De Need for Speed-franchise heeft meerdere gezichten gekend, die telkens nauw verwant waren aan de zeitgeist. Toen bijvoorbeeld televisieprogamma's als Pimp My Ride hip waren, kon je in de Underground-titels zelf je wagens pimpen. Electronic Arts probeerde afgelopen jaar wat realistischere racers als Grid bij te benen met Shift en er is inmiddels zelfs een Need for Speed-MMO. 2010 zouden we kunnen kenmerken als een jaar van nostalgie, gezien de terugkeer van onder meer Goldeneye en Donkey Kong: Country. Natuurlijk doet Need for Speed hier ook aan mee. Met Hot Pursuit keert de serie namelijk terug naar zijn hoogtijdagen.

Exotische wagens

Dit betekent dat je maar zelden remt. Als je het al doet, dan is het vooral om door een bocht te kunnen driften. Je racet ook enkel op de meest exotische locaties in bloedmooie bolides. Geen gekloot met de afstellingen en geen Ford Ka’s en Volkswagen Polo’s. Nee, alleen maar die Porches, Lamborghini’s en Bugatti’s die zelfs de rijkeren onder ons niet kunnen betalen. De auto’s die je vrijspeelt, zijn niet eens zoveel sneller, maar bovenal nog bruter en meer waard. En zelfs al is Need For Speed bij lange na geen realistisch spel, dan nog voelen de auto’s onderling echt anders aan. Aan het rijgedrag van de McClaren F1 merk je dat het een circuitwagen is, terwijl de Ford Shelby GT500 juist bestuurt als een typisch Amerikaanse muscle car.

Met zo’n monsterbak onder je kont probeer je op volle snelheid de politie van je af te schudden. Of je bestrijdt als politie zelf het snelheidsgespuis en ramt hen zonder pardon van de weg of gebruikt hier juist wapens voor. Dit principe van Hot Pursuit zorgde in 1998 voor een nieuwe dimensie binnen het racegenre, maar is vandaag de dag nog steeds fris en spectaculair. Er zijn ook 'normale' races en tijdsritten, maar uiteindelijk draait het in Hot Pursuit om de rauwe en agressieve achtervolgingen.

Waarom de singleplayer zoveel tijdritten bevat, was ons in eerste instantie dan ook een raadsel. In het begin is het nog wel aardig om tegen de klok te racen, maar al gauw heb je het idee dat dit niet de manier is waarop je Hot Pursuit moet spelen. Je mist de dynamiek, de actie. Er is ook niet echt een gevoel van daadwerkelijke progressie. Je speelt weliswaar nieuwe voertuigen en wapens vrij, maar buiten dat hebben de opdrachten nauwelijks iets om het lijf. Hoe verder je komt, hoe meer je het gevoel hebt dat je steeds dezelfde races aan het rijden bent. Dat je als zowel straatracer als politie meerdere malen op hetzelfde circuit racet, helpt dan ook niet echt.

Het is daarom een verademing dat Criterion hier een ingenieuze twist aan heeft gegeven. Tijdens de tijdritten en races worden je resultaten namelijk gelijk vergeleken met die van je vrienden. Het klinkt simpel, maar zorgt voor een fundamenteel andere ervaring van de singleplayer. Je strijdt nu niet alleen tegen de computer of de klok, maar tegelijkertijd ook tegen je vrienden. Krijgen zij het voor elkaar om je persoonlijke record te verbreken, dan krijg je daar bericht van. Ofwel via het spel zelf, of via een sociaal medium als Facebook. Je wordt zo dus uitgedaagd om een race uit de singleplayer te blijven spelen totdat je zelf weer de beste tijd in handen hebt. Het rechtvaardigt de flauwe opzet van de singleplayer niet, maar is wel degelijk van toegevoegde waarde voor het totaalplaatje. Het is ook gelijk een stap richting toekomstige games, waarin offline en online speltypes steeds meer in elkaar zullen overvloeien.

Burnout: Hot Pursuit   

Dit is overigens niet het enige waarmee Criterion een eigen invulling geeft aan de succesformule van de oorspronkelijke Hot Pursuit. De studio vist bijvoorbeeld ook in haar eigen Burnout-achtertuin. Dit betekent dat het in Hot Porsuit bijna een traktatie is om vol in de vangrail te kletsen. Verlies je de controle over je wagen, dan verspringt de camera naar de meest indrukwekkende perspectieven en laat hij je in slow-motion zien hoe alle onderdelen in het rond vliegen.

Hierdoor vervaagt de grens tussen een Burnout- en Need for Speed-game. Je zou denken dat dit een identiteitscrisis veroorzaakt, maar eigenlijk komt het de game juist ten goede. Je wordt – zeker als politie – aangespoord om je tegenstanders van de weg te beuken. Gebeurt dit dan op een Burnout-achtige manier, dan is het uiteraard des te indrukwekkender wanneer je ziet hoe zijn wagen na een paar keer flink beuken aan gort gaat.

Maar je zorgt er ook regelmatig zelf voor dat je je wagen regelmatig total loss rijdt. Hot Pursuit is een heuse arcaderacer. Snelheid staat voorop en het is dus nog niet zo makkelijk is om een bocht in te schatten of een tegenligger tijdig te zien. Sowieso duurt het een fractie van een seconde langer dan gebruikelijk voordat je wagen daadwerkelijk reageert. Hierdoor moet je net iets eerder sturen dan in soortgelijke titels. Dit is niet onoverkomelijk, maar je moet het wel even doorhebben. Omdat dit soort gewenningsfouten voor fantastische crashes zorgen, is dit overigens een heerlijke manier om met de game bekend te raken.

Kat- en muisspel

Door de crashes komen de wapens en intelligente hulpmiddelen bovendien extra goed tot hun recht. Ook hier geldt: hoe bruter en spectaculairder, hoe toffer de spelervaring. Je kunt medeagenten vragen of ze een mat met naalden op de weg willen leggen om een straatracer tijdelijk te vertragen, maar het geeft je veel meer voldoening als je een helikopter hinderlagen laat leggen. De straatracers hebben uiteraard ook zo hun voordelen en slimmigheden. Wanneer het begint te schemeren of al nacht is, kun je door simpelweg je lichten uit te doen een tijdje ongezien blijven. En zoals het een Hot Pursuit-game betaamt, zijn er flink wat alternatieve routes. Met tactisch vernuft kun je de tegenpartij dus flink voor het lapje houden, zeker online. Haalt een politiewagen je toch in, dan kun je ‘m alsnog afschudden door op een slimme manier je boost te gebruiken.

Alhoewel, niet voor ontzettend lang. Er zit namelijk en soort van onzichtbaar touwtje tussen de racers dat ervoor zorgt dat het hele raceveld binnen een bepaald aantal meters van elkaar blijft. Rijdt de leider een fantastische race maar maakt hij in de laatste paar bochten een gruwelijke fout, dan kan hij de overwinning op z’n buik schrijven. Zelfs al ben je in de tussentijd al vier keer gecrasht, dan nog kan het zijn dat je hem inhaalt. Echt eerlijk is dit natuurlijk. In hoeverre gaat het met een dergelijk principe nog om je daadwerkelijke racevaardigheid? Het houdt het verder uitstekende kat- en muisspel misschien wel levendig en spannend, maar het was beter geweest als dit niet zo rigide zou zijn.