Bijna een half jaar na de release voor de PlayStation 2 en 3 komt Ghostbusters: The Videogame ook eindelijk in Europa uit op alle overige systemen. Een leuke deal voor Sony wellicht, maar minder leuk voor Europese gamers. Toch is nu eindelijk weer de tijd aangebroken om de overall uit de mottenballen te halen, het protonpack af te stoffen en New York opnieuw spookvrij te maken. Wij speelden de PSP-versie.

De versie voor de PlayStation Portable is een overzetting van de PlayStation 2-versie, die op zijn beurt weer een overzetting is van de Nintendo Wii-versie. Zoveel overzettingen kunnen natuurlijk nooit goed zijn voor een spel. Het is dan ook goed te merken dat er behoorlijk wat mankeert aan deze game. Zo mist het spel een eigen smoel. Het is een ratjetoe geworden van wat men met de Wii-versie probeerde te bereiken op de PlayStation 2, en wat men nu probeert te laten werken op de PlayStation Portable.

Zo is het vangen van spoken nog steeds een saaie aangelegenheid. Het enige verschil met de PlayStation 2-versie is dat er een pookje ontbreekt, waardoor het richten met de protonstraal verplaatst is naar de drukknoppen. Opzich is dit een aardig alternatief, ware het niet dat de snelheid waarmee de spoken rondvliegen niet is aangepast aan de snelheid waarmee je kunt richten met deze knoppen. Vooral in de latere levels zorgt dit ervoor dat het vangen van spoken steeds ergerlijker wordt.

Weg nostalgie

Nostalgie is een grote aantrekkingskracht van de Ghostbusters-franchise. Bij het spelen van de game op de PlayStation Portable komt dit gevoel alleen totaal niet naar boven. Dit in tegenstelling tot de redelijk geslaagde versies voor de sterkere consoles en de PC. Deze versies wisten op een uitstekende manier de kenmerkende humor van de films vast te leggen en het spokenvangen leuk te houden. Naast de matige besturing is het tekenfilmachtige uiterlijk van het spel hier voor een groot deel debet aan. Spokenvangen hoort eng te zijn, of op zijn minst spannend. Met het kleurrijke uiterlijk verdwijnt ook direct de spanning die het spel toch echt wel nodig heeft om het verhaal boeiend te houden.

Destructie

De omgevingen dragen ook niet echt bij aan het spelplezier. Er is wel een grote variatie te vinden in de verschillende locaties die bezocht worden, maar de omgevingen zijn vrij kaal. Dit is wellicht gedaan om de speler nog steeds in staat te stellen om alles te kunnen vernietigen wat stuk zou moeten kunnen. De mate van destructie is dan ook één van de weinige positieve dingen die is te ontdekken aan dit spel. Helaas valt er door de vrij lege omgevingen alsnog weinig te slopen, maar de techniek erachter werkt naar behoren. Het is bijna net zo leuk als op de consoles om de gemeente zoveel mogelijk op kosten te jagen.

Het grootste minpunt van de PlayStation 2-versie waren de vele bugs en vastlopers. Deze zijn gelukkig nauwelijks meer aanwezig in deze versie. Nog wel zijn er enkele grafische fouten, zoals flikkerende deuren en zwevende objecten, maar we zijn gelukkig geen vastlopers tegengekomen. Ook wil af en toe het geluid nog wel eens op mysterieuze wijze verdwijnen. Kortom, voor je portie Ghostbusters-nostalgie kun je beter de films opnieuw kijken dan je te wagen aan deze niet zo geestige game.