Het kwade trekt iedereen aan. Het is één van de merkwaardige eigenschappen van de mens, de interesse in daden die iedereen veroordeelt als moreel onaanvaardbaar. De populairste films gaan over oorlog en over criminelen, we blijven maar doorlezen over de holocaust, en ook in het medium der games is deze hang naar het kwaad doorgedrongen. Uiteraard in de vorm van actiespellen waarin je tientallen bad guys omlegt met een volautomatisch machinegeweer, maar ook op andere manieren. Zelf de slechterik spelen bijvoorbeeld. En hoe komt dit beter tot uitdrukking dan de duivel zelve dienen. Infernal geeft je deze speciale mogelijkheid, wat moet leiden tot een unieke ervaring. Maar is die ervaring wel zo uniek? Nee. Want als hoofdpersoon Ryan Lennox één of andere Amerikaanse geheim agent was geweest met wat extra krachten, had het verhaal en de gameplay maar ietsje pietsje aangepast hoeven te worden, en we hadden eenzelfde speelervaring gehad. Het klinkt erg interessant: je speelt als lid van de duivelse geheime dienst, en vecht tegen je voormalige werkgever, de geheime dienst van de hemel. Maar in plaats van een origineel verhaal neer te zetten en allerlei morele dilemma’s te verweven in het plot, gaat het ongeveer zo: de mensen van de hemel hebben een apparaat gemaakt waarmee ze zonder medeweten van God de wereldbevolking tot slaaf willen maken, en de duivel wil er een stokje voor steken. We hebben het al zo vaak gehoord, maar dan met een willekeurige Russische schurk of een Arabische terrorist in de rol van de slechterik. Jammer, jammer, jammer. Tijdens het spelen heb je haast het idee dat een clichématiger verhaal dan dat van Infernal gewoonweg niet mogelijk is, en dat met zo’n groot potentieel aan mogelijkheden. Maar laten we bij het begin beginnen. Infernal is een derdepersoons shooter waarbij jij de rol van Ryan Lennox vertolkt. De Etherlight, de geheime dienst van de hemel, kon jouw werkwijze niet geheel appreciëren, en zodoende word je horkerig afgeserveerd. Maar dan komt Lucifer met een offer you can’t refuse: voor hem gaan werken of kapotgeschoten worden door de wraakbeluste Etherlight. Het is kiezen tussen twee kwaden, en je kiest voor het Kwaad: je gaat werken voor de Abyss, de aardse geheime dienst van de duivel. Dan ga je op pad met als doel de Etherlight tegen te houden. De game speelt zoals je dat van een third-person shooter mag verwachten. Je knalt er lustig op los, zoekt dekking, duikt weg en knalt weer verder. Bovendien heeft de duivel je ‘gezegend’ met enkele speciale trucjes. Zo heeft elk wapen een infernal attack, wat simpelweg wil zeggen dat het desbetreffende schiettuig een iets vernietigender uitwerking heeft. Ook kun je jezelf voor enkele seconden teleporteren (om een vijand even van achter te bestoken of om een knopje in te drukken waar je anders niet bij kunt) en kun je ook andere dingen teleporteren. Zowel levende als dode vijanden verander je van plek, net als bijvoorbeeld grote kisten die in de weg staan. Andere objecten teleporteren werkt tamelijk stroef, maar jezelf teleporteren gaat gelukkig lekker vloeiend. Om gebruik te maken van deze duivelse krachten, heb je mana nodig. Mana verkrijg je door vijanden aan gort te schieten, maar ook door je te bevinden in ‘duivelse’ gebieden, zoals onderaardse stelsels of verwoeste gebouwen. Bovendien heb je een infernal vision, waarmee je allerlei plekken ontdekt waar health en mana ligt, alsook andere objecten die zich aan het blote oog onttrekken (ingegraven mijnen bijvoorbeeld).So far, so good, zul je misschien denken. En daar zit een kern van waarheid in. Infernal is namelijk best wel leuk om te spelen. Het dekking zoeken werkt bij nader inzien toch wel redelijk (hoewel niet altijd even goed), het spel ziet er erg goed uit en het geheel voelt verzorgd aan. Echter, wanneer je de game objectief en kritisch bekijkt (en dat moet bij een review) dan moet je concluderen dat Infernal op een aantal gebieden simpelweg tekort schiet. De gevechten zijn enorm scripted, wat vooral te merken is in een later level op een vliegdekschip. Als je naar een dekkingsplek loopt, komen er even drie vijanden aan, en als je die hebt omgelegd en naar de volgende dekkingspositie rent, komen er weer drie aan. En zo gaat het maar door en door. De vijanden zijn niet in alle gevallen even snugger. Hoewel ze je flankeren en dekking zoeken, zullen ze altijd een voorwaartse beweging naar je toe maken, ook al gaat dat ten koste van hun dekking. Bovendien voegt Infernal in geen enkel opzicht ook maar iets toe aan het genre. Alles wat Infernal doet, is al eens beter door andere games gedaan. Wanneer je een derdepersoons actiespel speelt, dan wil je pure intensiteit, vijanden die stijlvol meters naar achteren vliegen, liters bloed, een constante voortstuwing van een interessant verhaal. Niets van dit alles zit in de game. Bovendien is daar nog de tergend slechte voice-acting. Werkelijk in elke scène is Ryan Lennox ongelooflijk cynisch, zelfs als hij tegenover de meest verschrikkelijke tegenstander staat. Het is dan heel moeilijk om de game serieus te nemen. De duivel heeft een stem zoals je van de duivel zou verwachten: zwaar en kwaadaardig. Maar het klinkt cliché en irriteert. Ook Barbara, een vrouw die je bijstaat, praat zonder emotie als ze dat wel zou moeten doen. De beweging van de lippen helpt ook niet mee, want die is slecht. De game zou bij momenten juist voortgestuwd moeten worden door tussenfilmpjes, maar door dit soort gebreken is het tegendeel waar. Samenvattend kun je zeggen dat Infernal een leuk spelletje is om even doorheen te spelen. Tijdens het spelen zul je je niet ergeren, het is één vloeiende speelervaring. Echter, dergelijk games waren er jaren geleden ook al. Bovendien is er géén multiplayer en zijn er géén extra speelmodi, en dat na een tamelijk kort verhaal. Het is jammer dat Infernal de interessante invalshoek op geen enkele manier heeft weten uit te buiten en er zelfs in geslaagd is één van de meest clichématige games van de afgelopen tijd te produceren. Het lijkt alsof de makers een game in elkaar knutselden en er op het laatst nog even wat duivelse dingetjes doorheen flikkerden. Niet dat deze aspecten nou zo slecht zijn uitgewerkt, maar er had veel en veel meer mee gedaan moeten worden. En dat is eigenlijk het verhaal van de hele game: de potentie is op geen enkele manier uitgebuit.