Ico is jong. Dat was het hoofdpersonage in 2001 en dat is hij nog steeds. Voor hem staat de tijd stil. Bij ons liggen de zaken anders. Wij zijn tien jaar ouder en hebben in de tussentijd ook het actieavontuurgenre volwassen zien worden. Zaken zoals een goede camera en een lekker vechtsysteem zijn gemeengoed geworden en hebben ons verwachtingspatroon naar boven bijgesteld. ICO valt, gehouden tegen deze nieuwe meetlat, een beetje tegen.

In essentie is ICO één grote escortmissie. Je stuit als het jongetje Ico op de verstoten prinses Yorda en doet er gedurende het spel alles aan om haar te beschermen. Meer dan een stok en één knop om mee te slaan heb je niet om die taak te volbrengen, maar meer wordt er ook niet van je verlangd. Dat het nu zo tegenvalt, komt voornamelijk door de beroerde camera. Die heeft er voortdurend moeite mee om een goed overzicht te bieden en zorgt ervoor dat je Yorda regelmatig kwijtraakt.

Je zult haar dichtbij je moeten houden om de zwarte schimmen die het op haar gemunt hebben af te weren. We zeggen expliciet niet ‘verslaan’, want zo voelt het nauwelijks. Je slagen lijken geen effect te hebben en het vechten is zo eentonig dat je ook daar het plezier niet uit zult halen. Je blijft maar meppen tot een vijand uiteindelijk neervalt. En dat doe je gemiddeld nog zo’n drie keer per gevecht.

Opgebloeide relatie

Vergis je niet, ICO is nog altijd de moeite waard om te proberen, maar dat is eerder ondanks zijn gameplay, dan dankzij. Je speelt ICO om tussen de spelregels door de band tussen het jongetje en de prinses te zien groeien. Het enige wat je daarvoor hoeft te doen, is te zorgen dat ze elkaars hand vasthouden. Het mag een simpel idee zijn, het is zo puur in beeld gebracht dat je dit niet als zodanig ervaart. Je gaat je aan beide personages hechten en dat vormt de drijfveer om verder te spelen.

Op de PlayStation 2 bracht de relatie tussen de twee verstotelingen sfeer aan in de verder grotendeels grauwe en wazige omgevingen. Met de HD-versie is dit contrast niet meer zo groot. Alles ziet er strakker uit, maar dat niet alleen, de studio verantwoordelijk voor de remake heeft het een en ander opgefleurd en dat doet ICO goed. Dat maakt ICO HD, tezamen met de ondersteuning voor trophies, de superieure versie om te spelen. Zeker voor wie dit nog nooit gedaan heeft, maar ook voor liefhebbers die hun hart al aan de klassieke versie verpand hebben.

Shadow of the Colossus

Bij Shadow of the Colossus is het een ander verhaal. Het tweede project van Team ICO was bij zijn release al volwassen. Zo volwassen dat het de PlayStation 2 reeds ontgroeid was. De game houdt ook nu nog prima stand en behoort nog steeds tot een van de uniekste ervaringen die je in spellenland zult tegenkomen. De framerate was als gevolg echter verschrikkelijk, een euvel dat met de HD-remake volledig is verdwenen. Die draait netjes op 30 frames per seconde en staat zo de gameplay niet langer in de weg.

Minder geslaagd ogen de textures. Die zijn flink op de schop gegaan, maar blazen daarmee juist een probleem op dat in de oorspronkelijke versie nog nauwelijks aanwezig was: pop-up. Team ICO speelde het vijf jaar geleden heel slim door panorama’s te verhullen met mist of overbelichting. Daardoor bleef het zicht op de nog niet ingeladen textures beperkt en schoten er niet constant complete bergtoppen of bossen uit de grond. Nu de techniek een stuk verder is, hebben ontwikkelaars daar betere oplossingen voor gevonden, maar die zie je helaas niet in Shadow of the Colossus terug.

Terwijl je met paard Agro over de uitgestrekte velden rijdt – en je legt behoorlijk wat afstanden af - worden over het landschap continu nieuwe textures gelegd. En dan niet alleen in de verte, ook naast je of zelfs onder Agro’s hoeven. Daarbij verandert de belichting voortdurend, wat een donkere schaduw (of juist oogverblindende spotlight) werpt op de anders zo indrukwekkende spelwereld. Het is uiteindelijk niet de reis naar de kolossen die Shadow zo bijzonder maakt, maar voor een remake die in alle opzichten een verbetering zou moeten zijn, is het een behoorlijke domper.

Ongeëvenaard

Sta je eenmaal oog in oog met een van de giganten, dan heb je daar gelukkig geen last meer van. Shadow of the Colossus biedt ook nu nog een onovertroffen integratie van platformen, knokken en baasgevechten, door ze allemaal onder één noemer te scharen. En dat zestien keer. De kolossen zijn even onheilspellend als vroeger en ademen door hun majestueuze bewegingen ontzag uit. Dat we überhaupt het woord ‘ademen’ in de mond nemen voor het beschrijven van de kunstmatig geanimeerde reuzen, zegt genoeg.

Hoe indrukwekkend ze ook zijn, het is jouw taak om ze dood te maken, met alle gevolgen van dien. Niet door ze via een flauw quick-time event te vloeren, maar door zelf de tocht naar hun zwakke plek af te leggen en dat punt vast te grijpen alsof je leven ervan afhangt. Iedere kolos vraagt om zijn eigen aanpak en die zul je eerst uit moeten vogelen. Dat maakt van het spel, wat in feite zestien keer hetzelfde van je verlangt, een enorm diverse aangelegenheid. Ook voelt zo iedere verslagen baas aan als een nieuwe overwinning, geen herhaling van zetten.

Het klinkt misschien oneerbiedig, maar verder lijkt er in Shadow of the Colossus weinig te doen. Om daar verandering in te brengen zijn er de trophies om je op de hoogte te brengen van gameplayelementen die je anders waarschijnlijk had gemist. Zo kun je op hagedissen jagen om je levensmeter of de tijd die je aan een kolos kunt blijven hangen te vergroten. Het zijn kleine dingen, maar ze geven de spelwereld net wat meer inhoud. Het is daarom goed dat ze op deze manier benadrukt worden.

3D

’Benadrukken’ is ook het sleutelwoord bij de 3D-ondersteuning. Verwacht geen bijzondere effecten – het opstuivende zand achter Agro’s hoeven daargelaten – maar een rustige, goed afgebakende scheiding tussen voorgrond en achtergrond die de diepte van beide spelwerelden accentueert. Zowel ICO als Shadow of the Colossus ogen prettig in stereoscopisch 3D, al is dat bij die laatste vooral het geval bij passief 3D. Actief 3D vereist een specifieke kijkhoek en is daardoor een stuk onrustiger. 

Het blijven kleine toevoegingen, 3D en trophies, maar meer zou het ook niet moeten zijn. De kracht van HD-remakes ligt in het moderniseren van klassiekers. Dit is bij Shadow of the Colossus niet helemaal gelukt, maar de textures en framerate zijn dusdanig verbeterd, dat er uiteindelijk prima mee te leven valt. De definitieve versie is het alleen niet. En dat is zuur.