De titel impliceert het al: Everybody’s Tennis is een tennisgame voor iedereen. En met iedereen wordt hier vooral bedoeld: de grote massa. Want er is sowieso één groep die maar weinig plezier zullen beleven aan Everybody’s Tennis en dat zijn fans van spellen als Top Spin en Virtua Tennis. Diepgang hoef je namelijk niet te verwachten. Everybody’s Tennis heeft maar weinig pretenties en wil hoogstens een leuk en toegankelijk tennisspelletje zijn. Wij bekeken of het in die taak geslaagd is. De kracht van Everbody’s Tennis zit hem in de eenvoud. Je hebt voor de besturing maar één analoge stick en drie knopjes nodig. Geen ingewikkeld gedoe dus met combinaties van triggers en knoppen die je eerst uit je hoofd zult moeten leren. Het enige wat je moet onthouden is welk knopje hoort bij een top spin, een slice of een lob. Met de analoge stick beweeg je je speler over het speelveld en bepaal je eveneens waar je naartoe slaat. Eenvoudiger kan het haast niet, maar toch heb je vaak genoeg mogelijkheden om de tegenstander te verrassen wat voor interessante rallies zorgt. Everbody’s Tennis is vooral een ideale game wanneer iemand je met een willekeurig iemand een willekeurig spel in multiplayer wil spelen. De leercurve is namelijk zo eenvoudig, dat haast iedereen direct uit de voeten kan met Everybody’s Tennis en al snel zijn eerste games binnen zal halen. Bij spellen als Top Spin wordt je als beginner eerst dertig keer van de mat geveegd door een speler die al wat uurtjes in de game geïnvesteerd heeft. Daarnaast kun je in Everybody’s Tennis ook nog een handicap instellen, waarmee je net iets langzamer beweegt als zonder handicap. Ideaal dus om de beginnende speler direct het gevoel te geven dat hij ook kans maakt. Wat opvalt is dat Everybody’s Tennis een Nederlandse taaloptie bevat, waardoor we te maken hebben met spelmodes als Uitdaging en Tennis met Iedereen. Met de spelmode Uitdaging, bedoeld voor één speler, kun je alle persoanges, banen en tenues één voor één vrijspelen. Je begint tegen makkelijke tegenstanders, maar naarmate je er meer verslaat en in niveau stijgt, wordt het spel een stuk sneller en pittiger. Echt moeilijk wordt het echter nooit. Tennis met Iedereen biedt je de mogelijkheid zelf een single- of multiplayerspel te maken, zowel in enkel als dubbelspel. Je kunt zelf je baan kiezen en instellen hoeveel sets en games je wilt spelen. De verschillende personages en banen zijn wel degelijk van invloed op de speelstijl. Personages zijn ingedeeld in drie niveau’s, van beginner tot expert, en hebben ook elk hun eigen specialiteit. De beginner-personages zijn langzamer, maar de timing van je slagen is minder belangrijk. Expert-personages zijn snel en wendbaar en slaan superhard, maar wanneer je timing verkeerd is, volgt er een pisballetje die de tegenstander keihard kan smashen. De banen zijn van invloed op hoe hard de bal stuitert, wat vooral belangrijk is wanneer je balletjes net voorbij het net wil laten droppen. Zo nu en dan probeert het spel de moeilijkheid in de Uitdaging-mode te verhogen door de markering waar de bal komt uit te zetten of door je soms aan op de positie bovenin het scherm te laten spelen. Vooral dit laatste blijkt een stuk lastiger te zijn dan op de gewone positie, iets wat in multiplayer ook sterk naar voren komt. Helaas kent het spel maar één camerapositie, zodat je niet kunt proberen of een camerapunt wat meer van boven, misschien eenvoudiger speelt. Het camerapunt van Everybody’s Tennis is namelijk vrij vlak, zodat het bovenste gedeelte wel erg klein wordt en het lastig is diepte te zien. Dat Everybody’s Tennis van Japanse makelij is, is duidelijk te zien. Heel het spel baadt in een anime-sfeer: jonge meisjes met gigantische ogen in schooluniform die wulpse bewegingen maken wanneer er weer een punt gescoord is, een oude leermeester met een permanente grijns op het gezicht, je kent het wel. Tel daarbij op de opdringerige muziek die permanent aanwezig is en keiharde bliepjes bij elke menunavigatie, en je weet alvast dat je met Japanafobie niet aan deze game moet beginnen. De hele stijl zorgt er wel voor dat de game fris en toegankelijk is. Leuk is trouwens dat geluiden in de omgeving met woorden worden geïllustreerd. Boven het publiek staat ‘klap klap’, als de bal tegen een hek komt lees je ‘kling’ en belandt de bal in de struiken dan verschijnt het woord ‘ritsel’ erbij. Het vertalen van klankwoorden uit een vreemde taal lijkt mij alvast een prachtjob. Eigenlijk doet Everybody’s Tennis praktisch niets fout. Wat het spel pretendeert te zijn, een tennisgame voor een grote doelgroep, met lage instapdrempel en een leuke multiplayermode, dat ís het. Maar ook niet meer dan dat. Iedereen lijkt zich dat te realiseren, behalve de persoon bij Sony die het prijspeil voor deze game bepaald heeft. Het spel heeft een adviesprijs van 55 euro, wat ongeveer 30 euro te veel is voor een spel van dit kaliber. Een paar jaar terug ging een gelijkaardige game als Outlaw Tennis voor maar 20 euro over de toonbank, dus waarom zou het grote Sony niet deze stap kunnen zetten? Met een prijs van rond de 25 euro was Everybody’s Tennis een aanrader om aan je collectie toe te voegen: zo’n spel dat je regelmatig uit de kast haalt wanneer je weer eens lekker onbevangen wil multiplayeren. Nu is het vooral wachten op een prijsverlaging.