zorgt het ervoor dat het spel een eigen ritme heeft. Iedere locatie krijgt hierdoor meer gewicht. Het onderstreept dat Resident Evil een spel is van behoedzaamheid en nadenken.

Wat al eerder opvalt is de grafische poetsbeurt. Om precies te zijn: deze remaster is een update van een update die verscheen voor de Gamecube. Maar Capcom heeft voor deze versie de resolutie naar 1080p opgetrokken, de character-modellen verfraaid en ook een breedbeeldoptie toegevoegd. Die laatste is heel slim gedaan: het zijn nog steeds dezelfde achtergronden (Capcom gebruikt in feite gewoon platte tekeningen waar de 3D personages in werden geplaatst) maar het beeld zoomt iets in. Als je beweegt volgt de camera je met een subtiele pan-beweging, waardoor het geheel nog filmischer voelt dan het al deed. Daarnaast is de lichtval en schaduw verbeterd. Als je personage door een kamer loopt, vallen schaduwen realistisch over de objecten, waardoor ze solide en ‘echt’ overkomen.

Ook de introfilm is vernieuwd. De oorspronkelijke PS1-versie was een gruwelijk slecht geacteerd stukje film met echte ‘acteurs’. De term staat tussen aanhalingstekens want het acteerniveau was zoiets als een schoolvoorstelling met volwassen acteurs, die een uur eerder uit een alcoholkliniek waren gehaald en het podium op werden geduwd. “Doe maar acteren!” De nieuwe versie is geheel geanimeerd. Nadeel is dat de personages er doods uitzien; Jills blik in de opening is echt niet levendiger dan de eerste echte zombie die we tegenkomen. Maar ja, dat zijn pietluttige kritiekpuntjes. De sfeer is waar het om draait, en die is voortreffelijk. De stemacteurs zijn in deze versie zeker niet in de race voor een Oscar, maar doen het goed genoeg om niet af te leiden van de gebeurtenissen op het scherm.

Intens

Die gebeurtenissen zijn nog steeds zenuwslopend. Zelfs met het nieuwe besturingsmodel. Waar in de oorspronkelijke game je je personage moest draaien in de richting waarin je wilde lopen en dan op ‘voorwaarts’ moest drukken, kun je nu kiezen voor ‘relatieve besturing’. Dat wil zeggen dat je gewoon loopt in de richting waarin je de stuurknuppel beweegt. Dit is vele malen comfortabeler en maakt het spel gelukkig niet makkelijker. De eerste zombie die je tegenkomt is nog steeds pittig om te verslaan, gewapend als je bent met enkel een dolk.

De intensiteit wordt verhoogd door een uniek save-systeem. We zeggen ‘uniek’, maar ‘wreed’ zou een betere term zijn. Er zijn namelijk door het landhuis heen typemachines geplaatst waar je je spel kan opslaan, mits je tenminste een schrijfmachinelint bij je hebt. En daar zijn er maar een beperkt aantal van. Het is dus iedere keer wikken en wegen of je nu al je spel opslaat en dus een lint verspilt, of nog even doorspeelt om nog wat puzzels op te lossen zodat je efficiënter met je linten omgaat. Het is een vreemd spelsysteem dat wel de sfeer ten goede komt, maar tegelijk ook vreselijk onhandig is.

Puzzels

Als er een aspect is dat echt gedateerd overkomt, dan is het wel het oplossen van puzzels. Het landhuis is vergeven van de sloten, sleutels, verschuifbare dingen en hendels. Dit alles komt ontzettend spelachtig over te midden van de realistische sfeer. De puzzels zijn niet supermoeilijk maar wel abstract en lijken weinig met de setting te maken te hebben. Denk Professor Layton met heel veel wandelende lijken.

Lijken die in deze versie niet dood blijven als je ze vermoord (kan dat eigenlijk, een lijk vermoorden?). Deze ondoden kun je in elk geval uitschakelen met een groeiend wapenarsenaal (en steeds te weinig kogels) maar als je de resten niet verbrandt staan ze na een poosje gewoon weer op. Ondoden die je doodt, worden on-ondood met een rood hoofd en veel meer snelheid. Dit nieuwe aspect zorgt er opnieuw voor dat je beslissingen moet nemen over welke spullen je gebruikt, welke lijken je definitief vernietigt en waar je probeert langs te rennen.

Doodvermoeiend

Resident Evil is een inspannend spel dat de gehele acht, negen uur intens blijft en waar we aan het eind bekaf van waren. Op de goede manier dan welteverstaan. Het plot en het acteerwerk zijn ondergeschikt aan het nog steeds ijzersterke gevoel dat je moet overleven met de beperkte middelen die je tot je beschikking hebt. Je moet, net zoals de makers van het origineel, met hun beperkte hardware, van de nood een deugd maken. Resident Evil HD Remaster doet dat briljant en is ook voor moderne spelers de moeite meer dan waard.

Resident Evil HD Remaster is getest op pc. De game is ook beschikbaar op PlayStation 3, Xbox 360, PlayStation 4 en Xbox One.