Prototype 2 is een opeenhoping van elementen uit de gemiddelde jongensdroom. Het kent een veredeld zombie-/infectieverhaal vergelijkbaar met de film The Crazies, je kunt vliegen als Superman en vechten als Wolverine en het is ondergedompeld in een chaos aan geweld en spektakel zoals Michael Bay het kan dromen. In deze hectiek staat James Heller centraal, een soldaat wiens vrouw en kind gestorven zijn als slachtoffers van het losgelaten virus. Heller zweert wraak op de hoofdpersoon van de eerste Prototype, Mercer, en de organisatie Blackwatch, verantwoordelijk voor de verspreiding van het virus. Hij faalt echter in een poging Mercer te doden en ‘krijgt’ vervolgens zijn krachten uit een daad van medelijden.

Hier begint een verhaal vol intriges en wisselende vijanden, waar geen touw aan vast is te knopen. In zekere zin blijft het simpelweg gaan om de verspreiding van het virus en de mysterieuze doelen van Mercer, maar het verhaal springt zo van de hak op de tak dat je na een tijd geen flauw idee meer hebt naar wie je nou eigenlijk zit te kijken. Letterlijk elk personage is namelijk inwisselbaar en zo eendimensionaal dat het lijkt alsof je tegen getekende stereotypes vecht. Ook de hoofdpersoon is een oppervlakkig en simpel persoon die het persoonlijke verlies van zijn vrouw en dochter niet emotioneel over kan brengen. Zijn emoties bestaan slechts uit een overmatig gebruik van vloekwoorden en een boos gezicht. Tevens verdwijnt het idee van een groter doel en de geloofwaardigheid van zijn achtergrond wanneer Heller zonder straf of moeite burgers kan gooien en opeten. Hij overtreft daarmee zelfs Alex Mercer in desinteresse, die in het vorige deel semi-integrerend moest overkomen met een capuchon op zijn hoofd.

Chaos in de speeltuin

Een goede emotionele context voor de gameplay heeft het dus niet, maar dat doet weinig af aan de fijne manier van vechten en voortbewegen. Alhoewel nauwkeurigheid in de besturing ontbreekt, voelt Prototype 2 als een soepele dans op een vloeiend ritme. Het zweven door de stad in combinatie met springen, dashen of rennen is heerlijk en is vergelijkbaar met de flow van bewegen in Batman: Arkham City. Het vechten is al even vloeiend en je knoopt met speels gemak brute combo’s met snelle ontwijkingen aan elkaar.

Heller beschikt over een groot arsenaal aan wapenmogelijkheden. Zo kan hij zijn armen en handen muteren in grote klauwen of tentakels en kan hij zombies, mutanten en soldaten op veel verschillende wijzen neerhalen. Ook zijn op sierlijke wijze helikopters uit de lucht te schoppen en is het wapen van een tank te halen om daar vervolgens een enorme mutant mee te doden. Tijdens een massaal gevecht zorgen dergelijke elementen vrijwel altijd voor een mooi gechoreografeerde actiescène. De besturing en het camerawerk werken daarnaast wel alleen optimaal met meerdere vijanden. Als je je wilt concentreren op een enkele vijand, schiet de schokkerige camera te kort en mist de besturing een hoop nauwkeurigheid.

De spelstructuur is hetzelfde gebleven als in het vorige deel. Dat betekent dat je vrij kan gaan en staan waar je wilt en naar verschillende plekken in de stad moet gaan om een missie te beginnen. Die missies verschillen echter nauwelijks van opzet en beginnen altijd met een zoektocht of sluipstuk, waarbij je gebruik moet maken van de mogelijkheid van Heller het uiterlijk van andere mensen aan te nemen. Deze stukken nemen echter weinig tijd en moeite in beslag en staan in schril contrast met de vele keren dat je aan het vechten bent. Er zijn ook zijmissies te volgen of je besluit op zoek te gaan naar objecten, en dat werkt verrassend verslavend. De game kent namelijk een uitgebreid upgradesysteem en na elk zijpad dat je neemt, is weer een nieuwe upgrade te kiezen. Zo krijg je bijvoorbeeld na het vinden van een aantal taperecorders een defensieve bonus en na het doorlopen van een kort zijverhaal extra kracht voor je wapens.

Simpel vermaak

De gameplay wordt helaas niet versterkt door de tegenstand. Dat komt niet alleen doordat het erg lang duurt voordat je doodgaat, het ligt ook grotendeels aan de slechte kunstmatige intelligentie. De manier van aanvallen is bijvoorbeeld vrij voorspelbaar en het valt vijanden blijkbaar niet op als je vermomd als soldaat door de lucht vliegt en met een grondverwoestende klap neerdaalt. Dergelijke mankementen zorgen voor een verslapping van de ervaring en je voelt je nooit de god die de game je probeert wel probeert te laten zijn.

Ook de grafische beperktheid ondermijnt voor een groot deel de ervaring. De stad New York ziet er vrij inspiratieloos uit en zit vol met pop-up. Ook zijn de omgevingen waar je in vecht qua structuur enorm generiek en lijkt elke basis of ondergrondse plek op elkaar. Daarnaast merk je weinig verschil tussen de drie verschillende zones in de stad. Elke zone is in een andere mate geïnfecteerd, maar dat zie je slechts aan een andere kleurenfilter of de staat van sommige gebouwen. Ook de levensloosheid van de bewoners zorgt ervoor dat je qua ervaring constant aan de oppervlakte blijft en nooit het idee hebt onderdeel te zijn van een grootse uit de hand gelopen situatie.

God van het simpele vermaak

Prototype 2 is aldus weliswaar een orgie aan jongensfantasieën met een ‘superheld’ die kan vliegen, transformeren en over een overdaad aan kracht beschikt. Het ontbreekt echter aan nuance en de game doet zichzelf veel schade toe door alleen maar te focussen op de notie van kracht en onoverwinnelijkheid. Er ontbreekt intelligentie, een diepere laag en het allerbelangrijkste, een overtuigende morele heldendaad. Zaken die superhelden als Spider-man en Batman onvergetelijk hebben gemaakt. Prototype 2 gaat daardoor dan ook niet over een superheld, maar gewoon over een boze man die toevallig krachten heeft. De game laat je vechten met zombies en helikopters, maar faalt in het verantwoorden van de vele jongensfantasieën. Prototype 2 is daardoor geen natte droom, maar slechts een vermakelijke dagdroom.

Deze game is gespeeld op PlayStation 3.