Als nieuw redactielid heb ik de eer om mijn eerste review over FIFA Manager 07 te tikken. Zoals we weten worden er in Nederland massaal voetbalgames gespeeld. FIFA, Pro Evolution Soccer, Sensible Soccer: allemaal games die het erg goed doen in ons kikkerlandje en terecht, want het zijn natuurlijk games van hoog niveau. Maar naast ‘gewone’ voetbalgames zijn er ook manager games… je weet wel, waar jij de trainer speelt en tig aanwijzigen aan je team moet geven om de winst te pakken. 

En FIFA Manager is één van de grote series op deze Managergame markt, naast Football Manager en Championship Manager. De eerstgenoemde game is overigens vorig jaar van naam veranderd. Voorheen heetten de games in de serie Total Club Manager. Sinds vorig jaar is de serie dus omgedoopt naar FIFA Manager. Oké, dat was een stukje geschiedenis. Nu ga ik jullie vertellen of FIFA Manager 07 de managerkoning Football Manager van de troon kan stoten.  

Bij het opstarten van FIFA Manager 07 kwam ik vanzelfsprekend in het startmenu terecht. In het overzichtelijke menu besloot ik een ‘new game’ te beginnen. Er werden allerlei vragen op me afgevuurd. Zo wilden ze weten hoe ik heette, wanneer ik geboren was, welke voetbalclub ik verkoos en of ik een vrouw had. Zo ja, dan moest ik ook haar naam invullen. Daar werd overigens Iris van Schouten ingevuld, maar da’s een ander verhaal. De optie om kinderen toe te voegen liet ik voor wat het was. Ik wilde immers de voetbalcoach van de eeuw en de José Mourinho van PSV worden. Daarbij ook alle denkbare bekers binnenhalen. Daar zette ik mijn zinnen dan ook op, en klikte me door het veel vragen stellende gegevensmenu heen. 

 

Ik informeerde in Eindhoven of ze toevallig een vervanger voor Ronald Koeman nodig hadden. Het bestuur fluisterde in mijn oor dat Ronald het niet naar behoren functioneerde. Ik, Willem Brouwer, schudde ze de hand en tekende mijn contract. Koeman weg, Brouwer erin. Enfin, vanaf vrijdag de 13e was ik de nieuwe trainer van PSV. Ik moest aan het bestuur doorgeven wat mijn doel was dit seizoen. Ik wilde op z’n minst de halve finale van de Champions League halen, een tweede plaats in de competitie veroveren en een overwinning in de finale voor de Nederlandse beker boeken. Ik wilde potverdikke met prijzen thuiskomen. Ze hadden niet voor niks ’s werelds beste trainer zojuist een contract laten tekenen. Zeer bescheiden zei ik dan ook tegen het bestuur dat ik er zeker van was niet te hard van stapel te lopen. Enigszins twijfelachtig doch verbaasd keken ze elkaar aan en knikten. 

Genoeg geluld, het harde werk kon beginnen. Het bestuur gaf me inzicht in de spelersselectie, in de jeugdspelers die in de startblokken stonden om hun entree te maken in het eerste elftal, in de collectieve- en individuele tactieken. Maar ook lieten ze me de uitgebreide transfermarkt, de financiële status van de club, de meningen van de fans over de nieuwe coach, de marketingkant van de club, enzovoorts zien. Ik kwam tot de conclusie dat het coachen van een club  moeilijker was dan dat het leek. Wat moest ik? Ik vroeg om een glas water. Hoofdpijn heerste. Ik rekte de tijd.

 

Ik raakte een beetje verontrust over het feit dat de PSV-fans nog niet echt tevreden waren met ondergetekende als coach. Eentje riep dat ik nog te jong en onervaren was, terwijl een andere mij niet eens kende. Het vrat aan me. Had ik wel zo graag coach willen worden van Nederlands grootste voetbalclub? Met kennis van het vak kwam je dus niet overal, maar ik besefte niet te mogen klagen en niet zo te moeten piepen. Opnieuw zette ik mijn zinnen op het vak dat PSV coachen heette en ging er nog eens voor zitten. Het bestuur moest immers wel het idee krijgen dat ik ambitieus was om als coach voor het team te werken.

Ik wilde talenten als Ismaïl Aissati en Ibrahim Afellay graag behouden, dus probeerde ik meteen hun contract te verlengen. Maar ook ervaren spelers als Philip Cocu, Patrick Kluivert en Timmy Simons probeerde ik een verlenging van hun contract aan te bieden. Vervolgens maakte ik mijn opstelling in orde, stelde ik een naar mijn idee goede formatie op, gaf  alle basisspelers individuele plichten en wees de juiste spelers aan voor het nemen van dode spelsituaties. Wat dat betreft was ik klaar voor de wedstrijden die in het verschiet lagen. Zes oktober moest ik mijn eerste wedstrijd met het elftal spelen tegen aartsrivaal Ajax nota bene. Het ging gelijk al om een eerste prijs: de Johan Cruyff schaal. Het bestuur vertelde me dat ze een resultaat van formaat verwachtte. Ik leefde in ieder geval al naar de wedstrijd toe en de spelers waren na een vakantie blijkbaar ook weer toe aan een echte pot voetballen. Dat kon ik merken aan hun moraal en moed om te voetballen. Het leek de goede kant op te gaan. Op 16 augustus stond de wedstrijd in kwestie gepland. Het bleek echter pas 5 juli te zijn, dus had ik nog een maand (!) de tijd om andere onvoorbereide zaken te doen. Probleem was dat ik helemaal geen verplichtingen meer had. Ik had mijn zaakjes waren netjes op orde. Moest ik dan werkelijk een maand uit mijn neus gaan zitten eten? Het bestuur antwoordde: ja. Ik moest dus 35 keer op ‘proceed’ (doorgaan) klikken, en na elke klik een tijd op het laden te wachten op mijn ‘weekly progress’ (wekelijkse progressie), waarna ik weer in dat regelmenu kwam. Dit frustreerde me heel erg, want pas na 20 minuten klikken kon ik daadwerkelijk beginnen aan mijn eerste wedstrijd. Ik heb de hele maand overigens met mijn ega Iris leuke uitstapjes, die me eigenlijk wel meer bevielen dan het coachen van de Eindhovense club. 

