De platformgame was begin jaren negentig het dominante genre op consoles, tegenwoordig vervult het een rol in de marge. Het meest opvallende is wel dat grote platformreeksen als Ratchet & Clank en Jak & Daxter steeds verder van het rennen en springen zijn afgestapt, en eerder actiegames met schattige personages zijn geworden, waarin je af en toe eens over een smal ravijntje mag springen. Jak & Daxter: The Lost Frontier op de PSP zet die koers voort en is een platformgame die zo min mogelijk platformgame probeert te zijn.

Dat het spel niet alleen een platformgame is, merk je al tijdens de introductie. Je hebt net goed en wel de basisbesturing geleerd, of het spel leert je al hoe je moet vliegen, schieten en gebruik moet maken van je eco-krachten. Zeker voor mensen die nog niet eerder een Jak & Daxter-game gespeeld hebben, kan het wat overweldigend overkomen. Ook het verhaal, dat voortborduurt op de eerste drie delen, vergt enige voorkennis om er optimaal van te kunnen genieten. Termen als Dark Eco en Precursors worden bekend verondersteld. Na verloop van tijd wordt het weliswaar duidelijk, maar dan zul je eigenlijk opnieuw moeten beginnen om de boel echt te begrijpen.

De basis

Gedurende het spel blijft The Last Frontier de verschillende speltypes in rap tempo afwisselen, maar gelukkig kom je tussendoor altijd terug naar de basis: spelen als Jak, die al schietend, vechtend en springend zich een weg baant door de inspiratievol vormgegeven wereld. Dit is ook veruit het sterkste deel van het spel. Je zult voornamelijk vechten en schieten. Doordat het miksysteem van Jak & Daxter niet al te nauwkeurig is, ren je als een gek tussen je vijanden door en zodra je enigszins in hun richting mikt, schiet je erop los in de hoop dat ze sterven. Zijn je vijanden niet stekelig of explosief, dan genieten de vechtaanvallen de voorkeur. Het is chaotisch, maar gelukkig vaak niet al te moeilijk, en bovenal leuk om te doen.

De afwisseling wordt erin gehouden door gedurende het spel geregeld nieuwe wapens en eco-krachten beschikbaar te stellen. Die eco-krachten kun je op elk moment gebruiken en maken je bijvoorbeeld tijdelijk onschendbaar, vertragen de tijd of vuren een explosief projectiel af. De verschillende eco-krachten zijn goed op elkaar afgestemd. Een paar eco-krachten zijn vooral interessant in puzzelachtige situaties, terwijl anderen ook tijdens gevechten nuttig blijken. The Last Frontier gunt zichzelf helaas niet de tijd om de mogelijkheden van de eco-krachten ten volle te benutten. Voordat de ene eco-kracht goed en wel geïntroduceerd en uitgeprobeerd is, heb je de volgende alweer te pakken. Daarnaast is het gebruik van en wisselen tussen eco-krachten in de gevechten (net als het wisselen van wapens) lastig doordat je tijdelijk het pookje los moet laten en dus niet meer kunt lopen. Zeker bij snel vurende vijanden is het zaak continu in beweging te blijven, waardoor je rare capriolen met je pink gaat uithalen om toch nog bij het D-pad te komen.

Weinig platformen

Echt platformen doe je nauwelijks. De sequenties waarin je over bewegende platformen en langs vuurspuwers verder moet zien te komen, die missen we niet zozeer. Wat we wel missen is het verkennende aspect van de platformgame. De levels zijn behoorlijk lineair opgezet, met duidelijk uitgestippelde paden door de wereld die je bewandelt. Het is maar zelden de vraag hoe je ergens moet komen, het zelf uitdokteren en verkennen van de omgeving is nauwelijks aan de orde. De platformgedeeltes die er zijn, die zijn juist van het type 'bewegende platformen', en werken door de vervelende camera eerder frustrerend.

Die camera dus. Door het ontbreken van een tweede analoge stick heb je geen volledige controle over de camera, maar kun je hem alleen met de triggers om je heen draaien. En nu wil The Last Frontier juist over de andere axis, regelmatig een rare positie innemen die Jak recht van boven in beeld neemt. Wanneer je wil springen naar een platform in de verte of een vijand verderop wil zien, dan is dit niet het ideale perspectief. Andersom is het vervelend wanneer de camera in de verte kijkt, wanneer je naar een lager gelegen platform wil springen.

We zijn ons ervan bewust dat beide voorgenoemde minpunten onvermijdelijk met elkaar in verband staan. Met minder rechtlijnige levels, is het namelijk nog lastiger om de camera steevast op een nuttige plek te hebben. Dan had de camera onwaarschijnlijk voor nog meer frustratie gezorgd en hadden we nog harder geklaagd. Misschien zijn beide punten wel inherent aan het platformen op de PSP, maar tegelijk leek het solodebuut van Daxter op deze twee aspecten beter te scoren.

Intermezzo's

Luchtgevechten vormen de voornaamste zijstap in het spel. Je hebt je vliegtuig sowieso nodig om tussen de verschillende gebieden te reizen, maar je zult ook geregeld met vijandige piraten in de lucht de strijd aangaan. De luchtgevechten zijn onderhoudend, maar worden naar verloop van tijd wel wat saai en herhalend. Je hebt een ruim aantal vliegtuigen die je van verschillende wapens kunt voorzien. Het vliegen vormt vooral een leuke afleiding, maar je bent vaak blij dat je weer met beide benen op de grond staat. Net echt vliegen dus.

Het vervelendste intermezzo zijn de gedeeltes waarin je als Dark Daxter speelt, een uit de kluiten gewassen en alles behalve aaibare variant van het oranje mormel. Deze gedeeltes speel je vanuit een soort van bovenaanzicht en bieden een rare combinatie van ongebreideld rammen en puzzelen, die eigenlijk continu hetzelfde trucje herhaalt. Je ramt op knoppen, verzamelt eco, beukt deuren omver en verandert de richting van vuurstralen. Door het beperkte overzicht komt bij het puzzelen weinig inzicht kijken, maar vooral domweg uitproberen. Meestal is het simpelweg omzetten van de knoppen die je tegenkomt, al genoeg.

Gelukkig zijn de gedeeltes met Daxter zo voorbij en zitten er niet al teveel van in het spel. Maar ze zijn wel tekenend voor de vreemde drang van The Last Frontier om vooral niet zichzelf te willen zijn. Je wordt continu van het ene speltype in het andere gegooid, met als gevolg dat het hoofdgedeelte, het actie-platformen, niet helemaal tot wasdom komt. De verzamelwoede, de drang om beter te worden, de drang om elke uithoek van de omgeving te verkennen, om je nieuwe eco-krachten in oude gebieden toe te passen, die ontbreekt. Verder is The Last Frontier gewoon een leuke titel zoals je die in de Jak & Daxter-reeks zou verwachten, een spel die technisch alles uit de PSP lijkt te halen, zijn laadschermen soepel wegmoffelt, inhoudelijk behoorlijk wat te bieden heeft en alles met veel humor presenteert.