Als een echte aap slinger je via lianen, geef je met je grote vuisten andere dieren op hun donder en baan je je een weg door de bomen. Ja, je bent de koning van de jungle of je bent het niet! Donkey Kong: Jungle Beat maakt de aap in je los.

Super Mario Galaxy is een geweldige platformer. Daar zijn de meningen niet eens over verdeeld. Voordat het ontwikkelteam van Nintendo (EAD Tokyo) die game afleverde, maakte het Donkey Kong: Jungle Beat. Deze tweedimensionale platformer op de GameCube moest bestuurd worden met de bongo's. Door op de rechter-bongo te trommelen ging je naar rechts, de linker was om naar links te lopen en beide tegelijk veroorzaakte een sprong. Je gaf vijanden een pak slaag door in je handen te klappen.

Een stap terug?

En ja, dat valt nu allemaal weg door de overzetting naar de Wii. Niet langer ben je lekker ritmisch aan het trommelen en in je handen aan het klappen. Je bestuurt Donkey Kong gewoon door met het pookje op de Nunchuck naar rechts en links te duwen en springen gaat via de A-knop. Niet echt revolutionair. Het lijkt zelfs een stap terug. Dat je vijanden klappen geeft door de Wiimote te schudden verandert daar weinig aan.

Maar wat blijkt: Jungle Beat was niet alleen dankzij de bongo's een geweldig spel. Nee, nu je alles met de Wiimote en Nunchuk bestuurt, staat Jungle Beat nog steeds als een huis. Juist het leveldesign en het uitgangspunt van de game zijn de factoren die het product naar een hoog niveau tillen. En die blijven gewoon intact op de Wii.

Een platformer met combo's

Want hoewel je de levels vrij standaard één voor één afwerkt en je van het begin naar het einde van de levels loopt, is dat allesbehalve het doel. Je moet namelijk zoveel mogelijk medailles halen en die krijg je alleen door veel bananen te verzamelen. Tot zo ver niets unieks, maar het gaat om de manier waarop je die bananen verzamelt. Jungle Beat is namelijk een platformer die met combo's werkt. Raak je de grond, dan is je combo voorbij, dus is het de bedoeling in het ritme van de platformer te blijven en zoveel mogelijk rond te zwiepen, van bloemsteel naar bloemsteel te springen en vooral niet tot stilstand te komen. Speel je de game ritmisch, dan wordt je verzameling bananen al snel verdubbeld en krijg je dus meer medailles.

Dit constant in beweging blijven zou alleen een plezierige ervaring opleveren als het leveldesign in orde was. En dat is het. Je gaat van links naar rechts en omhoog en omlaag, maar altijd zijn de objecten waarmee je in beweging blijft (lianen, tonnen, bloemen en andere apen die je omhoog gooien) perfect geplaatst in de levels. Ook via het doden van vijanden kun je in de lucht blijven en ook die lopen dus op strategische plekken in de levels rond. Na elke twee levels krijg je een eindbaasgevecht dat de gameplay een beetje opbreekt. Zo moet je om de zoveel tijd tegen een aap vechten. Timing is hier belangrijk: precies op het juiste moment een klap ontwijken geeft jou de kans het gat in de verdediging van je tegenstander te benutten. Jammer dat Nintendo dit gedeelte niet wat heeft aangepast: hier had gemakkelijk het boksen uit Punch-Out of zelfs Wii Sports op toegepast kunnen worden.

Kort maar krachtig

Nintendo heeft wel andere kleine aanpassingen gemaakt aan de game. Zo verschijnen er iets meer vijanden en obstakels. De besturing is immers makkelijker geworden, omdat het trommelen op de bongo's wat onnauwkeuriger was. We kunnen echter niet ontkennen dat het wel leuker was om de game via de bongo's te besturen. Het trommelen was echt een andere ervaring en daarbij een grote verrassing dat een traditionele platformer zo goed te besturen was met een muziekinstrument. Jammer genoeg is de game ook nog steeds verschrikkelijk kort: de pakweg dertig levels heb je binnen een aantal uren doorgespeeld en alles wat overblijft is meer medailles proberen te halen. Het is echter het talent van de ontwikkelaars dat Jungle Beat ondanks deze minpunten na vier jaar niet alleen nog steeds een genot is om te spelen, maar ook nog één van de mooiste Wii-games ooit is.