Enkele dagen voor de wedstrijd kreeg ik een scoutverslag voorgelegd van Ajax. Hierin werd precies beschreven waar de elf basisspelers van het Amsterdamse goed en minder goed in waren. Wat ik hiermee moest, wist ik ook niet, maar voor de interesse besloot ik het snel over te lezen. Fijn. Wist ik dat ook weer. En toen was het zover. Na een lange tijd klikken en organiseren als nieuwe coach, stond ik dan in het Amsterdam ArenA, om mijn team de eerste wedstrijd te zien spelen. Ik was stiekem nog nooit in de ArenA geweest, dus kreeg ik best wel kippenvel. Ook toen de meegereisde supporters uit Eindhoven hard aan het joelen waren, gingen mijn nek- en ledemaathaartjes spontaan omhoog staan. Mijn assistent-trainer vroeg of ik het koud had. Nee zei ik, en ik trok om stoer te doen mijn colbertje uit. 

 

De wedstrijd begon. Ik trilde. Na enkele minuten kreeg mijn team de eerste tegenstoot. Mijn topverdediger Alex kreeg een gele kaart in zijn gezicht gedrukt. Ik riep dat hij rustig aan moest doen. Deed ie dat niet, dan kon ie een wissel krijgen, want een rode kaart bij zo’n belangrijke wedstrijd stond niet op mijn verlanglijstje. Inmiddels was het pauze. 47 minuten waren gespeeld en ik stond al met 2-0 achter. Ryan Babel tikte twee simpele balletjes langs keeper Gomes. Ik baalde ontzettend en dacht aan Iris. Waarom weet ik niet. Voor de wedstrijd had ik de cameraman trouwens gevraagd de camera uit te zetten, en me via een tweedimensionaal beeld de wedstrijd te laten volgen. Dit had ik hem gevraagd omdat de zenuwen dodelijk waren. Ik kreeg door middel van teksten die de belangrijkste gebeurtenissen op het veld beschreven te zien hoe mijn team het deed. De wedstrijd eindigde met een nipte 2-1 nederlaag. De dag erna kreeg ik de wind van voren van de media. Het Algemeen Dagblad had een foto van mij op de cover van de krant geplaatst met in grote letters erbij ‘Is hij wel ervaren genoeg?’. Misschien hadden deze verdomde journalisten wel gelijk. Kón ik het vak wel aan? Was ik wel ervaren genoeg? Terug in het menu aangekomen probeerde ik enige wisselingen door te voeren voor een beter spel. Farfán verving ik voor Arouna Koné en ook Alex haalde ik eruit door hem te verwisselen met Michael Lamey.  

Na weer een aantal keren op proceed geklikt te hebben, moest ik mijn eerste eredivisiewedstrijd tegen NEC spelen. Het bestuur verwachtte een dikke overwinning. Mijn zenuwen waren erg moeilijk onder controle te houden. We speelden thuis. Ik hoopte op een wonder. Een voordeel. Een wonder en voordeel dat zich vertaalde naar een overwinning. Na de wedstrijd kon ik mijn geluk niet op. We wonnen met 6-3 en ik sprong uit blijdschap een gat in de lucht. Ook bleek de bijna bejaarde Cocu nog de belangrijkste speler voor het Eindhovense elftal te zijn. Met vier zéér belangrijke assists was hij dé schakel van het team. 

   

Die laatste wedstrijd had ik overigens in drie dimensioneel beeld bekeken. Ik zag à la FIFA Football alle spelers over het veld manoeuvreren. Ik vond dit er wel grappig uit zien, maar prefereerde toch het 2D beeld met alle hoogtepunten in tekstvorm. Mijn eerste jaar als trainer liep voorspoedig. Ik was trainer van PSV, won wedstrijden, boekte vooruitgang in de Champions League, werd de hemel in geprezen door de pers en het leek erop dat ik het best leuk begon te vinden. Alleen wel ingewikkeld met al die mogelijkheden. Poeh zeg. ’s Avonds thuis zitten bij mijn liefje Iris vond ik ook wel fijn. Was die relatie echter maar werkelijkheid… 

Nu even kort samenvattend wat goed en slecht aan FIFA Manager 07 is. Ten eerste wil ik EA Sports even de credits geven voor de spelersdatabase. Die is namelijk ontzettend groot en uitgebreid. Werkelijk alle spelers zitten erin en daarnaast is de persoonlijke informatie zeer gedetailleerd. Minder aan de game is dat je echt even in moet komen voordat het leuk wordt. Daar komt dan wel weer een pluspunt bij kijken: FIFA Manager 07 is echt heel erg uitgebreid, maar zo uitgebreid dat het misschien wel te uitgebreid is. Zo erg dat ik het overzicht simpelweg kwijtraakte en echt niet meer wist waar te kijken.