Gettysburg. Nog niet zo lang geleden stond deze naam synoniem voor een belangrijk stukje Amerikaanse geschiedenis. Nu, een week later moeten we bij het horen van de naam niet oppassen dat we spontaan beginnen te schuimbekken. Want zelfs met de gedachte dat de game werd ontwikkeld door slechts één man in ons achterhoofd kunnen we niet anders dan concluderen dat het eigenlijk een schande is dat 'ie überhaupt is uitgebracht.

Je moet namelijk echt een hekel aan gamers hebben om ze Gettysburg Armoured Warfare voor te schotelen. De ellende begint al zodra je de game opstart. Niet alleen zit je veel te lang naar het titelscherm te staren, zodra het menu opstart weet je eigenlijk al dat je maar weinig plezier gaat beleven aan dit gedrocht. Zo wordt er bijvoorbeeld nergens uitgelegd waarom je de Amerikaanse Burgeroorlog naspeelt met zowel traditionele alsmede futuristische eenheden. Een gegeven dat juist zo aansprak voordat we de game daadwerkelijk gingen spelen.

Het enige dat we weten is dat je op de slagvelden een dozijn aan eenheden kunt besturen die bestaat uit onder meer de klassieke infanterie, de gatling-gun, cavalerie-eenheden, een steampunk-achtige zeppelin, futuristische infanterie met sluipschuttergeweren of zware bewapening en zelfs APC’s en tanks. Het klonk zo cool en ook de Amerikaanse Burgeroorlog als uitgangspunt leek een welkome afwisseling. We kregen zelfs een beetje heimwee naar de oude Amiga-game North & South.

No tutorial

Wat je verder nog kan uitvogelen in het summiere menu is dat de game alleen maar online gespeeld wordt (met uitzondering van een offline-modus waarin je tegen een zeer makke kunstmatige intelligentie mag oefenen). Voor de rest mag je alles zelf uitzoeken, zelfs de manier waarop je de game bestuurt. Nee, er is geen tutorial. Maar het ergste van alles is dat je nergens kan zien welke knoppen je waarvoor moet gebruiken. Dat er een van bovenstaande elementen ontbreekt is nog te begrijpen, maar wanneer je niet eens weet wat je moet doen om de game fatsoenlijk te spelen, dan wordt het wel heel triest. Het zal je daarom niet verbazen dat Gettysburg zelf het er niet heel veel beter vanaf brengt.

De gameplay valt nog het beste te omschrijven als een combinatie van World in Conflict en Ground Control, waarbij je dus niet alle eenheden op het speelveld controleert, maar slechts een dozijn. Er zijn twee modi: Deathmatch en een soort skirmish-modus waarbij je hoofddoel het behouden van controlepunten is. Voorafgaand aan ieder potje mag je een bepaald aantal punten spenderen aan jouw leger en het zal je niet verbazen dat een tank meer punten kost dan een infanterie-eenheid. Vervolgens kun je in-game ervoor kiezen om een specifieke eenheid handmatig te besturen, waardoor het camerastandpunt verandert van een vogel- naar een derde persoonsperspectief. Ook dit klinkt leuker dan het is, want heb je eenmaal je leger uitgekozen en sta je op het slagveld, dan slaat je zin om vijanden af te maken al snel om in een ongezonde drang om met je hoofd door je monitor te beuken.

Spelvreugde?

Zo is de balans tussen de eenheden helemaal zoek. Infanterie en cavalerie worden zonder pardon omver gemaaid door gatling guns, voordat ze ook maar in de buurt komen van iets dat er toe doet. De sterkste eenheden zijn overduidelijk de tank en de zeppelin, waardoor de rest eigenlijk meer dient als kanonnenvoer. Daar bovenop komt de gebrekkige besturing van de eenheden in derde persoonsperspectief, of in ieder geval de falende hitbox van je wapens. Kogels lijken links en rechts van je richtkruis in te slaan, maar nooit op de plek waar je ze wilt hebben. De camera heeft bovendien meer oog voor het achterhoofd van je infanterie, waardoor je gewoonweg niks ziet van hetgeen er voor je gebeurt.

De slagvelden zelf zijn uitgestrekt, maar uitmaken doet het niet echt, aangezien de controlepunten zich allemaal in het midden van de kaart bevinden. Daarnaast doet de grafische engine niet zijn best om het er geloofwaardig uit te laten zien, waardoor je niet veel meer ziet dan een paar schrale boompjes en een paar saaie landhuizen. Overigens zijn de maps zo groot gemaakt omdat de maker maar liefst 64 spelers tegelijkertijd online wil zien. We zeggen nadrukkelijk “wil zien”, want wij kwamen op een goede dag niet verder dan een stuk of twintig spelers.

En daarmee hebben we eigenlijk het meest trieste minpunt van de game vastgesteld: er zal binnen afzienbare tijd niemand meer online te vinden zijn, waardoor de aanschaf van Gettysburg op voorhand al overbodig is geworden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de gebrekkige user-interface en haperende verbindingen. Gettysburg voelt gewoon als een game in een vroege testfase in plaats van een game die helemaal af is. Dat het werd gemaakt door één man verklaart misschien iets, maar een slecht, onafgewerkt spel blijft een slecht, onafgewerkt spel.